Home

‘Oorlog is in zekere zin ook een slecht sprookje dat mensen aan elkaar vertellen’

Lisa Weeda Multimediaal kunstenaar Lisa Weeda (37) herlas ‘Deaf Republic’ van Ilya Kaminsky. „Het is dapper om schoonheid te blijven zoeken in politieke literatuur of poëzie in oorlogstijd.”

LIsa Weeda

„Het boek waar ik steeds naar terugkeer is Deaf Republic van de Joods-Oekraïense dichter Ilya Kaminsky, in het Nederlands vertaald als De dovenrepubliek, door Alfred Schaffer. Het is een fantastische dichtbundel, een tijdloos werk.

Kort samengevat is het een fabel over Vasenka, een fictief dorp in een land dat stukje bij beetje wordt bezet. Nadat soldaten daar een dove jongen doodschieten, worden al zijn dorpsgenoten collectief ‘doof’, als poging tot verzet. Deaf Republic is een wereldlijke bundel over verzetsstilte van binnenuit en collectieve stilte van buitenaf. En daarnaast is het eigenlijk een heel verdrietig sprookje, geschreven in prachtige taal.

Toen ik Ilya Kaminsky een paar jaar geleden mocht aankondigen bij Poetry International Festival, hoorde ik hem voordragen uit Deaf Republic. Dat was magisch. Kaminsky is slechthorend, waardoor hij niet helemaal vloeiend spreekt. Juist daardoor krijgt zijn poëzie een andere lading. Hij leest groots, met veel drama en grote uithalen. Dat maakte diepe indruk.

Wat ik zo bijzonder vind, is de vorm. Het boek is opgezet als een theaterstuk, met twee aktes. Het was poëzie zoals ik het nog nooit had gelezen. Kaminsky heeft een enorme wereld gebouwd die soms tegen proza aanschurkt, maar toch echt poëzie blijft. Het is uitgesproken politiek.

Juist doordat het poëzie is, zit er veel lucht in de bundel. Als dit verhaal als roman was geschreven, zou het al snel topzwaar worden, misschien zelfs slepend. In proza zou het gewicht van de gebeurtenissen zich opstapelen, waardoor het verhaal zijn beweeglijkheid verliest. In de poëzie daarentegen ontstaat ruimte: tussen de regels, in de stiltes, in wat niet wordt uitgesproken.

Kaminsky speelt prachtig met wat stilte eigenlijk is, en wie het zwijgen wordt opgelegd. In die lucht van de stilte schuilt de kracht van de bundel. De strofen, de witregels, de abrupte afbrekingen geven de lezer ruimte om mee te denken en te voelen met de keuzes van de personages in dit oorlogsgeweld.

Deaf Republic mag dan fictie zijn, het staat wel voor een realiteit. Kaminsky durft een groots sprookje te schrijven dat je tegelijkertijd keihard met je neus op de feiten drukt. Dat is wat ik zoek in literatuur, maar soms mis in Nederlandse proza en poëzie: de moed om een wereld te bouwen die op zichzelf kan bestaan en tegelijk vol verwijzingen zit, zonder belerend te zijn. Het is dapper om schoonheid te blijven zoeken in politieke literatuur of poëzie in oorlogstijd. Oorlog is in zekere zin ook een slecht sprookje dat mensen aan elkaar vertellen.

Gaandeweg zie je als lezer hoe knap Deaf Republic is geconstrueerd; alles klikt in elkaar. Voor mij is dat wat een goed boek doet: het is groter dan de som der delen. Het opent als een doos van Pandora, met lagen en subteksten. Ik weet zeker dat als ik het over vijf jaar opnieuw lees, het weer een ander gesprek oplevert. Dat is de kracht van deze bundel: het blijft zich openen en met je meebewegen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Literatuur

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next