Schaken Jan Timman overleed vorige week op 74-jarige leeftijd. Hij wordt als meer gezien dan mogelijk de beste Nederlandse schaker, een begrip an sich. Hoe maakten topschakers hem mee? En wat maakte hem inspirerend om over te schrijven? „Hij werd gemythologiseerd.”
Jan Timman (links) en Garri Kasparov (rechts) groeten elkaar tijdens een van de 'KRO-matches' in1985.
Jan Timman besloot schaakprof te worden toen hij zijn voorganger, J.H. Donner, tijdens een toernooi een sigaret zag uittrappen op het kleed. Hij vond dat zo indrukwekkend dat hij wist: ja, dit is mijn bestaan. Zulke dingen kun je gewoon doen, andere mensen doen dat niet, zo wordt beschreven in de biografie van John Kuipers uit 2001.
Het is tekenend voor de status van schakers vanaf de jaren zeventig. Het ontmoeten in cafés, de drank, het denken, het drijven op talent: plezier maken en reizen waren belangrijke drijfveren tijdens Timmans carrière.
Toen de schrijver en schaker zich eenmaal toonde op het wereldtoneel, verdween hij niet meer. Hij had een universele, ondernemende speelstijl, was innovatief, intuïtief en gebruikte tegen de trend in een breed openingsrepertoire. Timman werd onder meer negen keer Nederlands kampioen en Europees kampioenschap met het Nederlandse team. Tweemaal won hij het prestigieuze toernooi in Wijk aan Zee.
In de tijd dat de Sovjet-Unie met Karpov en Kasparov het schaken domineerde, bleef Timman als Best of the West tegen de Russen opboksen en raakte bevriend met ze. Samen met dammer Ton Sijbrands vertegenwoordigde hij Nederland in de absolute wereldtop in de denksporten, samen met Max Eeuwe was hij de beste Nederlander ooit. Gemaakt door de wereld en een bewogen levenspad: Timman was naast schaker ook een maatschappelijk boegbeeld, zien de mensen die hem van dichtbij meemaakten.
Nadat hij als tiener tijdens het gymnasium voor een profbestaan koos (zijn wiskundige ouders zagen hem liever als academicus) leefde Timman van toernooi naar toernooi, intercontinentaal én tot ver achter het IJzeren Gordijn. Boezemvriend en mede-schaker Hans Böhm (76) reisde met hem mee: „ Via de schaaksport kom je terecht in heel veel werelden. Schakers zijn een bepaald slag volk: vaak kunstenaars of politici of schrijvers. En natuurlijk zijn er ook de sponsors, dus dan zie je de rijken van sommige plekken.”
Achtvoudig Nederlands kampioen Loek van Wely (53), zo’n twintig jaar jonger dan Timman, zag dankzij toernooien ook de wereld met de grootmeester, waaronder de Filippijnse hoofdstad Manilla in 1992. „Hij had al zoveel meegemaakt en ik was nog een schuchter jongetje. Toen we in een nachtclub door dames uitgenodigd werden om op het podium te komen dansen, stond hij meteen op. Toen kon ik niet achterblijven.”
Schaakgrootmeesters Loek van Wely (links) en Jan Timman geven elkaar een hand voor aanvang van een partij in 20024 .
Van Wely keek eerst tegen Timman op, hij was een begrip an sich. Zelf werd Van Wely grootmeester in 1993, het jaar dat Timman het wereldkampioenschap verloor. In de jaren daarna voelde hij dat Timman grijpbaarder werd, en ontstond er rivaliteit. „Dat was goed voor onze verstandhouding. Ik denk dat hij ervan genoot en dat het hem energie gaf.”
In juni vorig jaar werden de eerste tekenen van Timmans ziekte zichtbaar. Daarom kreeg Böhm het idee een boek te maken over hun verweven levens, van de Europese veldtochten in het Volkswagenbusje tot het samenwonen in een studentenflat in Amsterdam. Timman was enthousiast; ze lachten en haalden herinneringen op. De tegenstanders, de partijen: Timman wist alles nog, vertelt Böhm bewonderend. En toen het hele leven besproken en opgetekend was, stortte hij in. Het boek, Herinneringen van twee schaakvrienden, wordt verwacht in april. „Ik ben er heel dankbaar voor dat we dat gedaan hebben. En dat het zo helemaal rond is gekomen.”
Hans Böhm (links) tegen Timman tijdens het IBM-schaaktoernooi in 1977.
Een van de ‘KRO-matches’ in 1985 tussen Jan Timman en Garri Kasparov. Hans Böhm, met snor, kijkt toe.
Regerend Nederlands kampioen Jorden van Foreest (26) benadrukt de discrepantie in beleving tussen toen en nu: „Dat moet wel een hele mooie tijd zijn geweest: een stuk interessanter voor een professionele schaker.” De benadering van de sport was anders. „Je mocht ook nog roken achter het bord. Mensen konden praten tijdens de partij. Timman stond bekend als iemand die wel hield van een glaasje wijn. Dat soort dingen zijn absoluut ondenkbaar nu. Er waren toen veel meer levensgenieters.” Ook het oude schaken fascineert hem: toentertijd kon een tijd worden afgebroken en analyseerden spelers thuis of op de hotelkamer verder met hun teams.
Van Foreest keek als kind op naar Timman en trof hem meermaals, voor het eerst als veertienjarige. „Hij was toen zeker al niet meer in zijn beste schaakjaren, maar ik merkte nog steeds wel hoe verschrikkelijk goed hij was. Schaaktechnisch en qua kennis was hij mij ver vooruit. ” In 2021 loste Van Foreest hem af als eerste Nederlandse winnaar van het ‘Wimbledon van het schaak’ in Wijk aan Zee, zesendertig jaar later.
Timman floreerde niet alleen als schaker van wereldniveau, maar hij debuteerde met zijn imposante voorkomen ook op de Nederlandse televisie. Via Teletekst waren zijn tweekampen live al te volgen, wat maakte dat een jongere generatie schakers urenlang met hun schaakbord voor de tv zaten.
Eind jaren negentig presenteerde Timman een cursus van omroep Teleac. In de aflevering ‘Romantisch Schaak’ doorkruist hij Spanje, als eerste schaakland in Europa, op zoek naar machtige partijen om te analyseren. Ook eert hij J.H. Donner als ‘kunstenaar’, „tegenwoordig is schaken meer topsport”, zei Timman toen. Donner beschrijft in een betoog aan het bord hoe hij schaken niet als denken ziet. Het is meer een ruiken, een spoorzoeken: het contact met de werkelijkheid is klein, totdat je daadwerkelijk het stuk aanraakt om te zetten. Donner lijkt hiermee het enorme verschil te benadrukken tussen de ideeën die je ziet in je hoofd en de zet die je uiteindelijk dóét.
Naast televisiepersoonlijkheid was Timman ook een kundig schrijver en bouwde hij vanaf het begin van zijn schaakcarrière een omvangrijk oeuvre op. Met bijvoorbeeld columns en recensies in het tijdschrift New in Chess, waarvan hij jarenlang hoofdredacteur was, en vele boeken vol analyses, eindspelstudies, historische toernooien en portretten van andere schaakiconen. Hij was bevriend met Harry Mulisch, liefhebber van literaire makers Bob Dylan en Jorge Luis Borges en gaf lezingen over Fjodor Dostojevski, waarin hij onder meer de gebroeders Karamazov vergelijkt met de schakers met de Nederlandse meesters toen. „De personages staan voor diverse mensen in de maatschappij, niet alleen de Russische.”
Timman bleek zelf ook een geschikt personage. Laurie Langenbach debuteerde met Een geheime liefde, een autobiografisch werk over de voor haar onbereikbare schaker Timman. Daan Heerma van Voss (40) bracht vorig jaar een roman uit met een hoofdrol voor het personage Max de Nobel, die – net als Timman – trouwt met een Surinaamse vrouw, in Amsterdam-Zuid woont en wereldkampioen schaak kan worden ten koste van Anatoli Karpov.
De fascinatie van de schrijver voor Timman begon toen die als vriend van zijn ouders bij hen over de vloer kwam. „Hij symboliseerde dat wij als Nederlanders mee konden doen met de grote jongens. En zo zag hij er ook uit, met jaren zeventig-haar en hele grote, dromerige ogen.” Een eerste echte schaakster, sinds Max Eeuwe, zegt Heerma van Voss. „Maar die zag eruit als een schoolmeester.”
Jan Timman bij het Tata Steel-schaaktoernooi ni 2015.
Heerma van Voss las voorafgaand al zijn boeken, terwijl hij zelf niet kan schaken. Schakers en schrijvers zijn volgens hem verwant met elkaar: „Ze zitten beiden grotendeels met hun gedachten en hun gevoelswereld bij een andere dimensie, in een voor anderen compleet onzichtbare en in elk geval abstracte wereld.”
Van Foreest verslond als kind meerdere van zijn boeken die in zijn Groningse thuis voorhanden waren. De analyses die van Foreest las, zijn nog steeds relevant. Hij was een enorm goede schrijver. „Met name boeken over zijn eigen partijen, vond ik heel interessant.”
Mick van Wely, nog steeds deel van het Nederlandse team, zag Timman als een romantische en creatieve schaker, met een bepaalde koppigheid, en een levensgenietende levensstijl die zijn voordelen heeft. „Maar dat heeft hem misschien ook wel genekt tegen jongens als Kasparov en Karpov, die gestructureerder en gezonder leefden. Als je minder scherp bent, kun je een foutje maken. En op het hoogste niveau ben je dan gewoon de sjaak.”
Voor een kind waren de vele gezichten van Timman heel interessant en aantrekkelijk, zegt Heerma van Voss. „Hij kon zowel heel aanwezig zijn als in een andere wereld. Hij was heel levendig, melig, afwezig of juist heel ernstig.”
Heerma van Voss zag ook hoe Timman, toen al 41, veranderde na het verloren wereldkampioenschap. „Hij werd gemythologiseerd, en hijzelf werd in verhouding tot die mythe steeds kleiner.” De liefde van het spel blijft, maar het geheugen hapert: dat is de tragiek in het niet meer kunnen schaken op het állerhoogste niveau. „Evenals het wonen in Arnhem boven een snackbar in de geur van kroketten. Of eens had hij een cd bij zich van de Nederlandse band Rubberen Robbie. Die moest hij dan eindeloos achter elkaar laten horen aan mij en mijn vader. Wij keken elkaar aan: wat is dit?”
Het spel liet Timman nooit meer los. Hij bleef bijna tot het einde spelen en zich verdiepen. Het hield hem decennialang aan de top als schaker, waarmee hij zichzelf bombardeerde tot ster, en bleef vervolgens relevant als denker en schrijver van observaties, verhalen en analyses. Die rollen liepen door elkaar heen, waardoor hij gezicht werd van een tijdperk.
Jan Timman tijdens de Nederlandse kampioenschappen schaken in Leeuwarden in 1978.