Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Het zijn ongeveer 35 stappen van de receptie van de sportschool naar de glazen deuren. Als je een beetje doorstapt doe je er een seconde of tien over. Dat tijd relatief is, komt zelden duidelijker tot uitdrukking dan op het moment dat je een deur voor iemand openhoudt. Daar kom ik nu weer eens achter.
Met een glimlach op mijn gezicht en mijn lijf bevroren, mijn ene been buiten de deur, het andere nog binnen, voorkom ik met mijn rechterhand dat de glazen deur dichtvalt.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De mensen voor wie ik de deur openhoud, zijn twee vrouwen. Ze zijn net klaar met sporten en lopen kletsend vanaf de receptie naar de buitendeur. 35 stappen, 10 seconden. Ze praten over hoe snel hun kinderen uit hun kleren groeien. ‘En met schoenen gaat het helemaal snel, maar die zijn dan ook wel ook gelijk opgebruikt.’
Later zal ik denken dat dit het moment was waarop ik had moeten afhaken. Gewoon, omdat ze nog te ver weg waren en niets doorhadden. Want hoe lang hou je een deur open? De meningen zijn – het zal verdomme eens niet – verdeeld. Op Reddit zegt iemand 5 seconden. Iemand anders zegt ‘40 feet’, dat zich vertaalt naar 12 meter. ‘Lock eyes’, geeft hij als tip. Kijk ze aan.
Ja, kan, maar dat heeft ook iets dwingends. Maar goed, niets mis met enige dwang. Als dat nodig is om je hoffelijkheid erkend te krijgen, soit. Wie zei dat het leven makkelijk was? Ik, ik zei dat. Maar toen was ik 28 en dronken.
Daarbij: mannen zijn wilde dieren tot het tegendeel is bewezen. En dat tegendeel ben ik nu aan het bewijzen door deze deur nu al dagen, weken open te houden. Ik heb honger, ik heb dorst, al mijn spieren doen pijn, ik heb in mijn broek gepoept, vier keer, maar ik moet en zal laten zien dat ik bij de goeien hoor. Dankbaar zullen ze zijn, voor mijn bestaan.
Nou, daar zijn ze hoor. Nog steeds druk in gesprek. Ik heb geen gevoel meer in mijn hand en als ik ernaar kijk, zie ik dat het slechts nog botjes zijn. Op het moment dat de vrouwen er zijn laat ik de deur los, zodat die langzaam achter ze dicht kan vallen. Blijkbaar ben ik de afgelopen 10 seconden zo veel afgevallen dat ik onzichtbaar ben geworden, want ze lopen langs me alsof ik er niet sta.
Nu heb ik niet alleen een deur veel en veel te lang opengehouden, maar heb ik een deur veel en veel te lang opengehouden zonder ervoor bedankt te zijn. Een prestatie. ‘Laten we snel weer even op het terras een borrel drinken’, zegt de ene vrouw tegen de andere. Ja, doe dat lekker.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant