Afschrikking Pas als we weten wat het daadwerkelijk betékent om onderdeel te zijn van Europa, kunnen we volgens Elmar Hellendoorn besluiten of we deelnemen aan gezamenlijke kernbewapening.
De Europese kernwapendiscussie is de afgelopen tijd in een stroomversnelling geraakt. Politieke twijfels over de toekomst van de Atlantische alliantie en de Amerikaanse nucleaire paraplu zijn sterk toegenomen. Bij monde van het nieuwe coalitieakkoord staat zelfs het traditioneel zeer Atlantische Nederland nu „constructief tegenover het versterken van een Europese nucleaire afschrikking”.
Elmar Hellendoorn is geopolitiek adviseur en senior fellow bij de Amerikaanse denktank Atlantic Council.
Hiermee kondigt politiek Den Haag een historische breuk aan die een fundamentele discussie over de Nederlandse positie in Europa vereist. De Europese integratie komt met deze nucleaire gesprekken in een nog zeer ambigue, maar bepalende fase terecht. Het is onzeker of de Europese leiders hierop adequaat zijn voorbereid, met alle strategische nucleaire risico’s van dien.
Kort na de aanvaring tussen Donald Trump en Volodymyr Zelensky begin vorig jaar, herhaalde Emmanuel Macron zijn oproep „het […] debat te openen” over de Europese dimensie van de Franse kernmacht. Binnenkort volgt een toespraak waarin mogelijk significante wijzigingen in de Franse nucleaire doctrine worden aangekondigd. Reeds enkele weken geleden, te midden van de Groenland-crisis, sprak Macron zich duidelijk uit: de eventuele aantasting van de soevereiniteit van een Europese bondgenoot zou kunnen leiden tot „een ongeëvenaarde cascade van consequenties”. Subtiel rekte Macron de Franse nucleaire doctrine hiermee al op.
Verschillende Europese landen stellen inmiddels serieuze nucleaire gesprekken met Parijs te voeren, of tonen daarin interesse. Dat betekent niet dat de nucleaire alliantie met de VS voorbij is, maar dat deze mogelijk geschraagd wordt met een Europees nucleair samenwerkingsverband. Duitsland en Polen lopen voorop, maar het gaat ook om Zweden, Denemarken, Litouwen. En Nederland wil dus aanhaken.
Initiatieven voor Europese strategische nucleaire samenwerking kennen een lange geschiedenis. Die liepen veelal op niets uit. Medio jaren vijftig was er een poging om gezamenlijke Europese kernwapens te ontwikkelen. Begin jaren zeventig dacht men na over een ‘Europese Nuclear Planning Group’. Medio jaren tachtig spraken François Mitterrand en Helmut Kohl zeer serieus over de mogelijkheid van Frans-Duits overleg over de inzet van Franse kernwapens tijdens nucleaire crises. Inmiddels wordt er al langer over gesproken dat Frankrijk zijn Rafale-straaljagers op Pools, Duits, of Zweeds grondgebied kan plaatsen, eventueel uitgerust met een nucleaire kruisraket.
Dat eerdere Europese nucleaire afschrikkingsgesprekken op weinig tot niets uitliepen, is veelzeggend. De eminente Italiaanse nucleair historicus Leopoldo Nuti stelt dat „Europese discussies over kernwapens (en kernenergie) alle aspiraties, beperkingen en tegenstrijdigheden van het Europese integratieproces belichamen en zelfs versterken.” Kortom, willen de verschillende Europese hoofdsteden daadwerkelijk een serieuze kernwapendiscussie voeren, dan vraagt dat niet alleen om versterkte kennis van nucleaire strategie, maar evenzeer om een gedeeld begrip van wat Europa is.
De geloofwaardigheid van een eventuele Europese nucleaire afschrikking, in wat voor materiële vorm dan ook, hangt af van de spirituele invulling die wij aan Europa geven. Oftewel: hoe wij Europese historie, cultuur en beschaving ten diepste ervaren. Voor de huidige generatie Europese leiders kan dat problematisch blijken. Zo stelde Macron bijvoorbeeld dat de Franse cultuur niet bestaat, maar alleen een Franse cultuur van diversiteit.
Dat kan, maar wat betekent dat voor de nucleaire afschrikking? Macrons postmoderne, relativistische notie staat lijnrecht tegenover de Gaullistische notie: het eeuwige Frankrijk als spirituele eenheid die in het nucleaire tijdperk alleen gewaarborgd kon worden door een soevereine nucleaire afschrikkingsmacht. De force de frappe diende daarmee het overleven van die historische Franse natie, wat een diep doorleefd begrip was.
De Europese kernwapendiscussie hangt dus samen met fundamentele Europese legitimiteitsvragen. De legitimiteit van de NAVO was lange tijd dat deze het gemeenschappelijke erfgoed en de beschaving van de Atlantische bondgenoten moest veiligstellen – dat onderschreef de Amerikaanse nucleaire paraplu over Europa.
Dat de regering-Trump meent dat de westerse beschaving in Europa wordt uitgewist, raakt daarom aan de kern van de alliantie en de geloofwaardigheid van de Amerikaanse nucleaire afschrikkingsmacht voor Europa. Want wat als Washington de Atlantische alliantie niet langer ziet als een cultureel-spirituele eenheid die het waard is om nucleaire risico’s voor te nemen – om voor te sterven?
In het post-historische tijdperk dat na de Koude Oorlog aanbrak, leken dergelijke wezensvragen irrelevant. Diplomatie en strategie verwerden tot procesmatige, geïnstitutionaliseerde aangelegenheden, losstaand van de culturele en historische context. Met de Russische inval in Oekraïne werd duidelijk dat het Europese continent zich niet aan zijn eigen geschiedenis van tegenstellingen, angsten, en ambities kan onttrekken. Ook de nucleaire dreiging keerde terug, maar de Amerikaanse koers is onzeker.
We leven in een nieuwe historische realiteit. Hedendaagse besluiten zullen generaties lang doorwerken. Verkeerde besluiten kunnen fataal blijken, niet alleen voor Nederland, maar voor heel Europa. Wil Nederland daadwerkelijk een serieuze, constructieve bijdrage aan de Europese kernwapendiscussie leveren, dan zal Den Haag zich niet alleen moeten afvragen of hiervoor wel voldoende nucleaire kennis in huis is.
Uiteindelijk draait de kernwapendiscussie om lastiger vragen: wat betekent Europa voor Nederland, en wat wil Nederland voor Europa betekenen? Ziet Nederland Europa als gemeenschappelijke markt, als gelegenheidsalliantie, of als onontkoombaar lot?
Nucleaire strategie vereist politieke sturing. Gesprekken over Europese nucleaire afschrikking moeten ingebed worden in diepgaande debatten over Europa – over zijn geschiedenis en zijn toekomst, over Europa als beschaving, als culturele en politieke waardengemeenschap. Dat kan niet worden overgelaten aan technocratische processen. De Europese kernwapendiscussie vergt politiek leiderschap van historisch niveau.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU