Voor schatrijke (oud-)voetballers lijkt een eigen club het nieuwste statussymbool. Ronaldo, Beckham, Modric en Mbappé kunnen het zich veroorloven, al lijken noch de nieuwe eigenaren noch de clubs er financieel of sportief iets mee op te schieten. Wrexham uitgezonderd natuurlijk!
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Kenneth Pérez droomt soms weg bij de gedachte. De oud-voetballer (Ajax, AZ, PSV, FC Twente) vermaakt zich al jaren uitstekend als analist, maar wat als hij de baas zou zijn van zijn eigen club? Want al die wedstrijden die hij ziet, zijn natuurlijk lang niet altijd goed en het beleid van clubs is voor hem vaak onnavolgbaar.
‘Dan denk ik: hoe kan dat nou?’, zegt hij. ‘Veel clubs worden op zo’n andere manier gerund dan hoe ik het zou doen. Ik zou bijvoorbeeld veel meer naar het karakter van een voetballer kijken. En niet alleen of het een lekker spelertje is. En ik zou nooit een voetballer ouder dan 24 jaar kopen. Nooit, nooit, nooit.’
Hoewel zijn handen jeuken, heeft de oud-voetballer geen concrete plannen en daarin is hij tegenwoordig bijna een uitzondering. De ene na de andere (oud-)voetballer wil tegenwoordig een club kopen, of in ieder geval een deel ervan. Zo werd onlangs bekend dat Sergio Ramos (voorheen Real Madrid) met investeerders zijn jeugdliefde Sevilla wil runnen; hij is daarmee de laatste in een lange rij.
Zlatan Ibrahimovic (Hammarby), Gerard Piqué (FC Andorra), Thierry Henry en Cesc Fàbregas (Como) en Didier Drogba (Phoenix Rising) gingen hem al voor. Luka Modric werd vorig jaar minderheidsaandeelhouder van Swansea City. Kylian Mbappé bezit 80 procent van SM Caen, dat in de derde Franse divisie uitkomt. In de kleedkamer van Real kan hij ervaringen uitwisselen met Vinícius Júnior, die met investeerders de Portugese tweededivisionist FC Alverca kocht. Een divisie lager hoopt São João de Ver op de ‘mondiale visie, winnende mentaliteit en ambitie’ van de gepensioneerde rechtsback Dani Alves.
David Beckham, die sinds 2018 samen met de miljardairsfamilie Mas de Amerikaanse club Inter Miami bezit, is nu nog de bekendste oud-voetballer/clubeigenaar. Maar het is een kwestie van tijd voor sterspelers in hun nadagen Lionel Messi en Cristiano Ronaldo hem volgen. ‘Ik zou het mooi vinden om mijn eigen club te hebben, die van onderop te laten beginnen en te laten groeien’, zei de Argentijn al. De Portugese ster is nog ambitieuzer: ‘Ik hoop niet één club te bezitten, maar meerdere.’
De interesse van de populairste spelers van deze eeuw bewijst het: een eigen club is het nieuwste statussymbool van voetballers. De toppers verdienen tegenwoordig zo veel dat ze zich dat kunnen veroorloven, maar het is ook een belangrijke stap in hun emancipatie.
‘Veel mensen denken nog altijd dat voetballers alleen hersenen in hun voeten hebben’, zegt Kieran Maguire, docent voetbalfinanciën aan de Universiteit van Liverpool. ‘Maar er zijn veel welbespraakte, capabele en competente voetballers die de overstap kunnen maken van de kleedkamer naar de bestuurskamer.’
Dat was precies de wens van Johan Cruijff, die zich er kapot aan ergerde dat in de voetbalwereld zakenmensen de touwtjes in handen hadden. ‘Terwijl de een na de ander voor schut gaat’, zei hij ten tijde van de ‘fluwelen revolutie’ (vanaf 2010) bij Ajax. Volgens hem ging het vaak mis omdat mensen van buiten de sport minder goed met emoties kunnen omgaan.
‘Voetballers vinden niet zo snel iets spannend’, zegt ook Pérez. ‘Ik denk dat dat een voordeel is. Ik snap wel dat een club leiden niet zo simpel is, dat er meer bij komt kijken. Maar oud-spelers zullen niet het beleid laten bepalen door de laatste uitslag.’
Maguire, schrijver van het boek The Price of Football, denkt bovendien dat voetballers tegenwicht kunnen bieden aan investeerders. Zeker in Engeland zijn veel clubs in handen gekomen van buitenlandse fondsen, voor wie voetbal een manier is om geld te verdienen.
‘Daar is ook niks mee’, zegt de voetbalaccountant. ‘Maar het betekent wel dat er vaak beslissingen worden genomen die vooral goed zijn voor de eigenaren, niet per se voor de spelers en coaches. En vooral niet voor de fans, de levensader van het voetbal.’ Voetballers hebben volgens hem meer oog voor ‘de cultuur, de identiteit en de geschiedenis’ van clubs.
Fans reageren dan ook meestal enthousiast als een speler instapt, zeker als het gaat om een wereldtopper als Mbappé. Maar na een degradatie en het ontslag van de trainer waren de Caen-fans er al snel weer klaar mee. ‘Mbappé, Caen is niet jouw speeltje’, stond op een van de kritische spandoeken.
Bij de bescheiden Spaanse club Real Valladolid konden ze hun geluk ook niet op toen de Braziliaan Ronaldo, die rond de eeuwwisseling speelde voor onder meer PSV, Barcelona, Real en Inter, in 2018 aan de deur klopte. Volgens de nieuwe presidente zou de club best mee kunnen strijden om de Champions League-plekken. Maar verder dan jojo’en tussen ere- en eerste divisie kwam de club niet. Dik zeven jaar later is hij weer weg, tot grote vreugde van de fans.
‘Ronaldo is een van de beste voetballers in de geschiedenis, daar twijfelt niemand aan’, zei Mario Puertas, voorzitter van de supportersclub vorig jaar in The Athletic, de sportsectie van The New York Times. ‘Maar hij is ook een van de slechtste clubeigenaren ooit. Voor hij kwam, werd hij gezien als een god, nu als de duivel.’
Zo makkelijk is het dus nog niet om een club te leiden. Vraag het maar aan Clarence Seedorf, die in 2009 de Italiaanse club Monza kocht om die een paar jaar later stilletjes over te doen aan een zakenpartner, zonder zichtbare vooruitgang. Het patroon is vaak hetzelfde: hoge verwachtingen bij binnenkomst, al snel enorme teleurstelling en daarna opluchting als de speler ertussenuit knijpt.
‘Spelers worden vaak gebruikt door investeerders om een deal te verkopen’, legt Maguire uit. ‘Zij zijn dan het gezicht, hun betrokkenheid geeft zo’n aankoop legitimiteit.’
In de praktijk blijft de bemoeienis dan vaak puur financieel of oppervlakkig, zeker als spelers nog actief zijn. Zo heeft oud-Madridspeler Modric (nu AC Milan) Swansea nog niet bezocht. Zijn mede-aandeelhouder Snoop Dogg al wel: de rapper, zanger en acteur bezocht dinsdag voor het eerst een wedstrijd. Hij zegt enorm van voetbal te houden, maar het is niet uitgesloten dat hij het als een manier ziet om nog rijker te worden. Op de Winterspelen was duidelijk te zien dat hij een sportliefhebber is, maar de Amerikaanse tv-zender NBC betaalt hem daar flink voor.
‘Vaak wordt een club na zo’n overname nog steeds bestuurd door dezelfde soort mensen’, zegt zaakwaarnemer Rob Jansen. ‘Dan verandert er eigenlijk niks en dat is juist niet wat wij willen.’
De Hagenaar aast met een groep voetballers al sinds 2019 op het overnemen van een Engelse voetbalclub. Dennis Bergkamp, Phillip Cocu, Dirk Kuijt, Henrik Larsson en Ronald Koeman: ze zouden allemaal een rol moeten spelen. Het idee is om laag te beginnen en dan gestaag op te klimmen in de Engelse voetbalpiramide. Goede prestaties leveren daar flink wat geld op, want bij iedere promotie nemen de inkomsten uit tv-rechten toe.
‘Het is bijzonder, maar als topvoetballers met elkaar praten zijn ze het bijna altijd met elkaar eens’, zegt Jansen. ‘Ze lopen er alleen vaak tegenaan dat ze verantwoording moeten afleggen aan een raad van commissarissen met een accountant, een advocaat en de lokale Albert Heijn-manager. Terwijl ze niet geblokkeerd willen worden door derden.’
Jansen heeft een vijfjarenplan klaarliggen dat volgens hem lijkt op dat van Wrexham. Die club uit Wales kreeg met Hollywood-eigenaren Rob McElhenney en Ryan Reynolds wereldwijde bekendheid door de realityserie Welcome to Wrexham (vier seizoenen, vijftig afleveringen tot nu toe). Al hielp het ook dat de club door drie opeenvolgende promoties is opgeklommen naar de Championship, het tweede niveau in Engeland.
‘Het verschil is dat wij zelf echt bij zo’n club willen gaan werken’, zegt Jansen. ‘En dan stap voor stap omhoog. Een voetbalclub moet worden geleid door mensen met hart voor voetbal en hart voor die club.’
Om het plan te laten slagen is behalve een club ook geld nodig. Jansen en de spelers willen zelf een deel inleggen, maar zoeken ook investeerders. En wel met dezelfde ‘romantische naïeve’ insteek. De zaakwaarnemer is ervan overtuigd dat het geld gaat opleveren, maar tegen geïnteresseerden zegt hij ook: ‘Je moet er rekening mee houden dat het geld eigenlijk weg is.’
Tot nu toe zijn er inderdaad weinig voetballers rijker geworden van hun investeringen. Inter Miami is een van de weinige financiële succesverhalen, maar David Beckham had mazzel. Hij mocht voor een schijntje een nieuwe club oprichten toen hij in de Verenigde Staten, sowieso een voetbalgroeimarkt, ging voetballen.
‘Als iemand tegen me zegt dat hij een voetbalclub wil kopen, vraag ik altijd één ding’, zegt wetenschapper Maguire: ‘Hoeveel kun je je veroorloven om te verliezen? Dat bedrag moeten ze verdubbelen, want dat is waarschijnlijk wat ze kwijt zullen zijn. Mensen raken al snel gegrepen door voetbal, en daarom kan het ook een heel, heel dure hobby worden.’
Zo kan de droom van Cruijff – voetballers aan de macht – zomaar veranderen in een nachtmerrie. Nederlands beste voetballer aller tijden verloor overigens zelf ook ooit een groot deel van zijn vermogen, niet door een investering in een voetbalclub, maar door iets waarvan hij zeker geen verstand had: een varkensfokkerij.
Cruijff moest vanwege die geldproblemen terugkeren op het veld. Na zijn actieve carrière was hij bovendien, met succes, trainer van Ajax en Barcelona. Opvallend veel voetballers halen daar nu juist hun neus voor op. ‘Geen passie van mij’, zegt Beckham. ‘Te veel werk’, vindt Ibrahimovic. ‘Moeilijker dan zelf voetballen’, meent Cristiano Ronaldo.
‘Dat is ook omdat voetballers best wel lui zijn’, zegt Pérez eerlijk. ‘We willen niet te hard werken en trainers moeten zeker hard werken. Net als technisch directeuren, die zitten de hele dag met hun telefoon aan hun oor.’
In zijn geval zal het dan ook wel bij dagdromen blijven. ‘Het is natuurlijk ook een groot egoding. Zo van: ik zal even laten zien hoe je zo’n club kan leiden. Ik heb echt de illusie dat wij, voetballers, het beter zouden doen, maar nee, zeker is dat natuurlijk niet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant