Home

Onder Jetten gaat de ‘veilige burger’ vóór diens grondrechten

De rechtsstaat

En, hoe komt de rechtsstaat uit het nieuwe regeerakkoord tevoorschijn? In ieder geval is de reactionaire migratie-agenda van de PVV vrijwel ongeschonden meeverhuisd. Inclusief het ongrondwettelijke denaturalisatie-plan: alleen van toepassing op Marokkaanse en Turkse Nederlanders met twee paspoorten. Inclusief strafbaarstelling van (hulp bij) illegaal verblijf. En daar is ook weer de vertrouwde gietijzeren repressieve VVD-retoriek, waar het pre-akkoord van CDA en D66 nog afstand van hield. Sterker, dat bevatte geen letter over ‘Justitie en Veiligheid’. In dit akkoord komt het woord ‘veilig’ daarentegen in allerlei samenstellingen 97 keer voor. Angstige tijden.

Bij rechts-liberaal gaat de zorg voor de ‘veilige burger’ vóór diens grondrechten. De (democratische) rechtsstaat werd maar twaalf keer genoemd en ‘vrijheid’ vijftien keer. (On)veiligheid lokt ook ideetjes uit, langs de lijn strenger, hoger, harder, en natuurlijk eerder. Het blijft de pet die álle politici past. Zie bijvoorbeeld het plannetje om ordeverstoorders bij demonstraties zwaarder te laten bestraffen. Om demonstranten makkelijker ‘bestuurlijk’ te laten ‘verplaatsen’.

Meer macht voor het bestuur zit ook in de nieuwe „politiestrafbeschikking” voor kleinere delicten. Het zit in de opdracht om dragers van verboden gezichtsbedekking „sneller” te beboeten dan nu. In de eufemistische „adviesplicht” bij „signalen van huiselijk geweld” voor onderwijzers en artsen, waarvoor kennelijk het medisch beroepsgeheim moet wijken. „Klikplichten horen niet in een rechtsstaat”, corrigeerde het Nederlands Juristenblad. Dat merkte ook op dat er herhaaldelijk „minder regeldruk” werd beloofd. Een „goed […] streven” maar het betekent dus ook: burgers vertrouwen. En ‘scharrelruimte’ toestaan aan ambtenaren. Exact het tegenovergestelde van wat al jaren de houding is van de overheid: controle en handhaving. „Spannend”, noemt NJB-commentator Ybo Buruma dat. De ironie lonkt en het papier is geduldig. Maar probeer het vooral…

Het minderheidskabinet blijkt ook vóór een wet naar Brits voorbeeld (Clare’s Law) die de politie verplicht om te openbaren of een (nieuwe) liefdespartner een historie van geweld heeft. Desgevraagd, maar ook op eigen initiatief. Daar wordt straks dus aan de deur gebeld: de wijkagent! „Goedemiddag, ik kom u iets vertellen over uw nieuwe vriend/ schoonzoon/ vriendin.”

Maar eerlijk is eerlijk, dit akkoord is ambitieus bij het structureel versterken van de democratische rechtsstaat. Het is daarin wel degelijk ook een D66-akkoord. Er is geluisterd naar de almaar ongerustere publieke opinie: de rechtsstaat krijgt „onderhoud”. Overigens was ook het vorige kabinet, vooral dankzij NSC, rechtsstatelijk vooruitstrevend, geïnspireerd door de toeslagenaffaire en het Groningse gaswinningsdossier. Alleen kwam er weinig van terecht.

Of de voorgestelde vernieuwingen nu wel van het papier af komen, valt dan ook te bezien. Zeker met een minderheidskabinet waarvoor een regeerakkoord eerder een onderhandelingsagenda vormt dan een doe-lijst. Dat geeft zo’n akkoord wel iets voorwaardelijks: hervorming van het kiesstelsel voor de Eerste Kamer, invoering van een terugzendrecht, eenvoudiger behandeling van grondwetswijzigingen in een „Verenigde Vergadering”. Dat moeten die senatoren straks ook zélf nog willen.

Dat de Raad voor de Rechtspraak voortaan buiten politieke bemoeienis om wordt benoemd, is winst en ook makkelijker te realiseren. Iets dergelijks kan ook gelden voor benoemingen in de Kiesraad en de nog in te stellen „Nederlandse Autoriteit Politieke Partijen”. Een hogere kiesdrempel kan versplintering tegengaan, maar de nieuwe regering gaat dat slechts „onderzoeken”.

Meer gewicht aan voorkeursstemmen bij Kamerverkiezingen toekennen, lijkt dan een harder voornemen. En de voorgespiegelde „integrale wet op de politieke partijen” zal vast eisen stellen aan interne partijdemocratie. Dat vooruitzicht joeg de splitsing van de PVV overigens al aan. Dat burgers voortaan formulieren niet meer foutloos hoeven in te vullen, dankzij het „recht op vergissen”, is potentieel belangrijk. Ook de verplichte overheidscommunicatie in „begrijpelijke taal” is fijn. En een aanfluiting dat zoiets in een regeerakkoord terecht moet komen.

Meest verreikend is vermoedelijk het (herhaalde) plan om (decentrale) constitutionele toetsing van wetten van de Staten-Generaal mogelijk te maken. En wel door de hele rechtspraak. Niet in een apart Hof. Dat scheelt een hoop geld, voorkomt competentiekwesties en profileringsdrang. Hoeveel ‘hoogste rechters’ kan een land aan? Na de Hoge Raad, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, de Centrale Raad van Beroep en de Raad van State zou een Constitutioneel Hof ‘hoog rechtscollege nummer vijf’ zijn geworden. Van dat al gereserveerde budget worden nu cellen gebouwd. Daarvan is de noodzaak inderdaad groter.

Dat de Rechtspraak een eigen begroting krijgt, maakt deze staatsmacht politiek zichtbaarder en zelfstandiger, wat het vertrouwen kan versterken. Althans de verdenking kan helpen bestrijden dat ‘rechters’ ook maar aan de touwtjes van de minister bungelen.

De rechtsstaat

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next