Home

Op hardcorefeest Kings of Core wordt de dansvloer in honderd stukjes gehakt: ‘De sfeer is nergens te evenaren’

Het valt aan de buitenwereld lastig uit te leggen, maar op hardcorefeest Kings of Core in Groningen begrijpen de gabbers de aantrekkingskracht van 180 beats per minuut: keihard beuken, alles vergeten en omringd zijn door gelijkgestemden.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Stroboscopen buitelen over elkaar heen. De dansvloer wordt in honderd stukjes gehakt. Blote, gespierde torso’s. De geur van zweet en deodorant. Een beat zo hard dat je stem ervan trilt. En dan: vuisten gaan tegelijk de lucht in. ‘This. Is. My. Legacy.’ Je kijkt een vreemde aan. Hij kijkt terug. En zonder iets te zeggen, snap je... tsja, wat eigenlijk?

‘Lastig onder woorden te brengen.’ Roy (29) probeert het zijn vrienden – liefhebbers van Nederlandstalige muziek – weleens uit te leggen. De rust die hij ervaart als hij in de auto naar hardcore luistert. De verbroedering op de dansvloer. Maar voor hen blijft het gewoon teringherrie.

Wat maakt het nachtleven zo opwindend? In de rubriek Het is een nacht schuimt de Volkskrant elke twee weken met een groep de nacht af.

‘Terwijl de sfeer op hardcorefeesten nergens is te evenaren’, zegt Roy, terwijl hij met een gelukzalige grijns en gehuld in een Thunderdome-shirt richting Noxiouz draait, een van de dj’s die zaterdagnacht staat geprogrammeerd in de Suikerunie in Groningen. In deze oude suikerfabriek aan de rand van de stad worden al jaren feesten gegeven, waaronder Kings of Core, een jaarlijks terugkerend hardcorefeest waar zo’n drieduizend gabbers op afkomen.

Roy is hier met collega Nadine. Ze heeft co-ouderschap. Haar leven in één zin: ‘De helft van de tijd een brave moeder, de helft van de tijd feestbeest.’ Met Roy ging ze eerst ‘als test’ naar Defqon. Dat beviel. Nu gaan ze vaker samen op pad. ‘Maandag zitten we weer in een serieuze meeting’, gniffelt ze.

Kermis

Ook onderdeel van het gezelschap: Kevin (30). Via via komen aanwaaien. Zijn vrienden staan boven bij het hoofdpodium, waar toegankelijkere hardcore wordt gedraaid, met namen als Promo en Noize Suppressor. Op een groot scherm flitsen visuals in razend tempo voorbij. Via een trappenhuis en een imposante hal vol betonnen pilaren bereik je de andere zalen.

Kevin houdt van ‘uptempo’, gedraaid in de kelder, een snoeiharde subcategorie die vooral de jongere generatie aanspreekt. Boven het gedreun van Noxiouz vertelt Kevin dat hij ’s zomers op de kermis werkt, achter de kassa van de breakdance. ’s Winters verkoopt hij oliebollen. Het is hard werken, zeven dagen per week, van ’s ochtends tot ’s avonds. Maar twee maanden per jaar is hij vrij. Dat is nu.

Daarom staat Kevin vannacht naar hartenlust te hakken, zijn shirt strak om zijn lijf, zijn oorbel glinsterend in het licht. Hij kan wel wat afleiding gebruiken. Zijn vriendin heeft hem onlangs uit hun woonwagen gemieterd. Zijn kinderen ziet hij nauwelijks meer. Gelukkig kon hij terecht bij vriendin Angela, die hij van de kermis kent. Beiden bleken van hardcore te houden – ook zij is vannacht hier – en nu woont hij tijdelijk bij haar. Gabbers helpen elkaar. ‘Logisch toch?’

Verstand van zaken

In de Save the Vinyl-zaal, waar early gabber uit de jaren negentig op plaat wordt gedraaid, is het publiek beduidend ouder en alternatiever. Het clichébeeld van de kale gabber is hier ver te zoeken. Veel piercings, tattoos, lange haren.

Femmy (38), liefhebber van het eerste uur – ‘menig feestje in de Maassilo gehad’ – doet een poging het publiek van vannacht te duiden. ‘Bij de main stage heb je hardcore van na het millennium. Wat commerciëler, zeg maar.’

Ze knikt naar de andere kant. ‘In de uptempozaal staan vooral gasten die heel veel drugs gebruiken, willen beuken en veel op hun telefoon zitten.’ En hier? Haar blik spreekt boekdelen: hier staan gabbers met verstand van zaken.

Haar oog valt op twee meisjes in trainingspakken, hun haren strak naar achteren gebonden in paardenstaarten. ‘Gabberkids’, noteert ze droogjes. Met een waaiertje, dat als dirigentenstokje dient, slaat ze de maat van de muziek. Haar benen volgen, trefzeker.

Dan bestudeert ze een man voor haar, met een tattoo van een zwaard met vleugels in zijn nek. ‘Ik heb hem net gevraagd of het de bedoeling is dat zijn hoofd eruitziet als een rozenknop.’

Beuk verkopen

Ha, daar is Roy weer. Hij heeft de oversteek gewaagd van uptempo naar vinyl. Deze muziek bevalt hem. Eigenlijk alles wel, nu de xtc is ingeslagen. Er volgen diepe gesprekken. Over de scheiding van zijn ouders. Over het nieuwbouwhuis dat hij met zijn vriendin heeft gekocht. Over zijn tijdelijke onderkomen bij zijn schoonouders. Conclusie: wat een lekker feestje.

Kevin is spoorloos verdwenen, Nadine ook. ‘Geen probleem’, zegt Roy. ‘Het laatste wat je moet doen op feesten is proberen bij elkaar te blijven.’

Het is vier uur ’s nachts en inmiddels staat Tec-9 met Putty achter de knoppen, tot groot genoegen van het publiek, dat hier groot vakmanschap in herkent. Behendig wisselt hij van plaat. Nog een uurtje, dan sluit de fabriek. Alles wordt uit de kast getrokken. Na een lange generale repetitie is de nacht eindelijk bij de finale beland.

Werd er eerder nog discreet gebruikt, nu verdwijnen er openlijk puntjes speed en coke in gulzige neuzen. De dansmoves worden er, alle chemische middelen ten spijt, niet beter op. ‘Zin om die gast een beuk te verkopen’, verzucht Femmy als een doorweekte man met een permanente grijns voor de zoveelste keer tegen haar aan schopt.

Schuimbekken

Roy gaat nog even terug naar de uptempozaal, om het laatste half uur met dj The Dope Doctor mee te pakken. Na afloop doet hij verslag: ‘Er was een gast die me recht aankeek en daarna zó achterover viel’, zegt hij, terwijl hij ter illustratie zijn hand naar achteren slaat. ‘Hij schuimbekte en maakte stuiptrekkingen.’

Tijd voor afscheid. Knuffels. ‘We gaan dit vaker doen.’ Het soort beloftes dat zelden wordt ingewilligd. Buiten hangt een nevel rond de suikerfabriek, alsof die nadampt van de nacht.

Sommige namen in dit artikel zijn om privacyredenen gefingeerd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next