Home

Ervaren vogelaars hebben afwijkende hersenen (maar wat zegt dat?)

Neurologie Allerlei vormen van training zouden goed zijn voor het brein. Schaken bijvoorbeeld, of musiceren. Nu blijken bij vogelaars bepaalde hersengebieden ook anders te zijn. Betekent dat dat vogels kijken gezond is?

Zeer ervaren vogelaars, die veel vogelsoorten snel kunnen herkennen, vertonen verschillen in hun brein ten opzichte van niet-vogelaars. Specifieke hersengebieden die belangrijk zijn voor waarneming, aandacht en geheugen zijn bij de vogelaars complexer van structuur en ook actiever tijdens een vogelherkenningstaak dan diezelfde hersengebieden bij leken. Dat schreven Amerikaanse onderzoekers maandag in het Journal of Neuroscience.

Die hersengebieden leken bij de oudere vogelaars ook nog eens relatief minder veroudering te vertonen, hoewel dat statistisch net niet waterdicht was. Het bijbehorende persbericht suggereert dat vogels kijken een goede training is van je waarneming, aandacht en geheugen – en dat het zou kunnen helpen bij cognitief gezond ouder worden.

Het onderzoek past in een lange rij studies naar de effecten van specifieke training op het brein. Schaken, muziek maken, sporten, meertaligheid, denkpuzzels: het zou allemaal ‘goed zijn voor je brein’, je ‘slimmer maken’ of zelfs beschermen tegen dementie. „Maar daar zijn vrijwel altijd kanttekeningen bij te plaatsen”, reageert Wouter Weeda, universitair hoofddocent methodologie en statistiek bij het Instituut Psychologie van de Universiteit Leiden. Hij was niet bij de nieuwe studie betrokken, maar kan er vanuit zijn specialisatie – statistiek van hersenonderzoek – wel iets over zeggen.

„Er zijn bij dit soort studies twee zaken relevant”, zegt Weeda. „De eerste is causaliteit. Uit dit type experiment kun je niet afleiden dat het een het ander veróórzaakt.” Het kan ook zijn dat mensen eerder expert worden op een bepaald gebied omdát hun hersenen iets anders in elkaar zitten, merkt hij op. Of dat er een andere onderliggende factor is die de gevonden verschillen verklaart. Bijvoorbeeld dat de vogelaars meer bewogen, vaker buiten waren of minder stress hadden.

Causaliteit kun je wel onderzoeken door twee groepen niet-getrainde proefpersonen langere tijd te volgen, waarbij je één groep intensieve training geeft en de andere niet – maar ze verder wel hetzelfde laat doen. In dit geval bijvoorbeeld naar buiten gaan. Dan kun je kijken of de mensen in de trainingsgroep wél bepaalde hersenveranderingen vertonen en mensen in de controlegroep niet.

Ingewikkeld en kostbaar

„Dit onderzoek heeft dat niet gedaan: het is een momentopname”, zegt Weeda. „Heel begrijpelijk.” Zo’n perfect gecontroleerde, langdurige proefopzet met een scanner is ingewikkeld en kostbaar, legt hij uit. Er zijn een paar bekende studies die wel over langere tijd keken naar hersenveranderingen onder invloed van training, onder meer bij mensen die leerden jongleren (Nature, 2004) en beginnende taxichauffeurs die alle straatjes van Londen leerden kennen (Current Biology, 2011). Die vertoonden in de loop van jaren structurele hersenveranderingen. Weeda: „Deze studie past prima in dat plaatje, al is het correlationeel bewijs.”

Maar dan nog is er de tweede vraag die volgens Weeda relevant is: maken deze hersenveranderingen je ook slimmer of scherper op ándere vlakken? Of word je door die intensieve training alleen maar heel goed in die ene superspecifieke vaardigheid? „Er zijn veel aanwijzingen dat dat laatste het geval is”, zegt Weeda. „Taken in de scanner laten zich sowieso nauwelijks vertalen naar gedrag in de echte wereld. Al met al is er weinig bewijs van transfer: overdracht van vaardigheden tussen verschillende domeinen.”

Tot slot had Weeda wat betreft de veroudering van het vogelaarsbrein liever meer proefpersonen gezien. Toch vindt hij het onderzoek interessant. „Het is origineel, en het zit verder prima in elkaar”, zegt hij. „De onderzoekers keken naar de complexiteit van het hersenweefsel, maar ook naar de activiteit ervan. De interessante vraag is: welke van de twee is er nu eerst? Wat gebéúrt er nu echt in het brein bij leren, veroudering of hersenziekten?”

Al dit soort studies dragen bij aan een beter begrip van hoe de hersenen werken, benadrukt Weeda. „We komen er steeds meer achter dat het brein plastischer is dan we voorheen dachten. Dat maakt het heel interessant om te blijven kijken naar die link tussen gebruik en verandering van het brein.” En veel buiten zijn heeft allerlei gezondheidsvoordelen, ook mentale, besluit hij. „Dus als je met vogelen ook nog eens je brein kunt trainen, dan lijkt me dat win-win.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next