Het is een lokale kwestie, maar zeker niet onbelangrijk, want alle politiek is lokaal, zoals het heet. In dit geval is de locatie gemakkelijk te bepalen: het Anton de Komplein, in Amsterdam-Zuidoost. En midden op dat plein staat, inderdaad, Anton de Kom (1898-1945), de Surinaamse antikoloniale schrijver en activist, die ook in Nederland een verzetsstrijder was. Hij stierf op 24 april 1945, in het Duitse concentratiekamp Neuengamme. Datum en plaatsnaam zijn veelzeggend.
Maar nu even over het aanhoudende rumoer rond Anton de Kom, althans, rond zijn monument in Amsterdam, dat is gemaakt door kunstenaar Jikke van Loon. Het gaat hier uitdrukkelijk om een eerbetoon aan de schrijver van Wij slaven van Suriname, voor het eerst verschenen in 1934, met inmiddels meer dan dertig drukken.
In 2006 stond het het monument er, „na een lang proces van inspraak van bijvoorbeeld de zoon van Anton de Kom en bewoners van Zuidoost”, zoals Het Parool vermeldt.
Vanuit de grond, lijkt het wel, rijst de torso van De Kom op, statig als een boom. Jikke van Loon haalde een gele kabbes, tropisch hardhout uit Suriname, om het beeld uit te houwen. Het beeld heeft een naakt bovenlichaam. Van Loon in een opinie in Het Parool: „Ik zocht naar hoe het mens-zijn, het denken, een emotie zich uitdrukt in een lichaam. (…)verwijzend naar zijn innerlijk ijkpunt waar hij kracht (…) vandaan haalde (…).”
Maar dat naakte torso was vanaf het begin de heikele kwestie voor critici: hoezo naakt? Hoezo een torso, en niet een man in pak met hoed, zoals Anton de Kom bij leven wel gefotografeerd is?
Daar kan ik antwoord op geven: omdat het monument geen foto is. Omdat socialistische- of sociaal-realistische kunst niet per se ‘antikoloniaal’ is of ‘progressief’. Omdat het om de verbeelding van Anton de Koms’ erflating gaat. Omdat het compliment ‘hij lijkt precies’ misschien treft als het om het beeld van Andre Hazes gaat op de Amsterdamse Albert Cuyp, maar geen recht doet aan de veelomvattendheid van De Kom.
Maar dat naakte bovenlichaam bleef het tere punt, omdat het De Kom als slaafgemaakte man zou typeren. Nee, ‘slaafgemaakte mannen’ droegen indertijd geen hoed of pak, die gingen amper gekleed. Des te meer reden, zou ik denken, om de man die zich onderdeel wist van Wij slaven van Suriname geen hoedje op te zetten. Zijn naaktheid is een nieuw herwonnen, heroïsche naaktheid, voorbij de slavernij. Of is die naaktheid voorbehouden aan Le Penseur van Rodin? Is dat niet betamelijk voor een zwarte, Surinaamse man? Dat zijn oude, koloniale hebis (geestelijke lasten) en als zodanig een slecht ijkpunt, zeker voor een sculptuur van De Kom.
Kunstenaar Van Loon schreef het zelf in Het Parool: „Ik zou nu waarschijnlijk ook een ander beeld maken(…).” Een bekentenis, een zelfbeschuldiging? Het beeld was nu ineens vogelvrij. Drie weken later liet de Amsterdamse wethouder Touria Meliani (kunst en cultuur, GroenLinks) in dezelfde krant weten: „Er is een duidelijke roep om dit beeld aan te passen, en ik wil ruimte geven aan dat geluid”. Het politieke vonnis is geveld en de kunstenaar zelf mocht er nog net mee instemmen.
Twintig jaar heeft het De Kom-beeld mogen bestaan. Het zijn niet de leukste landen, waar monumenten het niet langer dan één generatie uithouden. En hoe krijgen we kunst in het openbaar die geen tegenspraak oproept? Het recept, als concept: beleg een buurtvergadering en plak de uitgewerkte notulen aan de muren.
Ik vrees dat de verwijdering van het Anton de Kom-monument deel moet uitmaken van Touria Melianis erfenis als wethouder. De gemeenteraadsverkiezingen zijn aanstaande, zij kan nog net iets achterlaten: het Amsterdamse beeld dat er niet meer is.
Dat is een spookbeeld.