Laatste boek De Britse schrijver Julian Barnes nam met zijn roman Vertrek(punt) afscheid van zijn lezers. Enkele jaren geleden werd bloedkanker geconstateerd en hij wilde er graag bij zijn als zijn laatste boek zou verschijnen. „Een operatie die de angst voor de dood wegneemt, zou ik niet ondergaan.”
Schrijver Julian Barnes.
„Ik zie dit boek niet als een wiegelied op de dood. Wat mij betreft is dit gewoon mijn laatste boek.” Achter het scherm zit een opgewekte Julian Barnes, die onlangs aangaf na ruim 45 jaar te stoppen met romans schrijven. Het recent verschenen Vertrek(punt) is zijn afscheid. Barnes geldt al decennia als een van de voornaamste Britse schrijvers. Hij maakte naam met zijn speelsheid, ironie en melancholie, en werd gelauwerd met onder meer de Booker Prize voor Alsof het voorbij is (2011) en meermaals genomineerd voor die prijs, waaronder voor zijn beroemdste boek, Flauberts papegaai. In zijn afscheidsboek brengt hij thema’s uit zijn eerdere romans samen, maar vertelt hij ook hoe er enkele jaren geleden bij hem bloedkanker werd geconstateerd. Nu hij tachtig is geworden, leek het hem een mooi moment om te stoppen als schrijver.
In een ontroerend slot neemt hij afscheid van de lezer, terwijl die mijmerend naast hem ‘zit’ en ze samen het einde aanschouwen: „Ik hoop dat je plezier hebt beleefd aan onze relatie, al die jaren. Ik in elk geval wel. Ik heb altijd genoten van je aanwezigheid – sterker nog: ik zou niets zijn zonder jou. Dus ik laat even mijn hand op je onderarm rusten – nee blijf kijken – en dan verdwijn ik stilletjes.”
Een bepaalde lezer heeft Barnes daarbij niet voor ogen, vertelt hij. „Ik houd van het idee dat de lezer me gezelschap houdt, een soort partner is. Ook al hoor ik niet wat die lezer terugzegt, want ik ben doof aan de kant waar de lezer zit.” Hoewel Barnes in dit boek, net als in veel van zijn werk, een spel speelt met autobiografische elementen, is die doofheid zichtbaar tijdens het online gesprek. Meermaals buigt hij naar voren om het goede oor bij de luidspreker van de computer te houden, om daarna op te kijken en soms in lachen uit te barsten. Erg aangedaan lijkt hij niet over zijn beslissing om te stoppen. „Ik denk gewoon niet dat je moet blijven schrijven vanuit het idee dat je boek toch wel uitgegeven zal worden.”
„Ja, ik heb er de laatste jaren veel over nagedacht. Vaak zie je bij oudere schrijvers een herhaling van zetten en werk dat kwalitatief minder goed is. Ik wil dat voorkomen en daarnaast denk ik dat mijn ideeën een beetje op zijn. Toen ik met dit boek bezig was, had ik het idee dat het niet meteen uitgegeven zou moeten worden, maar pas na mijn dood. Daarna bedacht ik twee dingen. In de eerste plaats bekeek ik mijn notitieblokken en de ideeën die ik had voor toekomstige boeken om te zien of er iets tussen zat dat ik echt wilde schrijven. Ik kon niks vinden dat ik nog wilde maken. Plannen van tien jaar geleden vond ik nu niet meer de moeite waard. In de tweede plaats dacht ik: waarom maak je geen gebeurtenis van je laatste boek zodat je dat nog kan meemaken?”
„Weet je – ik kaart het ook aan in dit boek – ik heb het gevoel dat ik alle melodieën die ik wilde laten horen, heb gespeeld. En ik blijf ook wel schrijven. Voordat ik begon als romancier was ik journalist, en nu zal ik essays blijven schrijven, zolang men stukken van me wil. Het is niet zo dat ik mijn typemachine ga verkopen.”
„Die zal minder aanwezig zijn, dat is waar. Maar er is ook een voordeel: je krijgt als je een essay publiceert sneller reactie op iets wat je hebt geschreven, na een paar dagen al, in plaats van maanden later. Het zal anders werken zijn. Je wil niet dat iemand een artikel van je leest en denkt: ik heb er niets van begrepen, misschien moet ik het nog even herlezen. Bij boeken heb je dat nog wel, dat iemand aan het slot van de roman denkt: ik vond het leuk, maar snap er niks van, of snapte delen niet.”
„Ha, ik was helemaal vergeten dat ik dat had geschreven! Zie je nou, dat is ook een gevaar: je vergeet je eigen werk. Je begint aan iets en denkt, dit is echt origineel wat ik nu heb bedacht. Enfin, nee dit is niet dat boek, want het is zo ook niet gegaan. Ik heb de diagnose bloedkanker, maar die is beheersbaar, tenzij er een uitzaaiing komt. Maar het wordt nu in de gaten gehouden en ik heb mijn chemopillen elke dag. Dus het strookt niet helemaal met mijn fantasie, waarin ik nog zes maanden had en dacht: mijn hemel, ik moet snel mijn laatste boek schrijven.”
Julian Barnes: Vertrek(punt). (Departure(s)) Vert. Jelle Noorman. Atlas Contact, 192 blz. € 22,99
„Ja, dat is waar. Zo’n operatie is er niet, maar er is wel medicatie om de dood rustig tegemoet te gaan, die maakt dat je niet in paniek raakt en niet het ziekenhuis bij elkaar schreeuwt.”
„Nee, want ik zou willen weten hoe die angst voelt. Ik zou willen weten of die anders is dan andere angsten of dat dit de angst is die er altijd al was, maar alleen in volume omhoog is gegaan.”
„Haha, nou dat kan ik je pas zeggen als ik dood ben, maar volgens mij is er ook geen operatie om terug te keren uit de dood om te vertellen wat je laatste gedachten waren, dat zou wel interessant zijn. Nu kan ik alleen met zekerheid zeggen dat ik geen conclusies kan delen over wat de dood betekent.”
„Echt? Ja, ik heb geen idee. Ik vind mijn romans vooral grappig. In een recensie van Een geschiedenis van de wereld in 10½ hoofdstuk in The New York Times omschreef Joyce Carol Oates me ooit als pre-postmodernist. Ik dacht: eh, oké, maar ik heb geen idee wat dat is, bedoel je dat ik eigenlijk een modernist ben?”
„Oh, jazeker. Het zegt vast veel over iemands psyche. Ik denk dat het er verder alleen toe doet wat iemand heeft geschreven, of nee, dat denk ik niet, dat weet ik zeker. Ik had het al even over mijn notitieboeken, en als ik daar doorheen ga voor nieuwe ideeën dan valt op dat veel ideeën niet meer zijn dan dat. Je bedenkt ze voor een boek, maar dan sterven ze een stille dood. Misschien heb je in Nederland de uitdrukking ook, maar wij zeggen ‘rearranging the deck chairs on the Titanic’ om aan te geven dat iets volkomen zinloos of futiel is. In Een geschiedenis van de wereld in 10½ hoofdstuk had ik het plan om een stuk over de Titanic op te nemen vanuit het perspectief van zo’n dekstoel. Ik dacht dat dat een briljant idee zou zijn. Maar dat was het niet, het is het klassieke voorbeeld van een idee dat een idee moet blijven. Ik maakte een aantekening ervan in een notitieblok en sindsdien ben ik nooit een millimeter verder gekomen met het uitwerken.”
„Ik verbreek er ook een in Vertrek(punt), namelijk dat verhalen zich niet in Cambridge of Oxford mogen afspelen. Maar, inderdaad ik kan er wel een aan toevoegen: een verbod op boeken over het verleden door oude mannen geschreven! Ik bedoel, toen ik nog jong was waren er veel oude mannen in de Engelse literatuur die maar door bleven schrijven. Soms gewoon vijf delen memoires, of erger nog: zes delen. Anthony Powell was zo iemand, een voorname Britse schrijver. Hij schreef weet ik hoeveel delen van een autobiografie, en een ervan noemde hij To Keep the Ball Rolling. Dat zegt alles, zo iemand wil maar door blijven schrijven. Ga lekker je gang, old chap, maar ik hoef het niet te lezen.”
„Oh, dat is interessant. Ik geloof niet dat ik dat heb, het is meer de vraag die je bezighoudt: heb ik dit niet al gezegd. En ook of je nog de drang hebt om alles op te schrijven wat je ziet. Vroeger vond ik het geen enkel probleem om op te schrijven wat iemand zag vanuit zijn raam in een rood bakstenen huis in noord-Londen. Nu denk ik, wie kan het nog wat schelen? Laten we gewoon tot de kern komen. Vroeger had ik de impuls de wereld te omschrijven, naarmate je ouder wordt, is die behoefte kleiner.”
„Dat is erg aardig van je, en ik ga er graag in mee. Het boek is inderdaad niet bedoeld als woedend protest tegen de dood. Ik vind doodgaan nog steeds een enorm slecht idee, ik vind het echt helemaal niks, maar tegelijkertijd: als je merkt dat je lichaam het begeeft, kom je toch ook meer in de buurt van acceptatie. Toen ik besloot dat dit mijn laatste boek zou worden, wist ik dat dat de juiste beslissing zou zijn. Dit is de beste manier om mijn carrière te beëindigen.”
„Zeker. Trouwens dat vind ik ook zo leuk hè, als je zo afscheid neemt als schrijver: iedereen bedankt je, de uitgever zoent je vaarwel en iedereen doet aardig. Als ik nu al dood was geweest dan had dat niet gekund.”
Julian Barnes (1946) studeerde moderne talen aan Magdalen College in Oxford. Tot 1970 was hij lexicograaf voor de Oxford English Dictionary. Hij begon zijn schrijvende carrière als journalist, en debuteerde in 1980 met de roman Metroland (Somerset Maugham Award). Internationaal brak hij door met zijn derde boek, Flaubert’s Parrot (1984). Dit boek stond op de shortlist van de Booker Prize, net als England, England (1998), Arthur & George (2005). Zijn boek The Sense of an Ending (2011) werd ook daadwerkelijk met die prijs onderscheiden. In 2012 won hij de Europese Literatuurprijs. Voor Flaubert’s Parrot kreeg Barnes de Prix Médicis. In 1992 kreeg hij de Prix Fémina voor Talking it Over.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews