De overheid gaat na hevige kritiek opnieuw sleutelen aan de wet voor belastingheffing over vermogen. Maar de tijd dringt voor 'box 3'. De Tweede Kamer wil een eerlijker systeem, maar tijdverlies kan de overheid miljarden kosten.
De soap rond de belasting op winst uit sparen en beleggen duurt voort. Voorheen rekende de Belastingdienst met een vast percentage over het totale vermogen, ongeacht hoeveel er daadwerkelijk mee was verdiend. Dat was makkelijk, maar misschien niet eerlijk. Dat moest dus van tafel.
Het systeem dat nu bestaat voor de belastingheffing over vermogen is een tijdelijke noodoplossing. Voor beleggingen geldt een 'fictief rendement' van 6 procent. Wie het niet eens is met dat fictieve rendement, omdat de waarde van de beleggingen minder hard is gestegen, kan bezwaar maken. Maar dat moet dan wel worden bewezen.
"Zo'n tegenbewijs is nogal bewerkelijk", zegt Gerard Meussen, emeritus hoogleraar belastingrecht aan de Radboud Universiteit. Wie beleggingen heeft, moet onder andere gaan uitrekenen hoeveel die in waarde zijn gestegen. Bovendien zal niemand willen bewijzen dat ze aan hun beleggingen méér hebben verdiend dan 6 procent.
Deze situatie is ontstaan door een uitspraak van de Hoge Raad in 2021. Toen gold alléén het fictieve rendement, maar Nederlands hoogste rechter haalde daar een streep door. Daarom kwam de tegenbewijsregeling.
Die is misschien onhandig, maar in de kern wel rechtvaardig, zegt universitair docent en fiscaal jurist Gerard Staats. "Kort door de bocht heeft de Hoge Raad gezegd: je moet belasting heffen over het rendement dat werkelijk is behaald. Dat gebeurt nu in de meeste situaties."
Maar het systeem met tegenbewijzen was een noodoplossing, waar een definitieve oplossing voor in de plaats moest komen. Dus is er een nieuw systeem ontworpen, dat in 2028 zou moeten ingaan. Hierin zou onder meer jaarlijks belasting moeten worden betaald over de waardestijging van het vermogen.
Op dat voorstel kwam gelijk veel kritiek. De Belastingdienst maakte bezwaar omdat de uitvoering moeilijk zou gaan worden. De Raad van State zag ingewikkeld werk voor belastingbetalers opdoemen.
Toch werden de plannen doorgezet. Op 12 februari stemde de Tweede Kamer schoorvoetend in met de nieuwe vorm van belasting heffen. De kritiek zwol aan in het binnenland, bijvoorbeeld van beleggers, maar ook in het buitenland. De nieuwe box 3-belasting schrikt volgens Tesla-topman Elon Musk talent en start-ups af.
Een van de belangrijkste kritiekpunten is dat beleggers inkomstenbelasting moeten gaan betalen voor 'papieren winsten'. Elk jaar moet ze belasting betalen over de waardestijgingen van hun beleggingen - de zogenoemde 'aanwas', of groei, van hun vermogen. Maar dat geld hebben ze nog niet, want ze hebben bijvoorbeeld hun aandelen nog niet verkocht.
Daarnaast zijn er klachten over hoe met verliezen wordt omgegaan. Als in het ene jaar winst wordt gemaakt, moet daarover belasting worden betaald. Maar bij verlies heb je pech. Dat mag niet worden verrekend met eerdere of latere jaren.
Het fictieve rendement verdwijnt bovendien. Dus als een aandeel in een jaar met 20 procent in waarde stijgt, betaalt de aandeelhouder daar belasting over. Beleggers vrezen dat ze aandelen zouden moeten verkopen om de belasting te kunnen betalen.
Staats heeft niet zo veel met het argument dat een belegging die meer waard wordt niet gelijk geld oplevert voor de belegger. "Ik vind: je bent gewoon rijker geworden. Je draagkracht is toegenomen."
Beleggers zien liever dat mensen pas belasting betalen als het bezit wordt overgedragen. Als de aandelen worden verkocht, bijvoorbeeld. Dan hebben beleggers immers daadwerkelijk het geld ontvangen om belasting mee te betalen.
Onder druk van alle kritiek besloot minister Eelco Heinen (Financiën, VVD) deze week toch om het wetsvoorstel te gaan aanpassen, nog geen twee weken nadat het was aangenomen.
Staats verwacht niet dat er veel aan het wetsvoorstel wordt aangepast, maar vindt het wel een bijzondere situatie. "De overheid heeft er een potje van gemaakt. Het is een soort soap geworden."
Wat het ook wordt, er zit druk op. "Willen ze het nieuwe stelsel in 2028 laten ingaan, dan zou het wetsvoorstel dit jaar rond de zomer moeten worden aangenomen", zegt hoogleraar Meussen. Gebeurt dat niet, dan moet de invoering van een nieuw systeem misschien worden uitgesteld. Dat kan de overheid miljarden kosten.
Hoewel belasting heffen op het moment van verkoop vaak het rechtvaardigste alternatief wordt genoemd, wijst Meussen erop dat er ook nadelen kleven aan zo'n systeem. Het kan bijvoorbeeld leiden tot uitstelgedrag. Zolang de verkoop wordt uitgesteld, valt er niets te belasten. Dan krijgt de overheid jarenlang miljarden minder binnen.
"We hebben in Nederland bovendien nog nooit zo'n belasting in box 3 gehad", zegt Meussen. Een volledig nieuw systeem brengt nieuwe complexiteit met zich mee.
"Als je vermogenswinsten gaat belasten op het moment van verkoop, dan moet je ook afrekenen als iemand overlijdt. Of als mensen emigreren", zegt Meussen. "Dat zou een grotere verandering zijn. Rechtvaardiger misschien, maar veel complexer."
Source: Nu.nl economisch