Club Victorine Vijf museumdirecteuren in Zuid-Holland delen lief, leed en adviezen in een groepsapp. ‘Ok meest saaie vraag ever misschien wel. Maar wie van jullie heeft er een ict-beleid?’
Club Victorine, met vlnr: Tanja Elstgeest, Femke Hameetman, Femke Haijtema, Janelle Moerman en Anne de Haij, in Museum Gouda, februari 2026.
Op 20 mei 2022 maakt directeur Femke Haijtema van Museum Gouda een groepsapp aan. „We zitten vast allemaal in vergelijkbare schuitjes en komen dezelfde knelpunten en uitdagingen tegen, dus ik dacht: let’s share!” Club Victorine wordt de roepnaam van de groep, waar vijf museumdirecteuren aan deelnemen. Victorine Hefting (1905-1993) was „een van de allereerste Nederlandse (én Zuid-Hollandse) vrouwelijke museumdirecteuren”, vandaar.
Femke Haijtema,Museum Gouda.Directeur sinds 2022
De vijf zijn van dezelfde generatie (de jongste is 42, de oudste 53). Vier zijn voor het eerst directeur, op dat moment pas sinds een paar maanden, een jaar of hooguit twee jaar. Naast Femke Haijtema gaat het om Tanja Elstgeest (Museum De Lakenhal in Leiden), Femke Hameetman (Dordrechts Museum), Janelle Moerman (Museum Prinsenhof Delft) en Anne de Haij (Stedelijk Museum Schiedam).
En ja, hun musea zijn, zoals het in de app staat, vergelijkbare schuitjes. Ze liggen in dezelfde provincie, worden door de gemeente gesubsidieerd, tonen stadsgeschiedenis en zijn tegelijk kunstmuseum. Hun subsidie vullen ze aan met eigen inkomsten als entreegelden, fondsen en sponsors, horeca en winkel. Ze noemen zichzelf ‘middelgroot’ (60.000 tot 100.000 bezoekers per jaar).
Van dit soort musea zijn er vele tientallen. Volgens de Museumvereniging – die voor de indeling uitgaat van de jaarlijkse omzet van een museum – is ongeveer een kwart van de Nederlandse musea ‘middelgroot’ (bijna de helft is ‘klein’). Ruim de helft heeft de gemeente als hoofdfinancier. Nederland telt 473 bij de Museumvereniging aangesloten musea.
Hoe bijzonder is ‘Club Victorine’ in die museumwereld? En wat levert zo’n appgroep op aan steun en adviezen – wat zijn met andere woorden de knelpunten en uitdagingen uit de app? Zou het voor die steun en adviezen trouwens verschil maken als er ook mannen in zaten?
Tanja Elstgeest, Museum De Lakenhal in Leiden.Directeur sinds 2021.
Voor Tanja Elstgeest van Museum De Lakenhal in Leiden, vertelt ze, „kwam Club Victorine als geroepen”. Ze werd directeur in coronatijd. „Er was niks, geen borrels, geen contacten. En ik wilde graag andere directeuren leren kennen, om te horen: waar lopen jullie tegenaan, hoe ga je daarmee om.” Femke Hameetman (Dordrecht): „Die app was een cadeautje. Omdat je advies kunt vragen natuurlijk, maar ook vanwege de herkenning: ‘Oh, dat heb ik ook’ – en dat je er dan om kunt lachen. Of, wat ook gebeurt: als ik dat van haar hoor, dan valt het bij mij nog best mee.”
Want, zeggen ze: je hebt natuurlijk je collega’s in het museum, maar daar kun je niet alles mee delen. Anne de Haij (Schiedam): „Die voelen – en dat is terecht, zo moet het ook – niet de druk die je hebt als directeur. Ik krijg regelmatig te horen wat het museum wel en niet zou moeten doen, vanuit de bakker op de hoek tot aan de gemeenteraad. En dat je dan in de app ‘gebeurt dat bij jullie ook’ kunt zetten.” Femke Haijtema: „Hoe verhoud je je tot de stad, hoe ga je om met de gemeente – die vragen zijn belangrijk voor ons soort musea.”
Er zijn meer appgroepen en netwerken in de museumwereld. Janelle Moerman – Museum Prinsenhof Delft is tot 2027 gesloten voor een grote renovatie – overlegt met directeuren van musea die ook worden of werden verbouwd. En alle vijf zitten ze ook in een andere groepsapp, van een stuk of vijftig museumdirecteuren.
Janelle Moerman, Museum Prinsenhof Delft.Directeur sinds 2017.
Maar Club Victorine is anders. Janelle Moerman: „Laagdrempeliger, losser.” Tanja Elstgeest: „In die andere app schrijf ik niet: ik had een vervelende dag vandaag.”
En wat ze allemaal zeggen: iedereen is open, wil alles wel delen. Anne de Haij: „We bezoeken ook elkaars museum. En dan vraag je hoe iemand fondsen heeft weten te werven. Of je vertelt hoe het je gelukt is die dure bruikleen naar je museum te krijgen. We delen de kennis die we hebben.”
Terwijl ze op een bepaalde manier ook concurrenten zijn, toch? Femke Haijtema: „Op zich wel, ja. Met bezoekers, bij fondsenwerving, in media-aandacht. Maar het is dat je ernaar vraagt, ik heb er nog nooit op die manier over nagedacht. En volgens mij is er ook plek genoeg voor al onze musea.” Tanja Elstgeest: „Heel eerlijk: we houden denk ik wel eens de kaarten tegen de borst, hoor. Bijvoorbeeld als je een keer een bepaalde kunstenaar of een bepaalde subsidie in wilt koppen.”
Dat Club Victorine bestaat uit vrouwen, is een beetje toeval. Precies in 2021 en 2022 werd in Zuid-Holland een aantal vrouwen museumdirecteur. Op dit moment is ruim een derde van de museumdirecteuren vrouw, aldus een opgave van de Museumvereniging.
Ervaren ze de museumwereld als een mannenwereld, met tweederde mannen als directeur? Femke Haijtema: „In mijn eigen organisatie zie ik vooral veel vrouwen, 90 procent van onze sollicitanten is vrouw.” Tanja Elstgeest: „Bij bijeenkomsten buitenshuis zag je eerst vooral mannen. Nu zie je meer vrouwen, het is gemengder geworden. Maar ik ervaar het museale systeem wel als mannelijk: het is indertijd vormgegeven door mannen. Wij proberen nu interdisciplinair te werken, in plaats van in verschillende afdelingen: dat is minder hiërarchisch. Je kunt dat vrouwelijker noemen. Of eigentijdser.”
En de appgroep, zouden daar ook mannen in kunnen zitten? Janelle Moerman: „Volgens mij wel, het gaat om het delen van informatie en dat is vakinhoudelijk. We zitten ook niet te roddelen of zo.” Anderen zijn minder pertinent. „Vrouwen durven eerlijker te zijn over wat niet goed gaat”, zegt Anne de Haij. „Dat je zegt: het is de laatste tijd wat rustiger in het museum, is dat bij jullie ook zo?” Tanja Elstgeest: „In algemene zin houden mannen vaker een goed verhaal, ze zullen niet snel zeggen dat ze vannacht ergens wakker van hebben gelegen.”
Femke Hameetman,Dordrechts Museum.Directeur sinds 2022
Hoe dan ook noemen ze zich zonder uitzondering ‘directeur’, niemand zegt van zichzelf dat ze een ‘vrouwelijke directeur’ is. „Dat is nog nooit in mij opgekomen”, zegt Janelle Moerman. Femke Hameetman: „Je zegt toch ook niet ‘blonde directeur’?”
Maakt het dan ook niet uit of een directeur een man of een vrouw is? Femke Haijtema: „Ik denk dat het tonen van kwetsbaarheid niet per se vrouwelijk, maar gewoon goed leiderschap is. Alleen kom je als vrouw zonder goed leiderschap niet aan de top, dus wordt die kwaliteit vaak aan het vrouwzijn gekoppeld.” Janelle Moerman: „Wat ik herken bij vrouwen is de ambitie om van hun museum het allerbeste te maken. We zijn niet bezig met onze carrière, maar met het nu van ons museum.” Anne de Haij: „Ik denk dat je met meer vrouwen aan de top andere musea krijgt. Wij zijn sensitiever naar de buitenwereld, naar wat er om ons heen speelt – en hoe we ons daartoe willen verhouden.”
Gaat het over de knelpunten en uitdagingen uit de app, dan is het onderwerp financiën nooit ver weg. Alles is duurder geworden, terwijl de subsidie vaak niet mee steeg – of erger. De fondsen waar ze een beroep op doen voor tentoonstellingen – de subsidie dekt vaak alleen de huur van het gebouw en de kosten van personeel – worden overvraagd, zeggen ze. Verder komen er steeds meer private musea die „meer geld hebben en sneller kunnen schakelen” (Tanja Elstgeest). Waar ze ook op wijzen: dat ze niet een groot museum zijn, maar wel geacht worden dezelfde dingen te doen. Goed lopende tentoonstellingen organiseren, een vriendenvereniging onderhouden, net als een educatieve afdeling, zorgen voor horeca en een winkel.
Anne de Haij,Stedelijk Museum Schiedam. Directeur sinds 2021
En dan is er nog letterlijk de vraag van het overleven. Anne de Haij (Schiedam): „Hiervoor werkte ik in Kunstmuseum Den Haag. In zo’n stad twijfelt eigenlijk niemand aan het bestaansrecht van dat museum. Maar in onze gemeentes zijn de middelen schaars, dus staat ook het museum om de paar jaar ter discussie.”
Museum Gouda dreigde een jaar of vijftien geleden opgeheven te worden. Dat liep goed af, wel krijgt het museum sinds dat moment een kwart minder subsidie.
Maar wat ook gebeurt: eind februari stemde de gemeenteraad van Gouda in met een verbouwing van het monumentale, niet voor iedereen toegankelijke en door vocht aangetaste museumgebouw, die 10 miljoen euro kost. Op de avond van het raadsbesluit zette Femke Haijtema een foto van de uitkomst in de app van Club Victorine. Het was al na elf uur, maar iedereen was nog op en feliciteerde haar.
Op 27 februari 1926 wordt in Den Haag de Vereeniging van Directeuren van Nederlandsche Musea opgericht. Onder de oprichters bevinden zich de directeuren van het Rijksmuseum voor Volkenkunde, het Fries Museum, het Scheepvaartmuseum, Museum de Lakenhal, het Openluchtmuseum en Museum Zutphen. De vereniging beoogt belangenbehartiging en uitwisseling van ideeën.
Honderd jaar later zijn bij de Museumvereniging 473 musea aangesloten. Die musea werden in 2024 zo’n 30 miljoen keer bezocht. Ruim een kwart van de bezoekers kwam uit het buitenland. Bijna een derde van de bezoekers bezat de Museumkaart. Nederland telt 1,5 miljoen Museumkaarthouders.
Musea over de geschiedenis van stad of streek zijn de meest voorkomende categorie. Ongeveer een vijfde van de musea zijn kunstmusea. Zij zijn goed voor het grootste deel (46 procent) van de totale museale omzet (1,31 miljard euro). Kunstmusea zijn over het algemeen grote, goed bezochte musea.
De inkomsten van musea bestaan voor de helft uit overheidssubsidies (rijk en gemeente vooral), de andere helft zijn eigen inkomsten (entreegelden, horeca en winkel, sponsors en fondsen). Als gevolg van gestegen kosten voor personeel en huisvesting, sloten volgens de Museumvereniging veel musea 2024 af „met een negatief bedrijfsresultaat”.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden