DEN HAAG - 'Ketchup kan met bloed geassocieerd worden, toch?', vraagt de rechter aan verdachte Muis L. 'Ja, dat was zeker de associatie. Wat er gebeurt in Palestina gaat echt alle perken te buiten.' De 62-jarige L. uit Nijmegen ontkent het besmeuren van het CIDI-kantoor in Den Haag niet. Maar L. handelde niet vanuit jodenhaat.
Muis L. staat samen met activiste Trees L. uit Hilversum (geen familie) terecht. De twee hebben op 25 augustus vorig jaar ketchup en meel tegen de gevel van het pand in Den Haag gegooid waar het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) is gevestigd.
Muis L. vertelde dat het eigenlijk de bedoeling was om bij de Tweede Kamer te demonstreren, maar dat het niet mogelijk bleek om daar te komen. In de Kamer was een debat over een mogelijk verbod op producten uit de Westelijke Jordaanoever.
'Ik was net op de Westbank geweest. Ik heb daar vrijwilligerswerk gedaan. Ik wilde mijn stem laten horen, maar dat mocht alleen op het Malieveld. Toen knapte er iets in me en ben ik meegegaan met de mensen die van deze actie wisten', aldus Muis L.
De rechter wil weten of de actie gericht was tegen Israël, het CIDI, of joden in het algemeen, maar dat was het volgens L. geen van allen. 'Het was tegen dat ons land geen maatregelen neemt, en het CIDI zegt tegen de Nederlandse overheid: je moet daar niks aan doen.'
Het was volgens Muis L. niet de bedoeling om aan te zetten tot haat of discriminatie. Ook Trees L. heeft daar geen moment over nagedacht, zei ze tegen de rechter.
'Het is nooit mijn bedoeling geweest om mensen pijn te doen op grond van hun geloof. Ik hou van joden, maar ik zou graag zien dat zionisme aangepakt zou worden. Dat essentiële verschil wil ik graag naar voren brengen.'
De medewerkers van het CIDI hebben de bekladding heel anders beleefd, zo bleek uit de slachtofferverklaring die de organisatie heeft ingebracht bij de rechtbank.
'Wat daar die middag gebeurde, was geen willekeurige bekladding van een gevel. Het was een gerichte actie tegen een herkenbare organisatie, op een herkenbare locatie.'
'De rode substantie die over muren, ramen en deuren werd gegoten, riep onmiskenbaar associaties op met bloed. Dat effect was evident. Dat was geen bijproduct - dat was de bedoeling', aldus de slachtofferverklaring.
'Voor onze medewerkers voelde dit niet als vandalisme, maar als een duidelijke boodschap: wij weten waar jullie werken. Wij weten jullie te vinden. Dat is geen abstracte ervaring. Dat is een directe aantasting van de persoonlijke veiligheid.'
'Het was een strak geregisseerde aanval waarbij het vooropgezet plan was om dit te registreren en te verspreiden. De verdachten wisten dat maar al te goed, het was een onlosmakelijk onderdeel van hun plan.'
CIDI-directeur Naomi Mestrum kan niet zoveel met de opmerking van Trees L. dat ze joden en zionisme los van elkaar wil zien. 'Het woord zionisme is zo besmet geraakt, het is zo lastig. Dat je joods bent wil niet zeggen dat je het eens bent met alles wat de regering van Israël doet, maar zionisme is gewoon dat je vindt dat de staat Israël mag bestaan.'
Terwijl de zitting nog gaande was, kwam bij de vertegenwoordiging van het CIDI in de rechtbank het bericht binnen dat het kantoor opnieuw doelwit was van een actie.
Een vrouw bekladde de voordeur en een raam dinsdag rond het middaguur met ketchup en plakte pamfletten op de ruiten. Ook schold ze een medewerkster uit voor 'zionistische stinkhoer' en 'genocidesupporter'. De vrouw werd aangehouden door de politie.
Mestrum reageert gelaten op de nieuwe besmeuring. 'Het hangt natuurlijk samen met de zaak van vandaag. Dat wordt dan weer een nieuwe zaak. Afwachten maar wat het OM daar mee doet, of ze het weer beschouwen als vernieling.' Ze heeft meteen aangifte gedaan.
'De acties gaan wel verder dan bekladden. Medewerkers hebben zich echt geïntimideerd gevoeld. Je kan de muren wel schoonmaken, maar dat gevoel laat zich niet zo makkelijk wegwassen. Het was ook niet alleen ketchup. Ik weet niet wat het wel was, maar ik zou het niet aan mijn kind geven.'
L. en L. beklaagden zich in de rechtbank ondertussen over hun aanhouding. Ze zijn beiden 's ochtends om zeven uur uit hun huis gehaald. Dat had wel wat minder hardhandig gemogen, vonden ze.
De zitting duurde dinsdag langer dan gepland, en omdat de advocaten van de verdachten bijna een uur wilden pleiten, was er geen tijd om de zaak af te maken.
De raadslieden wilden sowieso liever dat de zaak niet zou worden behandeld door een politierechter, maar door een meervoudige kamer met drie rechters.
Dat verzoek wees de politierechter af. Ze gaat de zaak zelf verder afdoen op 23 maart. Dan volgt ook meteen de uitspraak.
Source: Omroep West Den Haag