Demografie Tegen 2050 zal een op de vier mensen op aarde in Afrika wonen. Achter het beeld van „explosieve groei” in Afrika gaan uiteenlopende realiteiten schuil. „Demografie is geen natuurfenomeen, maar een politiek project.”
Modellen in outfits van het kledingmerk Naaniya staan op 31 januari in de rij voor pasbeurten achter de schermen van een modeshow tijdens de Nairobi Fashion Week in de Keniaanse hoofdstad.
Akinwumi Adesina spreekt een publiek toe dat gewend is in cijfers te denken. Het is december 2024 als de president van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank een zaal inkijkt vol investeerders en bankiers die naar Rabat zijn gekomen voor de Africa Investment Forum Market Days. „Believe the data”, zegt Adesina meermaals. Daarna komt het cijfer dat zich sindsdien voortdurend aandient zodra het over demografie in Afrika gaat. The New York Times, zegt hij, schreef dat tegen 2050 een op de vier mensen op aarde Afrikaans zal zijn, met een verdubbeling van de bevolking tot 2,4 miljard. In die projectie ziet Adesina vooral een belofte van economisch en geopolitiek gewicht. „Population is destiny.”
Die een op vier schuift in gesprekken over Afrika en demografie alle kanten op. Als belofte van een consumentenmarkt. Als dreiging van migratie. Als argument voor investeringen. Het cijfer is afkomstig van de Verenigde Naties, gebaseerd op aannames over vruchtbaarheid en levensverwachting. Hun scenario’s bleken in het verleden vaak dichtbij de werkelijkheid te liggen. Maar wie zich blindstaart op dat ene cijfer, dreigt een complex continent tot één verhaal plat te drukken: een jonge massa die groeit. Een naderende toekomst. De vraag is dus niet alleen hoeveel Afrika groeit, maar waar, hoe, en in welk tempo de bevolkingssamenstelling verandert. Drie vragen over demografie in Afrika.
In de zomer van 2017, op de G20 in Hamburg, schoof de Franse president Emmanuel Macron de demografie van Afrika naar voren als een beschavingsvraagstuk. Hij verwees naar landen in de Sahel, zoals Niger, Mali en Tsjaad, waar vrouwen „zeven of acht kinderen” krijgen en noemde dat „structureel ontwrichtend”. Negen jaar later klinkt in Parijs een ander geluid. Daar sprak dezelfde president eerder deze maand over réarmement démographique (demografische herbewapening), omdat „Frankrijk alleen sterker zal zijn als het zijn geboortecijfer nieuw leven inblaast”.
Later dit jaar zal daarom bij alle 29-jarige Françaises een brief op de mat vallen met informatie over vruchtbaarheid, de biologische klok en mogelijkheden als eicelinvriezing. Het is vooral een aansporing aan jonge Franse vrouwen om zich eerder aan kinderen te wagen. De Italiaanse regering van Giorgia Meloni bouwt rond hetzelfde thema al langer aan een vocabulaire van „inverno demografico” (demografische winter), waarbij dalende geboortecijfers worden beschouwd als een nationale kwetsbaarheid.
Het is een ongemakkelijke spanning, zegt Zahara Sakor, die benadrukt dat demografie zelden neutraal wordt besproken. In het mondiale debat geldt bevolkingsgroei in Afrika vaak als ontwrichtend of bedreigend, terwijl bevolkingskrimp in Europa wordt gepresenteerd als een tekort dat recht moet worden getrokken, zegt de politiek demograaf, oprichter van onderzoeksbureau Sakor Consulting en voormalig onderzoeker bij het Peace Research Institute Oslo (PRIO). „Voor mij, zowel als onderzoeker als vanuit mijn positie als Afrikaanse vrouw, is dat een van de moeilijkste aspecten van het demografiedebat. Je beweegt je voortdurend in een veld waarin cijfers nooit neutraal zijn, maar geladen met machtsverhoudingen, geopolitieke belangen en oude hiërarchieën. Dat maakt het gesprek over demografie persoonlijk en politiek tegelijk.”
Bruidsparen zwaaien op 14 februari met Congolese vlaggen terwijl ze zich verzamelen bij het gemeentehuis van Goma, waar ze tijdens een viering van Valentijnsdag zullen trouwen.
Afrikaanse demografie is de voorbije jaren sterk gepolitiseerd geraakt in Europa. Wat een ontwikkelingsvraagstuk zou moeten zijn, lijkt steeds nadrukkelijker een identiteits- en machtsvraag te zijn geworden. „Het alarmisme rond Afrikaanse demografie zegt meestal meer over de angsten en belangen van degene die het hanteert dan over de demografische werkelijkheid”, zegt Sakor. „Verlies van land, van identiteit, van economische positie.”
Afrikaanse bevolkingsprojecties belandden de afgelopen jaren rechtstreeks in de debatten over Europese grenspolitiek en migratie. De Hongaarse premier Viktor Orbán noemde migratie „geen medicijn maar een vergif”. Vorig jaar stelde de Britse premier Keir Starmer dat Groot-Brittannië dreigde te veranderen in een „island of strangers” als migratie vanuit Afrika niet drastisch zou worden teruggedrongen. En dan zijn er nog de beruchte omvolkingstheorieën in extreemrechtse kringen, waarbij Afrikaanse bevolkingsgroei wordt gepresenteerd als een directe bedreiging voor Europese samenlevingen.
De reden dat demografische verschuivingen zo’n centrale plaats innemen in politieke discussies, is dat bevolkingsgrootte samenhangt met economische macht, zegt Sakor. „In de huidige geopolitieke context krijgt dat extra gewicht. Als we demografie werkelijk willen begrijpen, moeten we niet alleen naar de cijfers kijken, maar ook naar de narratieven eromheen. Er zit vaak een bijna koloniale ondertoon in, alsof groei daar per definitie een probleem is dat beteugeld moet worden. Het is een blik die westerse onzekerheden als uitgangspunt neemt.”
Toen het Marokkaanse planbureau eind 2024 de eerste resultaten van de volkstelling presenteerde, bleek dat het geboortecijfer was gezakt naar 1,97 kind per vrouw. Voor het eerst kwam Marokko onder het vervangingsniveau, het punt waarop een bevolking zichzelf in stand houdt. Ook in buurlanden en delen van zuidelijk Afrika daalt het cijfer. In Tunesië ligt het geboortecijfer rond de 1,8, in Algerije rond de 2,8. In Zuid-Afrika schommelt het rond de 2,3, Botswana zit rond de 2,7.
De cijfers leggen een misverstand bloot dat hardnekkig overeind blijft in het Europese gesprek over Afrika: het beeld van een continent dat in één en dezelfde versnelling vooruit dendert. Terwijl Noord-Afrika en delen van zuidelijk Afrika richting kleinere gezinnen en oudere samenlevingen bewegen, verloopt de overgang trager in grote delen van Sub-Sahara Afrika, met grotere gezinnen als gevolg. Rond 1960 kreeg een vrouw in Afrika gemiddeld nog ongeveer 6,6 kinderen. Inmiddels ligt dat gemiddelde rond de 3,8. De daling is aanzienlijk, maar ongelijk verdeeld.
In Nigeria worden volgens recente VN-schattingen jaarlijks ongeveer zeven à acht miljoen kinderen geboren. Dat is veel meer dan in de hele Europese Unie, waar in 2023 ongeveer 3,7 miljoen baby’s ter wereld kwamen. Sinds de onafhankelijkheid in 1960 groeide de bevolking er van ruim 40 miljoen naar meer dan 230 miljoen. Ook Niger en de Democratische Republiek Congo vallen op. Het West-Afrikaanse Niger, waar de vruchtbaarheid rond de 5,8 kinderen per vrouw ligt, groeit met ruim 3 procent per jaar en zag zijn bevolking stijgen van circa 2,6 miljoen in 1960 naar 27 miljoen nu. Congo groeide in dezelfde periode van 15 miljoen naar ruim 110 miljoen inwoners en kan volgens VN-projecties rond 2050 uitkomen op 215 miljoen.
De komende jaren komt een ongewoon groot deel van de wereldwijde beroepsbevolking uit Afrika. Tegen 2030 zal volgens het IMF ongeveer de helft van alle nieuwe toetreders tot de wereldwijde arbeidsmarkt uit Sub-Sahara Afrika komen.
Het omvangrijke tekort aan banen blijft de zwakke schakel van veel Afrikaanse landen. In Oeganda bijvoorbeeld treden jaarlijks zo’n 700.000 mensen toe tot de arbeidsmarkt, terwijl de economie er volgens de Wereldbank slechts iets meer dan 200.000 kan opnemen.
Sakor wijst op het optimistische verhaal in het demografiedebat over Afrika: een continent met een groot aandeel jongeren heeft in theorie de mogelijkheid om economische groei te versnellen. „Demografie creëert mogelijkheden en risico’s, maar de uitkomst hangt af van goed bestuur, economisch beleid en investeringen in menselijk kapitaal. Het zijn instituties en keuzes die bepalen of een jonge bevolking een bron van dynamiek wordt of een voedingsbodem voor frustratie.”
Demonstranten staan op 11 oktober op een vernield pantservoertuig van de gendarmerie in Antananarivo, de hoofdstad van Madagaskar, na botsingen tussen betogers en veiligheidstroepen tijdens protesten waarin werd opgeroepen tot het aftreden van president Andry Rajoelina.
In veel landen worden jongeren aangesproken als „de toekomst”, gevierd als kapitaal voor morgen. Dat klinkt als erkenning, maar volgens Sakor proberen veel Afrikaanse regeringsleiders de jonge generatie vooral te beheersen, in plaats van haar te betrekken bij politieke besluitvorming. Over het hele continent neemt het vertrouwen in de politiek af. De protestbewegingen in Marokko, Kenia en Madagaskar – vaak aangemerkt als Gen Z-protesten – bestaan voor een groot deel uit dezelfde demografische groep: een grote, digitaal verbonden generatie die zich niet herkent in instituties en sneller buiten de formele politiek mobiliseert. Ook de Arabische Lente in 2011 was geen toeval. Ze viel samen met een fase waarin een groot cohort jonge volwassenen de arbeidsmarkt betrad, zonder voldoende baanperspectief.
Voor Sakor ligt hier de kernvraag voor Afrikaanse staten. Kunnen zij de zogeheten youth bulge ombuigen van politieke kwetsbaarheid naar een motor van economische groei? Sakor: „Demografie alleen bepaalt niet het lot van een land. Het is geen natuurfenomeen dat op zichzelf stabiliteit of instabiliteit voortbrengt. Het is een politiek project. Wanneer staten daarin tekortschieten, zie je de gevolgen terug in politiek verzet.”
Vijftig jaar geleden werd nog gewaarschuwd voor een exploderende wereldbevolking, nu kampen veel landen met bevolkingskrimp en vergrijzing, al zijn de regionale verschillen groot. Hoe gaan landen om met een steeds ouder wordende bevolking? En waarom is het zo moeilijk om het geboortecijfer omhoog te krijgen? In deze serie gaat NRC op zoek naar de problemen en oplossingen rondom demografische verschuivingen.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen