Home

Parijs was Gerhard Richter, een club vol testosteronhelden en een sok op straat

De rij voor de Gerhard Richtertentoonstelling in Parijs was een meter of tweehonderd lang. De herinnering aan het vliegveld was niet ver weg. Ik heb het vliegveld leren omarmen. En zoals een Fransman tegen me zei: ‘In Amerika heeft zelfs de progressieve medemens geen last van vliegschaamte.’

Je zou zeggen dat daar andere zaken urgenter zijn, maar dat is oneerbiedig jegens de opwarming. Is het eigen leven urgent?

Richter was beter dan het vliegveld. Er was een zaal waar foto’s hingen die door het Sonderkommando in Auschwitz waren gemaakt, daar werd de bezoeker gewaarschuwd dat die foto’s hem zouden kunnen choqueren. Men was, zo bleek, veel gewend.

Drie heren liepen met zonnebrillen door de tentoonstelling. Ik vermoedde dat ze een oogontsteking hadden, maar misschien zetten ze hun zonnebril alleen af voor dode meesters.

Ik rende door de tentoonstelling, om 5 uur wilde ik in de buurt van de Boulevard de la Tour-Maubourg zijn. Verder had ik me voorgenomen deze dag geen wijn te drinken. Soms moet je broodnuchter zijn.

Ik fietste door Parijs zoals ik vroeger door Amsterdam had gefietst, in het volste besef dat ik geen held ben. Ik zal er ook geen meer worden. Ook zonder heldendom kun je min of meer waardig sterven.

De dag van Gerhard Richter werd voortgezet in een club in het eerste arrondissement waar de helden vol zaten met testosteron. Je moet wat om de nog net levende schilders te eren.

Ik bestelde tonic.

Niemand droeg een zonnebril. Een man danste alleen. Er is een beroemd gedicht van Rilke over een panter in een kooi. Veel panters in deze club. En ach, de kooi.

Om een uur of half twee eindigde de dag van Richter op de Avenue de l’Opéra in de regen. Er lag een sok op straat.

Ik liet hem liggen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next