Olympisch schaatskampioene Antoinette Rijpma-de Jong wil een voorbeeld zijn voor mensen die zijn gepest. "Wat een ander vindt, moet je aan de kant schuiven", zei ze. Want gepest worden heeft tot ver na je schooltijd impact. Hoe leef je verder na dat trauma?
"Patronen van uitsluiting en vernedering tijdens je ontwikkeling kunnen een basis leggen voor hoe je later naar jezelf en de wereld kijkt", zegt psychiater en hoogleraar stress en veerkracht Christiaan Vinkers. "Ook wanneer de thuissituatie verder veilig en liefdevol was."
De impact van pesten blijft niet beperkt tot je jeugd, blijkt uit onderzoek. Universitair docent Sara Pabian van Tilburg University sprak met volwassenen die als kind werden gepest. Wat haar opvalt: ook jaren later zijn de emotionele gevolgen vaak nog zichtbaar.
Pestervaringen kunnen soms een jeugdtrauma worden, schrijft Vinkers in zijn boek Littekens uit je jeugd. Volgens hem wordt langdurig of ernstig pesten vaak onderschat, ook al gaat het niet altijd gepaard met fysiek geweld of verwaarlozing.
Volwassenen die zijn gepest, hebben gemiddeld een grotere kans op psychische klachten en kunnen meer worstelen met relaties of werk. Niet omdat hun hersenen 'stuk' zijn, benadrukt Vinkers, maar omdat ze zich hebben aangepast aan een onveilige context. "Wie jong leert denken: ik mag er niet zijn of ik moet altijd op mijn hoede zijn, kan later moeite hebben met vertrouwen of bepalen wanneer een prestatie 'goed genoeg' is."
Het is lastig te onderzoeken wat er bij langdurig pesten precies gebeurt in het brein, zegt hersenonderzoeker en psycholoog Linda de Voogd. "Veel onderzoek baseert zich op modellen zoals plaatjes kijken in een scanner. De vraag is hoe representatief dat is voor de echte wereld."
Toch is er volgens haar één ding dat we intuïtief allemaal herkennen. "Als we iets ingrijpends meemaken, blijft het ons helemaal bij. Tien, twintig jaar later kun je het nog voelen en ruiken. Terwijl we soms niet eens meer weten wat we gisteren hebben gegeten." Dat geldt ook voor pesten. "Het zijn bedreigende situaties. Je moet op dat moment reageren: vechten, vluchten of bevriezen. Alsof je oog in oog staat met een wolf."
Die dreiging zet een biologisch proces in gang. Adrenaline komt vrij, cortisol volgt later en kan nog uren verhoogd blijven. In de hersenen ontstaat later een zogenoemde replay: hersenpatronen die tijdens de gebeurtenis actief waren, worden bij het herinneren opnieuw geactiveerd. "De aanname is dat dat jaren later nog gebeurt bij belangrijke of vergelijkbare situaties", zegt De Voogd.
Dat mechanisme heeft een duidelijke functie. "Onze hersenen zijn zo bedoeld dat ze gevaar onthouden. Het vergroot je overlevingskans." Maar diezelfde bescherming kan later in de weg zitten. "Het systeem kan aanslaan als iets erop lijkt, of als iemand je aan die situatie herinnert."
Volgens De Voogd is het daarom belangrijk om voorzichtig te zijn met de gedachte dat er iets mis zou zijn met de hersenen van mensen die lang last houden van pesten. "Het is een goed functionerend systeem, bedoeld om je te beschermen. Je was écht in gevaar."
Toch vertellen geïnterviewden niet alleen over schade. Pabian ziet dat sommige volwassenen die gepest zijn opvallend empathisch zijn. "Ze pikken signalen van ongemak of uitsluiting sneller op dan anderen, alsof ze een zesde zintuig hebben ontwikkeld. Dat hoeft niet eens over pesten te gaan, maar over het herkennen van onveiligheid en weten hoe dat voelt."
Hoogleraar Anne-Laura van Harmelen van de Universiteit Leiden plaatst daar een kanttekening bij. Die groei komt niet door het pesten zelf, maar door wat eromheen gebeurde: steun van ouders, leeftijdsgenoten of andere volwassenen. "Zulke ervaringen werken als mentale airbags: ze verzachten de klap en maken het mogelijk om te herstellen van negatieve ervaringen."
Zowel Pabian als Van Harmelen is kritisch over de opvatting dat pesten mensen veerkrachtig maakt. Integendeel, zegt Van Harmelen. "Veerkracht ontstaat onder meer wanneer iemand leert: ik kan iets moeilijks aan en ik sta er niet alleen voor. Dat leer je normaal gesproken door milde uitdagingen die bij je leeftijd passen. Niet via structurele vernedering."
Vinkers waarschuwt dat herstel geen persoonlijk project is dat je simpelweg moet fixen. "Veerkracht zit ook in scholen, relaties, maatschappelijke omstandigheden en toegang tot hulp. En er bestaat geen universeel recept. Niet iedereen hoeft aan de mindfulness of een marathon te lopen."
Volgens De Voogd kunnen nieuwe ervaringen bestaande patronen aanvullen. "Bijvoorbeeld door positieve sociale interacties: niet iedereen is een pester. Onze hersenen zijn gelukkig flexibel. Maar het is veel makkelijker om angst áán te leren dan áf te leren."
Wanneer spreken we dan van herstel? Volgens Van Harmelen is betekenisgeving cruciaal, en dat staat nooit los van de omgeving: familie, vrienden, cultuur of rolmodellen. Vinkers vergelijkt herstel met het bijsturen van een olietanker. "Kleine koerswijzigingen kunnen je uiteindelijk op een ander continent brengen. Er is geen quick fix, maar erkennen wat er is gebeurd en wat de impact was, kan al richting geven."
Herstel betekent niet dat alles verdwijnt, maar dat je een weg verder vindt, benadrukt Van Harmelen. "Niet iedereen zal evenveel last houden, en niet iedereen hoeft een Antoinette Rijpma-de Jong te worden. Maar het besef dat pesten diepe sporen kan nalaten en dat je er als volwassene niet machteloos tegenover staat kan ruimte geven voor perspectief."
Source: Nu.nl algemeen