Kunstmatige intelligentie GPT-NL, dat het Nederlandse antwoord moet zijn op de AI-modellen uit Silicon Valley, zet na twee jaar ontwikkeling zijn eerste stappen in de praktijk. Vijf klanten gaan ermee aan de slag om te kijken wat GPT-NL waard is.
Een deel van supercomputer Snellius in Amsterdam, waarop het Nederlandse AI-model GPT-NL is getraind.
De ontwikkeling van het Nederlandse AI-model GPT-NL is na twee jaar zo ver gevorderd, dat het nu voor het eerst wordt ingezet door een beperkte groep klanten. Het gaat nog slechts om vier overheidsorganisaties en onderzoeksinstituut TNO, dat zelf de leiding heeft bij de ontwikkeling van GPT-NL.
De eerste toepassing van GPT-NL door deze zogenoemde ‘launching customers’ moet uitwijzen wat GPT-NL in de praktijk waard is. Dat heeft TNO vandaag bekendgemaakt. Productmanager Saskia Lensink spreek van „een spannende nieuwe fase”.
Het ministerie van Economische Zaken financiert GPT-NL met 13,5 miljoen euro. Doel is om in Nederland te komen tot „een transparant, eerlijk en toetsbaar gebruik van artificiële intelligentie (AI)”.
Het project moet een alternatief bieden voor kunstmatige intelligentie van grote AI-bedrijven als Google, OpenAI en Meta. Hun modellen zijn voor een belangrijk deel ‘getraind’ met grote hoeveelheden data waarvan de herkomst onbekend is, of met data die mogelijk gebruikt zijn zonder toestemming van de eigenaar van het auteursrecht.
GPT-NL daarentegen is getraind met artikelen van kranten en sites van de grote mediabedrijven DPG en Mediahuis (waaronder NRC) en andere nieuwsorganisaties die zijn aangesloten bij brancheorganisatie NDP Nieuwsmedia, en ook met data van onder meer de Tweede Kamer, de website rechtspraak.nl, KB Nationale bibliotheek, Het Utrechts Archief, museum Naturalis, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en andere gezaghebbende organisaties, die daar allemaal toestemming voor hebben gegeven.
Zowel het beperkte budget van GPT-NL als het kleine team dat eraan werkt (ongeveer 25 mensen) vallen in het niet vergeleken met de enorme bedragen en de menskracht die de grote AI-bedrijven kunnen inzetten. Anders dan ChatGPT, Gemini, Claude of LeChat is GPT-NL niet bedoeld als chatbot voor individuele gebruikers. De doelgroep wordt gevormd door bedrijven, instellingen en overheden, die op basis van GPT-NL hun eigen chatbot kunnen bouwen, bijvoorbeeld als vraagbaak voor hun klantenservice.
„Vergelijk GPT-NL met een middelbare scholier. Die moet je ook nog een vervolgopleiding geven voor je hem aan het werk kan zetten”, zei Selmar Smit, grondlegger van GPT-NL en manager science and technology bij TNO, daarover vorig jaar in NRC.
Het project past in het streven om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse technologie. Projectmanager Lensink benadrukt dat de ontwikkeling van GPT-NL is gebeurd in overeenstemming met onder meer de Europese privacywetgeving (AVG). In de krantenartikelen die voor de training van het model zijn gebruikt, kunnen privacy-gevoelige data voorkomen, maar de namen van personen zijn er vóór gebruik uitgefilterd – met uitzondering van de namen van publieke personen die genoemd zijn in verband met hun publieke functie.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaat verkennen of GPT-NL ingezet kan worden ter verbetering van de al bestaande chatbot ‘Gem’, die bijna dertig gemeentes gebruiken om vragen van inwoners te beantwoorden. De website overheid.nl gaat de antwoorden die GPT-NL geeft vergelijken met die van het commerciële model dat op dit moment in gebruik is en kijken of de antwoorden van GPT-NL voldoen aan de kwaliteitseisen van het ministerie. Ook het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gaat GPT-NL vergelijken met de AI-modellen die het instituut nu gebruikt.
De eerste klanten van GPT-NL betalen een vast bedrag, waarvan de hoogte niet bekend is gemaakt. En ze dragen ook bij aan de verdere ontwikkeling van het model door de resultaten van de manier waarop GPT-NL bij hun toepassingen uit de verf komt te delen met de makers.
Lensink zegt dat haar organisatie de mogelijkheden onderzoekt om een krachtiger opvolger van GPT-NL te bouwen, die in meerdere talen gebruikt kan worden. Ook staat een bredere uitrol van het huidige model op het programma.
Vanuit het buitenland is er grote belangstelling voor het Nederlandse project, zegt Lensink. Vanuit Denemarken, Oostenrijk, Slovenië, België en Zwitserland is concrete interesse getoond om de aanpak van GPT-NL na te volgen.
Ook zijn buitenlandse nieuwsbedrijven geïnteresseerd in de stap die NDP Nieuwsmedia heeft gezet om een grote hoeveelheid data beschikbaar te stellen voor de ontwikkeling van GPT-NL. In ruil daarvoor krijgen de aangesloten nieuwsbedrijven een deel van de opbrengst die GPT-NL moet gaan opleveren.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren