Geitenboerderij In een Fries dorp woedt een conflict rond een kleine, biodynamische geitenboerderij. De boerin wil ambachtelijke kaas maken en voor het landschap zorgen, maar een echtpaar uit de buurt wijst op gezondheidsrisico’s en probeert de boerderij weg te krijgen. „Ben ik nu echt de vijand, ík?”
Doetie Trinks met haar kudde geiten.
Zonlicht valt in lange banen over het hooi, door de lage ramen van de stal. Doetie Trinks (56) loopt naar de jonge geitjes die nieuwsgierig de kop opsteken, hun hoorntjes tikken tegen de houten balken. De rest van haar Toggenburgers staan buiten op het gras, ze omringen haar meteen als ze het schrikdraad over stapt. Koppen schuren tegen haar dijen, ze happen in haar broek, terwijl zij zachtjes Fries tegen hen praat.
Koffie in de ochtend, heel vroeg nog, als de potkachel de kaasmakerij verwarmt en zij met een spatel de verse, warme melk in een grote houten tobbe roert. Zuursel en stremsel erbij, en dan loslaten. De microflora in de melk doen het werk – kaas maakt zichzelf. In een schriftje dat is gezwollen van het vocht, noteert ze de liters die ze heeft gemolken. Ze zet het mengsel van gisteren in bakjes apart en kijkt naar het rek met de ronde kaasjes die klaar zijn voor de markt.
In Rotterdam verkoopt ze zelf achter haar kraam. Goede restaurants en kaaszaken in Amsterdam en andere steden bieden haar rauwmelkse kazen aan. 3,5 jaar geleden vertelde ze er al eens over in NRC, trots op haar bedrijf. Ze was toen net van Jubbega, waar haar pachtcontract was opgezegd, verhuisd naar Oudwoude. Dolgelukkig dat ze nog een plek had kunnen vinden. Veel provincies wilden toen al geen geitenboeren, omdat uit onderzoek was gebleken dat omwonenden longschade kunnen oplopen.
Biodynamisch boert ze. Geen gifstoffen, geen kunstmest. Haar weiden staan vol kruiden en bloemen, er broeden veel vogels. Dat bokjes naar de slager worden gebracht hoort erbij. Duizenden jaren hebben boeren zo gewerkt, tot de industrialisatie van de landbouw kwam en ook Nederland de afslag nam naar grootschalig boeren.
Op kousenvoeten loopt ze door haar woonkamer. De keuken zat er al in, ‘houtlook’ zegt ze en trekt een vies gezicht. Ze staart uit het raam, over de velden waar grote troepen ganzen van het gras eten. Peinzend: „Die blijdschap van toen ik hier net kwam, is weg. Er ligt een deken overheen.”
In een paar jaar is Doetie Trinks met haar kleine boerderij terechtgekomen in een wereld van wetten, regels, controles en handhavingsverzoeken. Gemeente, provincie en rechtbanken zijn betrokken geraakt, allerlei ambtenaren en adviseurs zijn druk met haar dossier. Grote vragen over boeren in Nederland – stikstofuitstoot, salderingsregelingen, uitspraken van de Raad van State, gezondheidsmetingen – komen voorbij.
Want de velden mogen hier tot aan de einder reiken, er wonen altijd mensen in de buurt, de natuur heeft het zwaar, verandering is onontkoombaar, en zie daar dan nog maar te boeren, welke intenties je ook hebt. Met een ruk draait ze zich af van het raam: „Ik probeer elke dag goed te zorgen voor de aarde. Ben ik nu echt de vijand, ík?”
Kaasjes die bijna klaar zijn voor de markt.
Doetie Trinks is net verhuisd. Er is een hittegolf in de zomer van 2022, ze heeft uren in de zon gewerkt en wil na de lunch even rusten, als twee ambtenaren van de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) het erf oprijden. De milieucontroleurs stappen uit, willen papieren zien, inventarislijsten, maken foto’s in de stallen.
Trinks heeft aan de gemeente geschreven dat ze een kudde heeft van zo’n 75 Toggenburger melkgeiten, een zeldzaam ras, dat relatief weinig melk geeft, maar als ze van een kruidenrijke weide eten is hun melk – „vers van de uier” – goed voor kaas met „een groot smaakspectrum.” Ze schrijft in haar bedrijfsplan dat ze een aanvraag wil doen voor zo’n 150 melkgeiten en nog 100 jongere geiten in verschillende leeftijden, omdat er – door geboorte bijvoorbeeld – nog weleens variatie zit in het aantal dieren. Dat is nog altijd een heel kleine boerderij, gemiddeld hebben geitenboeren in Nederland ruim 1.400 dieren.
Tot een grens van vijftig geiten hoeft alleen een melding te worden gedaan, en omdat de verhuizing met de kudde dieren snel moest had Trinks’ adviseur gedacht: eerst melden, daarna een vergunning aanvragen voor meer geiten. Maar dat is nog niet gebeurd als de ambtenaren langskomen. Alleen de melding over vijftig geiten is dan goedgekeurd door de gemeente, maar de controleurs tellen 75 melkgeiten en 33 jongere dieren. Trinks krijgt de keuze: de vergunning direct aanvragen, of dieren wegdoen. De dag erop vraagt ze een vergunning aan voor, in totaal, 250 geiten, waarvan 150 ouder dan 1 jaar. Vanaf die leeftijd zijn geiten klaar om te lammeren, en om melk te leveren. Trinks: „Zoveel zal ik er nooit hebben, dat lukt niet eens in mijn eentje, maar een ruime vergunning geeft rust.”
De geiten van Trinks kunnen zelf in en uit de stal lopen.
Het vergunningstraject loopt en een tijdje gebeurt er niets. Totdat de gemeente Noardeast-Fryslân een ‘handhavingsverzoek’ krijgt van een wat ouder echtpaar dat een paar honderd meter verderop woont. Zij hebben gezien dat er veel meer geiten rondlopen dan ze hadden verwacht en daar zijn ze van geschrokken. De buren vertellen hun verhaal aan NRC maar willen uit angst voor persoonlijke reacties niet met hun naam genoemd worden. Ze wonen al 26 jaar met veel plezier in het dorp. Maar ze zijn bang voor hun gezondheid, vertellen ze. Niet nu, ze zijn allebei fit, maar voor de toekomst.
Sinds 2016 doen het RIVM, de Universiteit Utrecht, Wageningen University en het Nivel samen onderzoek naar de gezondheid van mensen die in de buurt van veehouderijen wonen. In het tweede rapport, van 2017, schreven zij dat „rondom geitenhouderijen mensen een grotere kans op longontsteking” hebben, al kunnen ze niet verklaren waarom dat zo is, en ook niet of er bij elke soort geitenhouderij een risico is.
Wat dan bekend is: er zijn tussen 2009 en 2013 ongeveer 89 patiënten met een longontsteking per 100.000 mensen extra per jaar. Dat komt neer op 5,4 procent extra patiënten. De instituten zeggen toe extra onderzoek te gaan doen. In de jaren daarna laten alleen Zeeland, Groningen en Friesland nog nieuwe geitenboerderijen toe, de andere provincies willen meer duidelijkheid. Desondanks is het aantal geiten in Nederland sinds 2000 bijna vervijfvoudigd, vooral door uitbreiding van bestaande bedrijven: van 126.000 naar 592.000 dieren. Sinds het gezondheidsrapport uit 2017 kwamen er nog ongeveer 100.000 geiten bij.
De buren waren nooit naast een geitenboerderij gaan wonen als ze de keuze hadden gehad, zeggen ze. Zéker nadat bij de eerste controle blijkt dat er te veel geiten rondlopen, besluiten ze in het verweer te komen. Ze voelen zich „beetgenomen”, en vertrouwen er niet op dat Trinks kleinschalig wil blijven werken.
In de jaren die volgen zullen de buren melding na melding doen over Doetie’s Geiten. Over geurhinder, aantallen dieren, stikstofuitstoot en mestopslag. Soms krijgen ze ongelijk van de instanties, die de meldingen steeds onderzoeken. Daartoe zijn ze ook verplicht, omdat de buren in de meeste gevallen worden gezien als direct belanghebbenden (ook daarover worden lange juridische discussies gevoerd). Opmerkelijk is dat de buurman zelf bij de FUMO werkt, al heeft zijn afdeling met deze kwestie niets te maken. De gemeente ziet ook geen beïnvloeding, blijkt uit verschillende brieven.
Soms krijgen de buren gelijk. Zo ligt er een keer een berg mest onafgedekt op het terrein en dat mag niet. De mest ligt er een tijd en wordt na contact met de FUMO door Trinks opgeruimd. Voor de buren is dat geen foutje of onhandigheid van een eenpitter. Zij krijgen het gevoel dat Trinks „zaken achterhoudt en de boel bedriegt.” Daarom hebben ze ook gevoelige bedrijfsgegevens, zoals stallijsten, bij de overheid opgevraagd, en ervoor gezorgd dat die openbaar zijn voor iedereen die ze wil bekijken. Het echtpaar geeft toe dat ze er alles aan doen om Trinks weg te krijgen, „maar wel zuiver juridisch”.
Gesproken hebben ze elkaar één keer, op een feestje van een andere buurtgenoot. Trinks wist toen nog niet dat de buren meldingen over haar deden. Ze hebben het niet over geiten gehad.
Het leven van Doetie Trinks bestaat, door alle inspanningen van de buren, sinds haar verhuizing naar Oudwoude uit brieven, bezwaren en hoorzittingen. In de winter van 2024 krijgt ze, na een lang juridisch traject, van de gemeente een vergunning om 122 geiten te houden (72 ouder dan 1 jaar en 50 jongere geitjes). Bezwaren van de buren, en een voorgenomen dwangsom van 5.000 euro per week omdat er bij de eerste controle te veel dieren waren, stopt de gemeente in de prullenbak.
De GGD in Friesland is door de gemeente om advies gevraagd. Die schrijft dat omwonenden van geitenhouderijen in het algemeen, zeker dichtbij, meer kans hebben op longontsteking, maar dat de oorzaak onduidelijk is. De „medische ernst van de gezondheidseffecten” kan dusdanig zijn, dat de GGD „adviseert om het voorzorgprincipe toe te passen” en „geen uitbreiding van geitenhouderijen toe te staan in een straal van 2 kilometer van gevoelige bestemmingen”, in dit geval twee dorpskernen, met daarin ook een basisschool. De GGD schrijft ook dat het onmogelijk is om rondom één geitenhouderij tot een beoordeling van gezondheidsrisico’s te komen en laat het oordeel dan ook aan de gemeente.
Die ziet dat Trinks heel anders werkt dan andere geitenboeren. „De geiten staan niet geconcentreerd in een stal waardoor de kans op overdracht van ziektes kleiner is”, schrijven ambtenaren in een brief. Ook de uitstoot van mogelijk schadelijke stoffen is volgens de gemeente laag, omdat de dieren zoveel buiten zijn. De gemeente vindt dat de „aard en ernst van mogelijke risico’s op longontstekingen van omwonenden niet dusdanig is dat een weigering van de vergunning is gerechtvaardigd.”
Doetie Trinks met een deel van haar kudde.
Voor Trinks lijkt daarmee de strijd in december 2024 voorbij.
Maar ze heeft nog een groter probleem: stikstof. Om een boerderij te runnen heb je ‘stikstofruimte’ nodig, ofwel: een vergunning om stikstof uit te stoten. Er was al een boerderij op haar adres voordat Trinks er kwam, dus kon ze de stikstofruimte van de vorige eigenaar gebruiken. Ze koopt nog extra ammoniakrechten van een boer uit Kollum, een dorp vlakbij. Samen moet dat ruim voldoende zijn om juridisch veilig te zijn, ook als de boerderij zou groeien, berekent een omgevingsbureau.
Maar dat is het niet. Sinds 2019 is Nederland terechtgekomen in een ‘stikstofcrisis’. De Raad van State bepaalde toen dat Nederland meer moet doen om de natuur te beschermen. Sindsdien worden nog maar heel weinig vergunningen afgegeven om te bouwen en te boeren, zeker in de buurt van beschermde natuur. Door stikstofruimte te kopen hoopte Trinks toch een natuurvergunning te krijgen van de provincie Friesland. Maar nieuwe uitspraken van de hoogste bestuursrechter in 2024 trekken het net nog strakker aan: het gebruiken van stikstofruimte die er al was op een locatie én het overkopen van stikstofrechten (in jargon: intern en extern salderen) kan niet zomaar meer. De provincie kan haar aanvraag daardoor niet beoordelen, blijkt uit verschillende stukken.
Doetie Trinks heeft dus een vergunning van de gemeente om geiten te houden, maar géén vergunning van de provincie om de natuur te belasten met stikstof. In feite werkt ze illegaal, al kan ze daar niets aan doen.
De buren proberen ervoor te zorgen dat de provincie de ‘illegale boer’ laat stoppen. Trinks laat een onafhankelijk ecologisch onderzoek uitvoeren. De duinen van Schiermonnikoog en de Waddenzee, de dichtstbijzijnde beschermde natuur, blijken niet te worden aangetast door haar bedrijf. Planten, bodem, dieren: niemand heeft er last van. De provincie ziet dat ook en gaat niet achter Trinks aan, staat in een brief. Maar een vergunning afgeven kunnen ze nog steeds niet, door de blijvende onzekerheid over juridische regels over stikstof.
Doetie Trinks schenkt wat geitenmelk in een mok, bij de hete koffie. Ze vraagt zich weleens af in wat voor spel ze is terechtgekomen, zegt ze. Nooit gaat het in de hoorzittingen of brieven over hoe gezond haar geiten zijn, over de biodiversiteit op haar land, over de manier waarop zij kaas maakt.
„Eind vorig jaar vroeg ik me af of ik nog wel zin had in het nieuwe jaar. En ik moet toegeven dat het antwoord ‘nee’ was”, zegt Trinks. Ze is eigenlijk altijd bezig met haar bedrijf, met zichzelf. Maar ze heeft ook vier kinderen, twee wonen nog thuis. „Wat kun je aan als mens? Ik kan ook gewoon burger worden. Naar de supermarkt gaan en houdbare melk kopen. Mensen vliegen maar raak, willen goedkoop vlees, goedkope melk, goedkope kaas. Ik weet niet of er wel ruimte is voor wat ik wil.”
Ze krijgt veel steun, van klanten op de markt en in het dorp waar iets meer dan 800 mensen wonen. Buurtgenoten zijn een petitie begonnen die ruim 2.400 keer is getekend – onbekend is hoeveel buurtgenoten dat hebben gedaan. Bij het traditionele dorpsfeest waren ‘pro-geitenbordjes’ neergezet. Trinks zelf had een bordje met ‘I love Geiten’ erop. De buren die procederen tegen Trinks vonden dat vervelend. Er is toen ook, zeggen zij, afval gedumpt in hun tuin. Trinks zegt verrast te zijn geweest door die actie: „Ik zou zelf niet zo te werk gaan.” De buurman: „Dat was intimiderend, maar we laten ons leven er niet door beïnvloeden.”
Bordje op het erf van Trinks.
Bettina Bock van de Wageningen University ziet dit soort botsingen vaker. Zij doet maatschappelijk onderzoek naar waarden en normen rond boeren. Hoe kijken mensen naar agrariërs in hun omgeving, en welke rol spelen zij in de gemeenschappen waarin ze wonen en werken?
Wat hier gebeurt, vertelt zij, zegt veel over het gebrek aan ruimte. Mensen hebben steeds duidelijkere ideeën over wat goede en slechte landbouw is. Gezondheid wordt daarbij belangrijker, zegt Bock. „Je ziet dat ook bij boeren die pesticiden gebruiken, zoals in de lelieteelt. Daar komen buren steeds vaker tegen in verweer. Het is goed dat mensen bezwaar kunnen maken bij de overheid, maar op dorpsniveau kan dat heel persoonlijk worden. Dat is ingewikkeld voor de gemeente: je wil de zorgen van omwonenden serieus nemen, maar je kunt je ook voorstellen dat de overheid een biodynamische boerin een kans wil geven.”
Bock ziet dat gemeente en provincie „vast zitten” in regels en wetten die zijn bedacht voor grootschalige boerenbedrijven, terwijl de overheid eigenlijk meer duurzame en kleinschalige landbouw wil, zoals ook uit het regeerakkoord valt op te maken. „Het voelt tegenstrijdig dat een boerin die dat vertegenwoordigt de volle laag van regels en wetten over zich heen krijgt, terwijl al duidelijk is dat haar bedrijf de natuur niet aantast. We hebben te weinig richtlijnen om anders te kijken naar een ander type boer. Zolang er zoveel onzekerheid blijft over stikstof, hoeft er maar één persoon te zijn die gaat procederen, en je hebt een probleem.”
Het dossier bestaat intussen uit flinke pakken papier. En het is nog niet voorbij. Er loopt nog een procedure bij de rechtbank Noord-Nederland. De buren hebben opnieuw bezwaar gemaakt tegen Trinks’ vergunning.
In maart 2025 heeft een FUMO-controleur gezien dat er teveel geiten die ouder zijn dan 1 jaar op het bedrijf zijn. De vergunning gaat over 72 dieren van 1 jaar of ouder zijn en 50 dieren die jonger zijn (waarvan 12 jonger dan een half jaar). Tijdens de controle waren er 86 geiten van 1 jaar of ouder op het terrein, en 17 die jonger waren. Een stuk minder geiten dus dan er in de vergunning worden genoemd, maar volgens de FUMO wél te veel oudere, melkgevende geiten.
Trinks en haar adviseurs vinden dat de regels anders uitgelegd moeten worden. Zij zeggen dat de specifieke aantallen alleen zouden moeten gelden voor geiten die in de stal staan – binnen dus – en deze dieren liepen in de wei en zijn nooit allemaal tegelijk binnen. Bovendien zouden de controleurs niet zelf hebben geteld, maar alleen inventarislijsten hebben bekeken.
De buren hebben ondertussen allerlei stallijsten opgevraagd met een beroep op de Wet Open Overheid, waarmee ze willen aantonen dat er in hun ogen vaak te veel geiten op het terrein zijn, al staat op de lijsten niet of dieren buiten of binnen zijn. Kortom: weer een zaak, bezwaarschriften, verweerschriften, procesdossiers, zitting en wachten op een oordeel.
Doetie Trinks met twee Toggenburgers
Het is voor de buren inmiddels een „principekwestie”, zeggen ze, al zijn de zorgen over hun gezondheid steeds groter geworden. Afgelopen december kwam de Gezondheidsraad met een nieuw oordeel over geitenhouderijen. Uit een verdiepende analyse van de eerdere onderzoeken blijkt dat mensen die binnen 500 meter van een geitenboerderij wonen (zoals ook het echtpaar), 73 procent meer kans op een longontsteking hebben.
Het advies is om „uit voorzorg” een afstand van minimaal 1 kilometer aan te houden tussen de bouw van een nieuwe geitenhouderij en woningen. GGD’s adviseerden dat eerder ook al, zelfs met een grotere afstand, maar desondanks zijn er de afgelopen jaren tienduizenden nieuwe woningen in de buurt van geitenhouderijen gebouwd, schreef NRC eerder deze week.
De Gezondheidsraad laat weten dat de oorzaken van de gezondheidsproblemen nog altijd onduidelijk zijn. Er is vooral onderzoek gedaan naar grotere geitenbedrijven, waar de dieren vaker in de stal zijn dan bij Trinks, zegt een woordvoerder. Ook de nieuwe data en het advies geven dus geen duidelijkheid over een geitenhouderij zoals die van Trinks.
„Het laatste wat ik wil is dat mensen ziek worden”, zegt Doetie Trinks in haar boerderij. Ze heeft het rapport gelezen, en ze vindt het „schrikken” dat de oorzaak van de longproblemen onduidelijk blijft. In het onderzoek gaat het veel over stalmest en het stro waar dieren in lopen – dat is bij haar allemaal anders dan bij grotere geitenhouderijen, zoals de gemeente al constateerde. „Die onderzoeken gaan niet over het type bedrijf dat ik heb, maar toch raakt het mij, want geiten komen weer in een slecht daglicht te staan en er het is weer een reden om juridische stappen tegen mij te zetten.”
De buren hebben, op hun verzoek, weleens over de kwestie gesproken met de burgemeester van Noardeast-Fryslân. De buurman: „‘Die vrouw is wanhopig’, zei de burgemeester tegen ons. Maar dat geloof ik niet. Wij zien vooral krokodillentranen. Ze zit hier illegaal, en wij vinden dat ze ergens anders aan de slag moet. Als ik 120 rijd waar ik 100 mag, krijg ik ook een boete.”
Doetie Trinks blijft lang stil als het over haar toekomst gaat. „Ik weet niet of ik het nog volhoud”, zegt ze dan. Ze is een boerendochter, ze wil hier blijven, „maar wel met mijn eigen visie.” Ze kijkt door het raam en valt stil. Minuten later veegt ze haar wangen droog, ze snuit haar neus. „Ik heb kinderen, ik kan er niet zomaar mee ophouden… Het zou egoïstisch zijn om… Nou ja, laat ook maar.” Ze loopt naar buiten. Hangt de was aan de lijn recht. Ze gaat zo de wei in, dan nog even een bestelling klaarzetten in de kaasmakerij. „We zien wel waar het uitkomt”, zegt ze. „Misschien komt het nog goed.”
Voor dit artikel kreeg NRC de beschikking over stukken die zijn gebruikt tijdens de juridische zaken rond Doetie’s Geiten. Het gaat onder meer om onderzoeken, overheidsbrieven, e-mails en pleitnota’s. Er is gesproken met Doetie Trinks en met de buren, die niet met hun naam in de krant willen.
De Gezondheidsraad stelt dat in het eigen advies is beschreven „dat het aannemelijk is dat de bedding en stalmest een belangrijke bron vormen van de emissies van micro-organismen, fijnstof en endotoxinen uit open potstallen”. Deze emissies spelen „volgens het veronderstelde werkingsmechanisme een rol bij het ontstaan van longontstekingen bij omwonenden”. Als er minder geiten op een bedrijf zijn „komen er mogelijk minder emissies vrij”, maar dat is op basis van de huidige onderzoeken „niet vast te stellen” – daarom wil de Gezondheidsraad „geen grenswaarde” aangeven bij het advies om geen nieuwbouw meer toe te staan in de buurt van geitenhouderijen.
De Gemeente Noardeast-Fryslân stelt dat er nog één „handhavingstraject” loopt tegen Doetie’s Geiten, omdat op een bepaald moment te veel geiten ouder dan 1 jaar aanwezig waren. De gezondheid van omwonenden vindt de gemeente „op alle vlakken belangrijk”. Volgens de gemeente richt het recente advies van de Gezondsheidsraad zich „op situaties met intensieve geitenhouderij” – het onderzoek is „niet zonder meer te vergelijken met de geitenhouderij van Doetie Trinks.”
De Provincie Friesland meldt dat het niet gaat over gezondheidsaspecten, maar wel over mogelijke stikstofbelasting. Er is in dat kader „nog geen besluit […] genomen” over de omgevingsvergunning. Wel stelt de provincie dat tijdens een eerdere beoordeling „de bijdrage van de huidige situatie van het bedrijf […] geen significante gevolgen had voor betrokken Natura 2000 gebieden” De provincie stelt ruimte te willen bieden aan een „verscheidenheid” van landbouw, „waaronder biologische, gangbare en kleinschalige bedrijven.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen