Home

Opinie: ‘De Chinees’ is geen neutraal label, maar een zweep die littekens achterlaat

Taal is macht. Woorden kunnen een gemeenschap klein maken en diepgeworteld racisme blootleggen.

‘In mijn gedachten was Chinees zijn niet goed’, zei filmmaker Julie Ng in het NPO Radio 1-radioprogramma Met het Oog op Morgen, terwijl ze vertelde over haar documentaire Meer dan Babi Pangang. Het is een pijnlijke maar eerlijke weergave van haar ervaring, opgroeiend in Nederland en een die ik en vele andere Nederlanders met Aziatische en Chinese roots met haar delen. Want opgroeien in Nederland als iemand met een Aziatisch uiterlijk staat gelijk aan afgeranseld worden met een zweep.

‘Heb je al gegeten?’ In mijn familie was dat de begroeting, vaak uitgesproken nog voordat je je jas uit had. Geen praktische vraag, maar een manier om te zeggen: ik zie je, je bent welkom, er is voor je gezorgd. In veel Aziatische gemeenschappen functioneert eten als een sociale taal. Je vraagt naar eten om eigenlijk naar elkaar te vragen.

Die zin opent een venster op iets groters: hoe migratiegeschiedenis zich nestelt in het alledaagse. In routines, in smaken, in dingen die je herhaalt zonder ze ooit ‘erfgoed’ te noemen. En misschien helpt dat venster ook om een hardnekkige Nederlandse gewoonte beter te begrijpen: het gemak waarmee we al decennia spreken over ‘de Chinees’.

Over de auteur

Hui-Hui Pan is oprichter en directeur van Pan Asian Collective (PAC), het expertisecentrum voor verhalen vanuit Aziatische perspectieven in Nederland. Ze groeide zelf op als kind van Chinese restaurantouders.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Doordrenkt met vooroordelen

‘De Chinees’ betekent voor velen: afhalen. Babi pangang, foe yong hai, zondagavond met Studio Sport. Het lijkt onschuldig. Want wat is er mis met ‘de Chinees’? ‘Chinezen zijn toch hardwerkend? Daar hebben we nooit last van…’

De weerbarstigheid is dat je als restaurantkind met Chinese roots iets anders leert: dat ‘Chinees zijn’ zo doordrenkt is met vooroordelen dat je een lopende schietschijf bent. Opgroeien zonder rolmodellen, zonder representatie. In plaats daarvan ontvang je dagelijks ‘grappig bedoelde’ opmerkingen. Racistische bejegeningen, van de hele menukaart tot ‘slinkse Chinezen’. Heel eerlijk: je bent makkelijk wild.

Taal heeft effect. Als je jarenlang gereduceerd bent tot een label, voel je dat. En wie dat label opgeplakt krijgt, leert: ik ben niet goed genoeg.

Tijdens de recente Olympische Winterspelen zag je hoe snel dat label een wapen werd. Bij de 1.000 meter op de olympische schaatsbaan werd Joep Wennemars de pas afgesneden door Lian Ziwen. Lian had opeens geen naam meer, maar werd door de media alleen nog maar ‘de Chinees’ of ‘die Chinees’ genoemd. Zijn identiteit werd weggevaagd, wat de deur opende voor een vloedgolf aan racistische opmerkingen, tot aan doodverwensingen toe.

Opeens ging het niet alleen meer over de fout van deze Chinese schaatser, maar over ‘de Chinees’ en Chinezen in het algemeen. Gereduceerd tot een label voelde iedereen de pijn van de zweepslagen die men nogmaals en publiek ontving.

Dit is geen incident. Anti-Aziatisch racisme is diepgeworteld. In de jaren dertig voerde Nederland een systematisch deportatiebeleid tegen Chinese zeelieden. Ze werden ‘ongewenste vreemdelingen’ genoemd, opgepakt en teruggestuurd. Een ambtenaar schreef in 1931 over Chinezen als ‘ander Aziatisch ongedierte’. Nederlandse vrouwen die met Chinese mannen trouwden, verloren hun staatsburgerschap. Ze werden statenloos. Niet omdat ze iets misdaan hadden, maar omdat ze van een ‘verkeerd ras’ hielden.

Dat beeld – ‘de Chinees’ als bedreiging, als ‘geel gevaar’ – is ons met de paplepel ingegoten. Toen, tijdens corona, en nu. En het werkt nog altijd door: in de manier waarop Julie Ng als kind leerde dat Chinees zijn ‘niet goed’ was. In de manier waarop Lian Ziwen op de Winterspelen opeens geen naam meer had. In de manier waarop De Limburger een column publiceerde met precies dezelfde oude clichés: ‘Slinkse Chinezen’, hond- en katgrappen, Pekingeend als punchline. Sommigen noemen dit satire. Maar satire is geen vrijbrief als het moeiteloos aansluit op een repertoire dat al generaties een hele gemeenschap kleiner maakt.

Drie gebeurtenissen in één week. Drie zweepslagen. Dezelfde pijn.

Onzichtbare kinderen

Ik groeide op in een Chinees-Indisch restaurant. Achter de vertrouwde routine van afhaal ging een wereld schuil die je als gast nooit zag: kinderen die onzichtbaar moesten zijn, de vele eieren voor de foe yong hai, het ritme dat zich in je lijf nestelt.

Wat buitenstaanders ‘vernederlandst’ noemden, was voor ons praktische creativiteit: koken met wat er was. Julie Ng laat in haar documentaire zien hoe dit eten onderdeel werd van de Nederlandse cultuur. Maar wijzelf? Wij bleven buiten beeld. Behalve als decorstuk. Behalve als punchline. Behalve als ‘de Chinees’.

Die restaurants verdwijnen. Hoge huren, een generatie die stopt, kinderen die iets anders willen. Logisch. Maar er verdwijnt meer dan een eetgelegenheid. Er verdwijnen plekken waar je als kind leerde dat je onzichtbaar moest zijn om geaccepteerd te worden. Plekken waar migratiegeschiedenis zich afspeelde, zonder dat iemand het erfgoed noemde.

‘De Chinees’ is dus geen neutraal woord. Het is geen warme deken. Het is een zweep. Generaties lang heeft het meegegeven: wie je bent, is niet goed genoeg. Het duikt op precies op het moment dat iemand ‘fout’ zit. Het slaat een veelstemmige geschiedenis plat.

Net zoals Julie Ng zich schaamde voor het Chinees zijn, kennen vele Chinese Nederlanders en iedereen die hier opgroeide met een Aziatisch uiterlijk datzelfde gevoel. Je bent niet goed genoeg, je bent anders, je hoort er niet bij.

Dus aan redacties, journalisten: noem mensen bij hun naam. Juist als het spannend wordt. Vraag naar hun verhalen in plaats van ze in te vullen. Schrijf over werk, over generaties, niet over typetjes. Want taal heeft effect. Elke dag. En wie de zweep niet voelt, hoeft hem ook niet kwijt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next