In het Zeeuwse Graauw serveert restaurant Kint & Co een vast menu dat inzet op eenvoud en rustieke smaken. Sommige gerechten – een geslaagde amuse, een sterk dessert – laten zien wat de keuken kan, maar het geheel stelt teleur.
Restaurant Kint & Co
„Weet je zeker dat je het juiste adres hebt ingevoerd?”, vraag ik ietwat bezorgd aan mijn reisgenoot als we de ene na de andere bocht nemen dwars door de haven van Antwerpen. De navigatie geeft nog altijd Kint & Co in het Zeeuwse Graauw aan, onze bestemming, dus als het goed is zijn we op de juiste weg.
Maar de twijfel blijft wanneer we door dorpen rijden met alleen maar Belgische kentekens en we vervolgens een soort niemandsland passeren met uitgestrekte Hollandse weilanden en nauwe weggetjes. Dit moet er prachtig uitzien in de zomer. Er lijkt geen eind aan de rit te komen tot we een onopvallend straatje inrijden waar het van buiten al net zo onopvallende restaurant van kunstenaar en chefkok Riet Kint en gastheer en saxofonist Jan Cees Tans te vinden is.
Prijs: 166 euro (voor 2 p.)
Tans verontschuldigt zich direct wanneer hij bij ons aan tafel komt: de bediening is trager dan normaal, omdat al het personeel vrij is vanwege carnaval. Het is een sympathieke ijsbreker. Net als de amuse van de dag: een onopmerkelijk uitziende crostini met erwtenhummus en plakjes olijven die lekker fris is en opvalt door de knoflook die fijn on-Nederlands overheerst. De combinatie van hartige erwten en de ziltige olijven werkt goed, het doet me zelfs in de verte denken aan een tajine.
Kint & Co werkt met één vast menu van vier gangen (59,50 euro) met de keuze uit vlees of vis. Vegetariërs moeten zich van tevoren melden. Een van de twee voorgerechten op de kaart is een bocconcino (een kaasbal) met parmaham. Ik geef aan dat ik geen varkensvlees eet en Tans zegt dat er maar een klein beetje parmaham in zit en dat het heel lekker is, waarop mijn tafelgenoot grapt dat ik dan naar de hel ga (dat doet hij vaker). De gastheer zegt dat er geen alternatief is, dus ik besluit de tussengang met bocconcino over te slaan.
Maar eerst komt het voorgerecht op tafel, een proeverij van vis: een smakelijk scheermes met zeewier-wasabi-kaviaar, waarbij de wasabi helaas ondergesneeuwd is. Er is een beetje vlezige rouget met pistache-vinaigrette en crème van rode paprika. Rouget is rode mul, maar dit lijkt er helemaal niet op; stevig wit vlees (rode mul heeft een lichtroze kleur en andere smaak) en groter dan rode mul. Dan is er nog een half ei dat uit de jaren tachtig lijkt ontsnapt, gevuld met bottarga (gezouten, geperste en gedroogde kuit); eerst proeven we alleen de dooier, daarna openbaart zich de bottarga en tot slot is er een zachte, romige brandade (een puree van vis en groenten) die zich fijn op het brood laat smeren.
Ik bereid me voor toe te kijken hoe mijn tafelgenoot de bocconcino oppeuzelt, maar de keuken blijkt toch iets in de voorraadkast te hebben gevonden en een vegetarische gang voor me te hebben klaargemaakt: twee kleine linzenkroketten met walnoten, zurige ricottaroom en zeer welkome peterselie en waterkers die het zware en droge van de kroketten iets breken en verrijken met wat kruidigheid. De bocconcino van mijn tafelgenoot komt neer op kaas en ham; boers, maar smakelijk.
Het hoofdgerecht van skrei komt met saffraanaoli en een plak licht zoetige knolselderij. De vis zelf is niet vers en evenmin op de huid gebakken; krokante vishuid is lekker, zachte niet. De krabkoekjes erbij zijn stevig gebakken waardoor er goed gekauwd moet worden en ze mogen van mij uitgesprokener van smaak – het is allemaal wat flets; de saffraanaoli en knolselderij zijn geen leuke accessoires maar een must, omdat de vis alle smaak en diepte ontbeert.
Crostini met erwtenhummus, hoofdgerecht met skrei en dessert met kardemom.
De rib van ibericovarken van mijn tafelgenoot met krokant kruim van ibericoworst en crème van gedroogde tuinbonen valt beter in de smaak. Net als het dessert: een klein bouwwerk van ganache van pure chocolade en espresso met mascarponeroom en daarbovenop een brosse meringue met kardemom. Ik hou van kardemom en vind de combinatie met meringue goed werken.
De keuken van Kint & Co is huiselijk, misschien zelfs rustiek te noemen. Aardse smaken en eenvoud. De amuse en het dessert springen er voor mij bovenuit. Het scheermes is een aangename verrassing, dat zie je zelden op Nederlandse menukaarten, hoewel onze zee ervan vergeven is.
Maar het is behelpen. Het is prettig toeven bij Kint & Co, ik ben heel welwillend, zoek naar wat goed werkt, maar uiteindelijk moet ik accepteren dat het niet bovenmatig lekker is. Het is het allemaal net niet en komt wat vermoeid over. Het restaurant staat goed aangeschreven en is me enthousiast aangeraden door een smulpaap, maar ik ben bang dat ze vandaag hun dag niet hebben.
De reis naar huis, het sneeuwt inmiddels hard, voelt als een oefening op de loopband: we bewegen wel, maar komen niet vooruit. De navigatie lijkt van slag en voert ons langs het ene na het andere binnenweggetje en de aankomsttijd wordt met de minuut herberekend. „We komen hier nooit meer weg”, verzucht mijn reisgezel. Het kan zijn dat ik mijn zelfbeheersing heb verloren.
Bottarga wordt ook wel Sardijnse kaviaar genoemd en hoewel het bekendstaat als Italiaans, wordt het in verschillende landen gemaakt, waaronder Tunesië en Griekenland. Eitjes van harder of tonijn worden gezouten, samengeperst en gedroogd. Stukjes gesneden of geraspte bottarga geven een intense smaak aan bijvoorbeeld pasta. Tegenwoordig is er ook Nederlandse bottarga, gewonnen uit Zeeuwse wateren. De oorsprong ligt duizenden jaren terug in de Egyptische Nijldelta. De naam is afgeleid van het Arabisch.
De laatste inzichten over eten de lekkerste recepten en slimme tips om gezond te leven