Op weinig plekken in Nederland is de wooncrisis zo groot als in Rotterdam. Tegelijk is de opkomst voor de gemeenteraadsverkiezingen hier altijd erg laag. De SP en de woningcorporaties proberen daar verandering in te brengen. ‘Hállo, het gaat wel om onze huizen, hè.’
is verslaggever bij de Volkskrant en schrijft over polarisatie en radicalisering.
Op een winderige ochtend op de Afrikaandermarkt in Rotterdam-Zuid heeft Edwin Dobber, een afgekeurde havenarbeider met een gouden oorbel en een Feyenoord-pet, er lichtelijk ‘de tering in’. Zojuist heeft hij, als lijstduwer voor de lokale SP, een kort praatje gehouden op een campagnebijeenkomst van zijn partij.
In een paar ongezouten zinnen heeft hij zijn persoonlijke verhaal verteld. Hoe de wijk waar hij 52 jaar lang woonde, de Tweebosbuurt, in 2021 zomaar werd platgegooid. En hoe de sociale huurwoningen daar grotendeels moesten plaatsmaken voor dure appartementen, waardoor mensen zoals hij gedwongen werden te verhuizen.
Het is een treffend voorbeeld van de voortslepende woningcrisis in Rotterdam, die ook voor menig marktbezoeker in dit arme en superdiverse deel van de stad voelbaar zal zijn. Maar of Dobber het winkelende publiek – waarvan het grootste deel met tassen vol groenten en fruit voorbij sjokt zonder acht te slaan op de tomaat achterop zijn campagnejas – ervan heeft kunnen overtuigen om bij de aankomende gemeenteraadsverkiezingen dus vooral SP te gaan stemmen?
Hij maakt zich weinig illusies. ‘De meeste mensen stemmen hier helemaal niet’, zegt Dobber. ‘Als je ze een flyer wilt geven, dan doen ze alsof je niet bestaat.’ En dat is dus waar hij zo bloedchagrijnig van wordt. ‘Dan denk ik: hállo, het gaat wel om onze huizen, hè.’
Zo komen er deze morgen op de Afrikaandermarkt twee hardnekkige problemen samen, die de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam waarschijnlijk stevig zullen kleuren. Probleem één: net als veel andere grote steden worstelt Rotterdam met een enorm tekort aan sociale huurwoningen. Maar liefst 94 duizend Rotterdammers zijn naarstig naar zo’n woning (maximale huur 923,93 euro) op zoek.
Probleem twee: het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen ligt in de Maasstad doorgaans bijzonder laag. Waar het landelijk gemiddelde vier jaar geleden zo’n 50 procent bedroeg, bleef Rotterdam steken op slechts 39 procent. In minder welvarende wijken als Bloemhof en Carnisse was dat zelfs 18 procent. En laten dat nu juist het soort buurten zijn die schreeuwen om een ander woonbeleid.
Beide kwesties baren ook de vier grootste wooncorporaties van Rotterdam zorgen. Daarom zijn zij, voor het eerst, een gezamenlijke publiekscampagne gestart. Een website met de woonstandpunten van alle lokale partijen, een woondebat met de lijsttrekkers, en posters met slogans als ‘Hé stadhuis! Doe ons ook een huis!’ en ‘Wel een duur penthouse, geen betaalbaar flatje’, moeten ook de stadsbewoners met de lagere inkomens naar de stembus lokken.
Want uitgerekend voor hen staat er veel op het spel, zegt Mohamed el Achkar, bestuursvoorzitter van Woonstad, de grootste corporatie van Rotterdam. Vrijwel wekelijks hoort hij ‘dramatische verhalen’ van woningzoekenden als hij voor zijn werk door de wijken trekt. ‘Zelfs als je een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning krijgt omdat je bijvoorbeeld ernstige lichamelijke of psychische klachten hebt, sta je hier rustig nog twee jaar op de wachtlijst.’
Als geen ander weet El Achkar hoe belangrijk het is dat een stad voldoende sociale huuraanbod heeft. Zelf groeide hij op in een gezin met vijf kinderen, in een krappe etagewoning met twee slaapkamers boven de bakkerij waar zijn vader werkte. Toen hij op 12-jarige leeftijd met een vwo-advies op zak naar de brugklas ging, was er thuis nergens ruimte om zijn huiswerk te maken.
Daarom schreef hij, zo jong als hij was, een brief naar de gemeente. ‘Kort erna mocht ik voor een commissie mijn verhaal komen doen. Twee weken later kregen we een nieuwe sociale huurwoning waarin iedereen zijn eigen slaapkamer had. Was dat niet gebeurd, had ik misschien wel nooit het vwo kunnen afmaken, en niet de carrière gehad die ik nu heb.’
El Achkar begrijpt wel waarom veel Rotterdammers de gemeenteraadsverkiezingen aan zich voorbij laten gaan. ‘Het is een landelijk probleem, mensen voelen zich in de steek gelaten door de overheid. Maar die vicieuze cirkel zullen we toch moeten doorbreken.’
De wooncorporaties geven formeel geen stemadvies, maar zie welke partijstandpunten op de campagnesite een groen vinkje krijgen, en welke een geel minnetje, en de conclusie is duidelijk: wie vindt dat er fors meer sociale woningbouw in de stad moet komen, kan maar beter links stemmen.
Zo willen GroenLinks-PvdA en SP dat 40 procent van alle nieuwbouwhuizen sociale huurwoningen zijn, 10 procent meer dan vorig jaar. De VVD is tegen de uitbreiding van de sociale huur. De afgelopen coalitieperiodes was de partij samen met Leefbaar Rotterdam en D66 verantwoordelijk voor een woonbeleid waarbij veel goedkope huizen werden gesloopt ten faveure van duurdere woningen. De liberalen vinden dat er vooral moet worden bijgebouwd voor Rotterdammers uit de hogere inkomensklassen.
Op de Afrikaandermarkt wekt dat vooruitzicht vooralsnog weinig beroering. Zelfs de eenvoudige vraag ‘Gaat u stemmen?’ wordt door de meeste bezoekers met stilzwijgen, hoofdschudden of compleet onbegrip beantwoord. Daarbij vergeleken is een mevrouw van Surinaamse afkomst, die langs de kramen struint met haar twee puberzonen, nog spraakzaam. ‘De politiek doet toch niets voor ons’, zegt ze. ‘Dus waarom zou ik iets voor de politiek doen?’
Kijk, dat soort redeneringen, daar kan Edwin Dobber met zijn Feyenoord-pet niet bij. ‘Reken maar dat de rijkere Rotterdammers wel gaan stemmen’, zegt hij. ‘Als gewone mensen zoals ik dan allemaal thuisblijven, worden wij straks één voor één de stad uitgejaagd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant