Home

De geologie van de hele wereld ligt in Nederland gewoon op straat

Stadsgeologie Restanten van oceaanbodems en oeroude gebergtes zijn in steden overal te vinden. Maar je moet er wel oog voor hebben. Op pad met geoloog Bernd Andeweg.

Fossielen in de straatstenen op het Max Euweplein in Amsterdam.

Het Amsterdamse Leidseplein is op vrijdagmiddag een warboel van luid bellende trams, fietsende scholieren, toeristen met rolkoffers en zoemende e-bikes die rakelings langs elkaar heen scheren. Te midden van die eindeloze stroom mensen bestudeert een man op zijn gemakje de gevelstenen van de Apple Store.

Bernd Andeweg.

Het is Bernd Andeweg, geoloog en docent aardwetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij leidt het project Urban Geology, dat een NWO-wetenschaps­communicatiebeurs kreeg. Op de onlangs gelanceerde gelijknamige website kan de amateurgeoloog, aardrijkskundedocent of liefhebber stedelijke routes door het hele land vinden langs gesteentes „in gevangenschap”. Want hoewel de meeste geologie zich in Nederland diep onder de grond bevindt, ligt het ook gewoon op straat. Van oceaanbodem tot oeroud gebergte: een snelcursus gesteenten op het Leidseplein.

Het rondje dat Andeweg uitstippelde begint bij de Apple Store, dat in het monumentale Hirschgebouw huist. De buitenkant bestaat uit grote blokken zandkleurige steen, Andeweg volgt met zijn vinger de fijne lijntjes erin. Sommige zijn vrijwel horizontaal, andere lopen schuin naar beneden of in een lichte bolling. „Dit is niet geverfd: dit is zoals het gevormd is. Je ziet dat laagjes elkaar afsnijden. En dat kan alleen als de een er al was, voordat de ander werd neergelegd.” Hij wijst op een steen onder in een hoek. „Maar deze ligt op zijn kop!”

Andeweg pakt zijn telefoon erbij. Die vervangt tegenwoordig af en toe de geologenloep, aldus de docent. „Als je een foto maakt, kun je hem makkelijker doorgeven aan de rest in het veld.” Stukken praktischer dan met een potloodje op een rots priegelen terwijl iedere student door zijn eigen loepje tuurt. „Als je ver inzoomt, zie je dat het allemaal zandkorreltjes zijn met ruimte ertussen.” Zandsteen is afgezet door stroming, water of lucht. „In dit geval waarschijnlijk wind: het zijn oude duinen. Het is allemaal kwarts.”

Deze specifieke zandsteen komt uit Noordoost-Frankrijk, weet Andeweg. Zo’n 250 miljoen jaar oud is-ie. Zandsteen zit in Nederland ook diep onder de grond. Het is het gesteente waar het Groningse gas in zit en dat nu voor aardwarmte of ondergrondse CO2-opslag ook interessant is.

Zandsteen op de gevel van de Apple Store, gedeponeerd in lagen.

Rugosa, een solitair hoornkoraal.

Soorten stenen

Stenen, in het wild en in de stad, vallen in drie hoofdcategorieën: sedimentair, zoals de zandsteen, die zich laagje voor laagje vormde door afzetting. De tweede soort is magmatisch gesteente, ontstaan door het afkoelen van magma of lava – diep in de aarde of aan de oppervlakte. Die steensoorten zijn hard en massief, zoals graniet. En de derde is metamorf gesteente, die ontstaat doordat een van de bovenstaande types onder hoge druk of temperatuur verandert van structuur.

De steen onder de zandsteen is trouwens ook interessant, wijst Andeweg. Graniet. Die bestaat uit kwartskorrels, grijsgekleurd hier. En glimmers, die zelfs zonder zonlicht schitteren. De doffe witte stukjes ertussen zijn veldspaten. Als graniet eenmaal uit de continentale korst aan de oppervlakte komt, erodeert het langzaam. De kwartskorrels vormen het zand van de zandsteen. Andeweg: „Dus op zich ligt het hier wel netjes, zo onder die zandsteen.”

De „uit de hand gelopen hobby” begon als tijdverdrijf tijdens corona, vertelt Andeweg. „Ik begon veel rondjes te lopen over de Zuidas.” En hij begon om zich heen te kijken, naar de stenen op straat. Over interessante stenen in steden zijn al verschillende boeken geschreven, maar die richten zich vaak op een specifieke stad. Andeweg miste een plek waar al die informatie voor heel Nederland verzameld wordt. Dus maakte hij die website zelf, bouwend op het werk van zijn voorgangers.

We lopen een stukje verder – over de grijze granieten stoep – langs debatcentrum De Balie. Andeweg houdt halt bij de zuilenboog voor het Max Euweplein. Hij buigt zich naar het onderste deel van de zuilen, met grijze steenplaten met witte plekjes erop. De onoplettende voorbijganger, zo ook de verslaggever en fotograaf, zal denken dat de witte vlekken viezigheid zijn. Stukjes kauwgum, misschien, vogelpoep, verwering. Maar geen fossiel van een paar honderd miljoen jaar oud.

„Het zijn allemaal verschillende solitaire koraaltjes”, wijst Andeweg, zijn neus bijna tegen de steen gedrukt. „Hier zit een mooie brachiopode, een soort schelp. En hier, een soort zee-egel. Het kan niet missen: dit was de bodem van de zee.” In de donkere kalksteen zitten de fossielen in groepjes bij elkaar. Hij maakt zijn vinger nat en wrijft over de steen. Het contrast met de fossielen wordt scherper. Dat deze kalksteen zwart is, komt door de koolstof in de steen. Gevormd in een zee met weinig zuurstof. „Dan weet ik: het was een heel rustige zee. Het komt uit een zuurstofarme zone.”

De zuilen voor het Max Euweplein, vol witte fossielen van een paar honderd miljoen jaar oud.

Waar deze steen precies vandaan komt, weet Andeweg niet. „Het zou uit de Ardennen kunnen zijn. Maar voor de Ardennensteen is hij wel aan de lichte kant.”

Stadsgeologie kan niet tippen aan het echte veldwerk in de bergen, zegt Andeweg. „Dit is natuurlijk volledig uit z’n verband gerukt: je kunt er niet veel van leren. Maar het is wel leuk als je fossielen uit deze tijd wil zien. Doordat de platen zo mooi gepolijst zijn, heb je een heel mooie doorsnede. Ik zie weleens dingen dat ik denk: had ik het maar eerder in het veld gezien, dan had ik het beter begrepen.” In Enschede zag hij bijvoorbeeld een keer heel dikke steenplaten, uit China. „Daar zaten allemaal kleine kalkbolletjes in; water verzadigd met kalk in de branding, dat vormt bolletjes die rondrollen. En ineens zag ik van de zijkant echt die golvende structuur, alsof ik zelf in dat water snorkelde.”

De volgende pilaar. „Hier zie je oude aders. Als je kalksteen onder druk zet, lost het een beetje op. Maar als er dan ergens een scheurtje ontstaat, dan gaat dat opgeloste kalk daar weer in komen.” In het veld zou je dan kunnen zien hoe het gesteente in elkaar gedrukt is, uit welke richting. Maar met een plak op een pilaar is die context verdwenen.

Andeweg wijst een fossieltje aan. Op de pilaren de groenwitte gneisen.

Het begint te miezeren, we lopen een paar meter verder, naar de overdekte doorloop naar het plein. De groen-witte steen op de pilaren is bijna kunstzinnig golvend gevormd. „Dit zijn gneisen, metamorf gesteente die onder hoge druk en temperatuur in de aarde zaten, tientallen kilometers diep. En daar mag je nu gewoon met je handen aanzitten, dat is toch bijzonder!”

„Moet je je voorstellen hoe vreselijk veel kracht je nodig hebt om stenen te kunnen plooien. Op een bepaald moment werd het deels vloeibaar – niet echt: mensen moeten niet denken dat het stroomde.” Waar deze stenen vandaan komen, weet hij niet. „Het is in ieder geval in een oud gebergte ooit gewonnen. Dit soort dingen komt vaak uit Noorwegen of Zweden, die contreien.”

Door naar de volgende stop, voor het casino. Onderweg knielt Andeweg op een trapje, een man met een klein hondje aan de lijn kan hem net ontwijken. Tussen de platgetrapte kauwgum wijst hij een fossiel aan. „Dit is een mooie grote.” Bij het casino, weer een pilaar, een glimmende zwart-groene, boven een asbak. „Dit is larvikiet, uit de regio rond Larvik, Noorwegen.” Het lijkt op graniet en is ook een magmatisch gesteente, maar bevat een stuk minder kwarts en vooral veel veldspaten.

Een tip voor de amateurgeoloog in spe: focus op oude gebouwen. „Ik ging met studenten vaak naar een gebouw op de Zuidas met een heel mooie vloer om dingen te analyseren. Maar nu komt er een nieuw bedrijf en die heeft de hele vloer eruit gerukt.” En toen hij zelf nog studeerde toog hij als eerstejaars eens naar de Amsterdamse Nieuwmarkt, waar de professor prachtige gesteenten had beloofd. Eenmaal op locatie bleek de steen in kwestie overgeverfd.

Met name de gebouwen uit de tijd dat de stenen nog per schip aangevoerd werden, vindt Andeweg interessant. Toen kwamen de stenen van minder ver en daardoor zijn ze makkelijker te traceren. Maar: „Als mensen gewoon willen genieten en om zich heen willen kijken naar mooie dingen: dat kan overal.” Het gaat bij Urban Geology niet om deze specifieke plekken, of bepaalde routes. Andeweg hoopt dat mensen zélf leren kijken. „Ik vind het leuk als ik mensen op iets kan wijzen waar ze nooit over nagedacht hebben.”

Hoewel je als amateurbioloog met legio apps zelf aan het identificeren kunt slaan, is AI een beroerde geoloog. Eén en dezelfde soort gesteente kan bijvoorbeeld verschillende kleuren en texturen hebben. En de onlinedatabase van goed geïdentificeerde gesteentes is te klein. Andeweg: „Er zijn meer vogelaars in het land dan stenenlikkers. Het is misschien iets minder aaibaar.” Tik, lik, loep, is daarnaast het credo van de geoloog, zegt Andeweg: tikken, likken, de loep erbij pakken. En dat kan AI niet.

Nog een laatste stedelijke ontsluiting. Op de pui van Le Pub, op de hoek waar de Leidsestraat begint. In het café speelt Real Madrid op de televisie. Wij kijken naar de muur, van een donkergroene steen met veel wit erdoorheen. „Dit is oude oceaanbodem. Serpentiniet. Als je dit tegenkomt in een gebergte, weet je dat er ooit oceaan heeft gezeten die ertussen gevouwen is.” Serpentiniet is de oceaankorst waar water in de vorm van zuurstof en waterstof is opgenomen in de kristallen. Ook deze donkere steen is sulfaatrijk, gevormd in een zuurstofarme omgeving. De tegels eronder zitten weer vol fossielen, uit Ierland.

Of hij zelf nog een rondje door de stad kan lopen zónder naar gesteenten te kijken? „Moeilijk. Ik was laatst met mijn dochter in Parijs en toen heb ik echt mijn best gedaan. Maar we stonden in de rij voor de Arc de Triomphe en dan sta je oog in oog met zulke mooie stenen…”

Straatstenen vol fossielen (en kauwgum) uit Ierland in de Leidsestraat.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next