Florence Welch maakt indruk in de Ziggo Dome: haar gewaad, haar verschijning, haar boodschap, haar stem. De frontvrouw van Florence + The Machine is als opperpriesteres zo dominant dat het soms een beetje wringt.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek.
Florence Welch (39) draagt haast elke avond een ander gewaad, maar het mooiste heeft ze voor de volle Ziggo Dome in Amsterdam bewaard: zeegroen, prachtig passend bij haar rode haar, dat haast lijkt te gloeien, dansend op de dunne groene stof.
Je móét wel naar haar kijken, de frontvrouw van Florence + The Machine uit Londen, schrijdend over de catwalk. Voor zover haar verschijning de aandacht nog niet opeist, doet haar machtige stem het wel: Welch kan heel hoog zingen, met veel vibrato, maar even later kan haar stem weer een majestueuze alt zijn.
Florence + The Machine is een bijzonder geval in het aanbod van Britse bands: Welch is geworteld in de Londense indiescene, maar heeft een – in die kringen ongebruikelijke – voorkeur voor groots en theatraal. Gedistingeerde art pop met een scheut folk. Modern feminisme met Victoriaanse zweem.
Denk Kate Bush en de gezusters Brontë, maar ook Stevie Nicks en Patti Smith. Een expressief dansend, kruipend en zingend ‘heksenkoor’ werpt zich in Amsterdam met regelmaat en gevoel voor drama voor Welchs blote voeten.
De band mikte vanaf het debuut in 2009 op grote podia en grote zalen. Die vullen ze ook al jaren: dit is het tweede bezoek aan Nederlands grootste popzaal. Ahoy Rotterdam bezochten ze ook al, net als (al vroeg in hun loopbaan) Pinkpop en Lowlands.
Het nieuwe, zesde album Everybody Scream vormt, zoals verwacht, het hart van de voorstelling: een krachtig, gedragen album waarop een vrouw zingt die werkelijk iets kwijt moet. Over de industrie waarin ze werkt, die mannen voortrekt en het moederschap bestraft. Over hoe we omgaan met de wereld en elkaar.
Eigenlijk vertellen de songtitels al dat Welch zelden aan kleine liedjes doet: Witch Dance, Big God, Cosmic Love, The Old Religion. Haar grote stem wordt begeleid door grote percussie. Paukenslagen domineren de muziek, een klankbeeld dat weinig ruimte biedt aan finesses. De gitaar, bijvoorbeeld, is alleen hoorbaar als de artillerie even zwijgt: akoestisch in Buckle, grommend elektrisch in One of the Greats.
In augustus 2023 annuleerde Florence + The Machine enkele optredens. Florence Welch liet weten dat het te maken had met een operatie die ze had moeten ondergaan: ‘Ik ben er nog niet aan toe om erover te vertellen, maar het heeft wel mijn leven gered.’
Toen ze, nazomer 2025, een interview aan de Volkskrant gaf, wilde ze er nog steeds niets over kwijt, maar kort daarna veranderde dat: een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had tot een miskraam en een inwendige bloeding geleid. Die hevige bloeding maakte een levensreddende operatie noodzakelijk.
Everybody Scream (2025) bevat verwijzingen naar die traumatische ervaring, tot de hoesfoto aan toe. Het emotioneelste lied erover, You Can Have It All, zong ze eerder deze maand enkele keren in Groot-Brittannië, maar op het vasteland van Europa ontbreekt het tot nu toe op de setlist. Zo ook in Amsterdam.
Indrukwekkend is het beslist, zowel vocaal als inhoudelijk en visueel, maar af en toe wringt het toch een beetje, bijvoorbeeld als Never Let Me Go nog over de extatische hit Spectrum heen wil en een wat al te geëxalteerd Songfestivallied wordt.
En waar is The Machine eigenlijk? Wie de band wil ontwaren, moet het hoofd draaien en turen naar het hoofdpodium, waar Welch zich maar sporadisch vertoont. Zij bestrijkt de catwalk die zich uitstrekt in de lengte-as van de zaal. Je ziet haar soms in vijfvoud: de échte Florence plus vier Florences op de videoschermen, één boven de band én drie op de vlakken van de enorme videokubus boven de catwalk, zo groot als twee zeecontainers. Florence voor, Florence na.
Dat schrijnt toch lichtjes: de afstand tussen band en frontvrouw is enorm, zowel letterlijk als figuurlijk. Het draait pas in tweede (of derde) instantie om de dienstbare arbeid in de machinekamer.
Als het einde van de voorstelling in zicht komt, daalt Welch af naar het publiek. Ze raakt handen aan, zwevend langs de voorste rij. Langdurig omhelst ze een geëmotioneerde fan.
Tijd voor de laatste toegift: And Love, een lied dat geen grootse climax is (daar zat de avond feitelijk al vol mee), maar een moment van verstilling en een soort mantra, een wens waarvan Welch hoopt dat we hem kunnen laten uitkomen door hem samen te zingen: ‘Peace is coming.’
Een hoogmis, dat was het, en je kon er niet omheen.
Pop
★★★☆☆
25/2, Ziggo Dome, Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant