Dat mag jij vinden Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze keer: de lagere inkomens moeten de kabinetsplannen betalen.
Zover ik weet pleitte niemand er tijdens de verkiezingscampagne voor om arme, zieke en oude mensen het leven nog wat zuurder te maken. Ook heb ik weinig politici zien beweren dat werken wel wat minder mag lonen, of dat armoede best mag toenemen. En misschien dat ik iets gemist heb, maar een vurig betoog om de rijken toch vooral te ontzien heb ik evenmin gehoord. Toch is dat alles het gevolg van dit coalitieakkoord. Er wordt fors geïnvesteerd in defensie, dat wordt betaald met een belasting die nogal bevoogdend ‘vrijheidsbijdrage’ wordt genoemd én door flink te bezuinigen op zorg en sociale zekerheid.
Je hoeft niet per se macro-econoom te zijn om te weten waar dan de klappen vallen. De planbureaus rekenden ons dus voor wat we al wisten; de koopkracht neemt voor iedereen af, maar het meest voor de lagere inkomens. Armoede zal toenemen. Dat is een keuze; je kunt er ook voor kiezen bijvoorbeeld de belasting op vermogen of bedrijfswinsten te verhogen, zoals experts adviseren. Maar blijkbaar vindt deze coalitie het een beter idee om de versterking van ons leger te laten betalen door de meest kwetsbaren.
Hoe verdedig je als politicus zo’n keuze? Dat konden we maandag zien bij de presentatie van het kabinet, waar NOS-journalisten korte gesprekjes voerden met de bewindspersonen. „Speeddaten”, noemde presentator Saïda Maggé het. Rob Jetten koos voor de verdediging zo-hadden-we-het-niet-bedoeld – toevallig ook de titel van een boek over de toeslagenaffaire. „Er zit geen partij in deze coalitie die de armoede wil laten oplopen”, zei hij als kersverse premier. Sterker nog, ze hadden in het coalitieakkoord nou juist afgesproken dat ze „armoede willen bestrijden”.
Dat komt over als mijn eeuwige strijd tegen overtollig buikvet; ik werk gigantische hoeveelheden chocolade met pralinévulling naar binnen, maar ik wil niet dat mijn gewicht toeneemt, sterker nog: ik heb juist met mezelf afgesproken vijf kilo af te vallen.
De nieuwe minister Sophie Hermans van Volksgezondheid deed het net even anders: „Ik realiseer me heel goed dat dit een van de pijnlijke maatregelen is uit het coalitieakkoord”, maar het moet wel als we willen dat „die zorg er straks ook nog is voor onze kinderen en kleinkinderen”. Dat is handig geformuleerd, want het lijkt nu alsof er geen andere keuze bestaat dan zieke mensen op te laten draaien voor de hogere zorgkosten, alsof je geen solidariteit kunt vragen van gezonde, rijke mensen.
Eelco Heinen van Financiën liet de spijtbetuiging achterwege: „Het belangrijkste is dat we veiliger en welvarender worden”, en daar horen nou eenmaal „scherpe keuzes” bij. Ook Heinen doet alsof die keuzes al vaststaan. De economie moet gewoon groeien en op de een of andere magische manier wordt iedereen daar beter van, wat de doorrekeningen ook zeggen.
Het rotsvaste geloof in de markt heeft veel weg van een religie. De rechtvaardiging van armoede zit ‘m in de wetten van het geld. Kom je er bekaaid vanaf, dan is dat je eigen schuld en heb je het goed voor elkaar, dan heb je dat verdiend. Die observatie is niet nieuw, de Duitse filosoof Walter Benjamin schreef ruim honderd jaar geleden al Kapitalismus als Religion. Gelovigen zijn lastig te overtuigen met rationele argumenten, ook al komen die van het Centraal Planbureau.
Dat religieuze vertrouwen bestaat ook bij andere economische ideologieën. In een Franse kunstenaarscommune leerde ik ooit een Tsjech kennen die de hele dag bezig was met de vraag hoe we het communisme het best konden herinvoeren. Wie suggereerde dat dat misschien óók geen ideaal systeem is, kreeg altijd hetzelfde antwoord: „It is the only way”.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag