Home

Met tactiek van bluf en tegenbluf spelen de Verenigde Staten en Iran een riskant spel

Hoe harder de Verenigde Staten en Iran elkaar bedreigen, hoe groter de afgang wanneer de dreigementen niet worden uitgevoerd. In zo’n gespannen situatie is het risico op oorlog groot, ook al gaan de landen donderdag opnieuw onderhandelen.

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.

Naar de echte inzet en intenties van beide partijen is het gissen nu de Verenigde Staten en Iran donderdag in Genève opnieuw gaan onderhandelen, maar in de analyses die alom worden gemaakt, springt één scenario voor een mogelijke uitkomst eruit: dat van een oorlog die niemand eigenlijk wilde.

Volgens dat draaiboek zijn de dreigementen van de kant van de VS (de ‘slechte dingen’, waarmee president Donald Trump schermt) en het samentrekken van een Amerikaanse oorlogsvloot in de wateren rond Iran vooral een kwestie van kanonneerbootdiplomatie. Ze zijn bedoeld om Iran zover te krijgen dat het in de onderhandelingen serieuze concessies doet.

Iets dergelijks geldt voor de Iraniërs. Hun gepoch over hun onverzettelijkheid en hun militaire kracht moet de Amerikanen ervan doordringen dat ze er onverstandig aan zouden doen de aanval te openen, en aan de onderhandelingstafel hun hand niet moeten overspelen.

Moeten aanvallen

In dit spel van bluf en tegenbluf lijken de VS, als de partij die steeds het initiatief heeft genomen op de escalatieladder, zichzelf in een uitzichtloze situatie te hebben gebracht (nogmaals: volgens eerder genoemd draaiboek). Als Iran in de onderhandelingen onvoldoende het hoofd buigt, zal het land wel móéten aanvallen, op straffe van gezichtsverlies en verlies van geopolitieke geloofwaardigheid. Dat zal Trump zich niet laten gebeuren.

‘Helaas is onderhandelen door te bluffen inherent onstabiel, vooral wanneer er zoveel wapens bij betrokken zijn’, zo schrijft de International Crisis Group. Alle kans op misrekeningen en zelfs bewuste provocaties. En hoe harder de dreigementen, hoe groter de afgang wanneer ze niet worden uitgevoerd. ‘In zo’n gespannen omgeving is de grens tussen gecontroleerde escalatie en ongecontroleerde oorlog gevaarlijk dun – en vaak pas achteraf als zodanig te herkennen.’

De Amerikaanse troepenopbouw in de regio roept herinneringen op aan de aanloop naar de Irak-oorlog van 2003. Er is echter één verschil. Toen waren de Amerikanen van meet af aan (zo bleek later) van plan aan te vallen en het regime van Saddam Hussein op te ruimen. De hardliners in de regering-Bush waren zelfs bang dat Saddam volledig zou voldoen aan de eisen die hem door de VN waren gesteld. Dat zou hun plannen hebben gedwarsboomd.

Nadelen oorlog

Dit keer lijkt die strijdvaardige vastbeslotenheid er niet te zijn, althans niet zonder de nodige twijfels. De VS zijn zich goed bewust van de nadelen van een oorlog. Het streven naar wisseling van regime wordt minder gretig omarmd dan in 2003. Gokken op de val van het regime is sowieso ongewis. Luchtaanvallen zullen niet voldoende zijn. Of zulke aanvallen tot een volksopstand zullen leiden is onzeker – nog afgezien van de vraag of zo’n opstand resulteert in het ineenstorten van het bewind.

Hoe dan ook is het bloedstollend. Nooit in de afgelopen 47 jaar is de kans op een grootschalige oorlog tussen de VS en Iran zo groot geweest, een oorlog die niet beperkt zal blijven tot Iraans grondgebied. Teheran dreigt Amerikaanse bases in de regio te treffen, het scheepsverkeer in de Straat van Hormuz kan doelwit worden, en uiteraard staat ook Israël op de hitlist van de Iraanse raketlanceerders. In Turkije wordt vooral gevreesd voor een vluchtelingenstroom vanuit Iran. Die kan Ankara, dat al onderdak biedt aan 3,5 miljoen Syriërs, er niet bij hebben.

Onduidelijk wat VS willen

Trump en zijn onderhandelaars zijn de afgelopen weken niet echt duidelijk geweest over wat ze van Teheran willen. De Iraanse langeafstandsraketten kwamen voorbij, vooral op aandrang van Israël, dat immers in hun schootsveld ligt. De steun aan groepen als Hezbollah, Hamas en de Houthi’s zou gestaakt moeten worden. Verder werd ‘het beschermen van Iraanse burgers’ genoemd, maar eigenlijk alleen door Marco Rubio, de minister van Buitenlandse Zaken. De vraag is hoe hard speciaal gezant Steve Witkoff deze kaarten donderdag gaat uitspelen, als ze überhaupt al aan de orde komen.

Op één punt is Trump heel duidelijk: Iran moet zijn nucleair programma opgeven. Elke toekomstige kans op een Iraans kernwapen moet worden uitgesloten. Dit is tevens het enige punt waarover de Iraniërs zeggen te willen praten, dus in theorie is het mogelijk dat hierover een compromis wordt bereikt, hoe ver de standpunten ook uit elkaar liggen. Of beide zijden bereid zijn stappen te zetten naar zo’n compromis, kan donderdag in Genève blijken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next