Universiteiten en hogescholen Achtereenvolgende kabinetten sleutelden aan een wetsvoorstel om internationalisering van het hoger onderwijs te beperken. Ook het kabinet-Jetten wil aanpassingen, maar gaat minder ver. „We hebben internationaal talent nodig voor de toekomst van ons land.”
Leden van het Rotterdams studenten corps verwelkomen aankomende studenten van de Erasmus Universiteit Rotterdam die kennis met elkaar komen maken en de universiteit.
De Wet internationalisering in balans (Wib) is een boetseerwerkje waar al jaren aan wordt gewerkt door verschillende kabinetten. In het wetsvoorstel staan maatregelen om de internationalisering van het Nederlandse hoger onderwijs te beteugelen. Soms wordt er wat afgeschaafd, dan wordt het werkje weer opgebouwd en in een iets andere vorm gekneed, dan snijdt een ander kabinet er toch weer een stukje af.
Niet verrassend dus dat het kabinet van de nieuwe premier Rob Jetten (D66), dat deze maandag op het bordes staat, ook andere plannen met de Wib heeft dan het kabinet-Schoof. Waar de vorige onderwijsminister Eppo Bruins (NSC) het wetsvoorstel strenger maakte, wil kabinet-Jetten juist een ingrijpende maatregel schrappen, zo staat in het coalitieakkoord. De nieuwe regering vindt het belangrijk dat universiteiten en hogescholen „meer mogelijkheden” krijgen om „internationaal toptalent” aan te trekken.
Vooral op universiteiten is de instroom van internationale studenten sinds 2015 flink toegenomen. In piekjaar 2022-2023 kwam meer dan een derde (zo’n negentienduizend) van de eerstejaarsstudenten uit het buitenland. Al in 2018 vroegen universiteiten de politiek om hulp bij het beheersen van de internationale instroom, die leidde tot overvolle collegezalen, een steeds groter tekort aan studentenkamers en een dreigende verdringing van Nederlandse studenten bij bepaalde studies. Een eerder voorstel liep politiek vast.
Nu wil kabinet-Jetten dus een belangrijke maatregel uit de Wib schrappen. Daarover zo meer. Eerst de maatregelen die het nog wél wil invoeren. De eerste is een numerus fixus (een maximum aantal studenten wordt toegelaten tot een studie) voor studenten van buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Veel internationale studenten in Nederland komen uit een EER-land, maar het invoeren van een numerus fixus voor hen is „juridisch lastig”, volgens een woordvoerder van koepelorganisatie Universiteiten van Nederland (UNL).
Het aantal internationale studenten kan ook beperkt worden door een numerus fixus in te stellen op alléén de Engelstalige variant van een studie. Denk bijvoorbeeld aan psychologie, die op veel universiteiten een Nederlandstalige en Engelstalige richting heeft. Deze manier van selecteren mogen universiteiten sinds het huidige collegejaar al toepassen, dankzij een amendement dat de VVD in 2024 indiende op een andere, al bestaande wet. De fractie wilde onderwijsinstellingen, in afwachting van de Wib, alvast een mogelijkheid geven om de instroom van internationale studenten te beheersen.
De tweede maatregel die kabinet-Jetten wil invoeren is een „noodfixus”. Zo kan op het laatste moment, bij een onverwacht hoog aantal aanmeldingen, toch nog een numerus fixus toegepast worden op een Engelstalige studie.
De belangrijke maatregel die het nieuwe kabinet uit de Wib wil schrappen is de ‘toets anderstalig onderwijs’. Het idee was dat de onderwijsminister met deze toets zou gaan bepalen of een bacheloropleiding in het Engels mag worden aangeboden (bijvoorbeeld omdat de opleiding in een krimpregio wordt gegeven). Zowel al bestaande Engelstalige opleidingen als nieuwe Engelstalige opleidingen zouden getoetst worden. Deze maatregel kon gelijk op veel kritiek van, voornamelijk, universiteiten rekenen. Ze vonden dat die hun autonomie te sterk aantastte. De toenmalige onderwijsminister Robbert Dijkgraaf (D66) trok zich die kritiek aan en creëerde behoorlijk wat ruimte voor uitzonderingen waardoor veel opleidingen waarschijnlijk tóch in het Engels gegeven zouden mogen worden.
Maar toen kwam zijn opvolger Eppo Bruins (NSC) en die maakte de uitzonderingscriteria strenger. Hij benadrukte dat de Wib niet alleen bedoeld was om de instroom van buitenlandse studenten te beteugelen, maar ook om het Nederlands als onderwijstaal te waarborgen. „Kennis van en vaardigheid met de Nederlandse taal is van groot belang voor het verdere werkende leven en zorgt voor binding met Nederland”, schreef hij in het najaar van 2024 in een Kamerbrief.
De universiteiten hadden het idee dat ze voor de poorten van de hel stonden en beraadden zich. In het voorjaar van 2025 kwamen ze via koepelorganisatie UNL met een plan. Van bepaalde studies zouden ze de Engelstalige variant opheffen op voorwaarde dat de toets anderstalig onderwijs voor het al bestaande Engelstalige onderwijsaanbod zou verdwijnen uit de Wib. Volgens UNL dreigde die toets „veel te rigoureus” in te grijpen in het opleidingsaanbod, „waardoor de meerwaarde van internationalisering verdwijnt voor het onderwijs, de wetenschap en de arbeidsmarkt”. Het plan was dat onder meer alle Engelstalige psychologieopleidingen in de Randstad zouden verdwijnen. Ook zou een aantal economische en bedrijfskundige studies overgaan op het Nederlands als onderwijstaal, waaronder econometrie aan Tilburg University.
Niet lang daarna nam de Tweede Kamer een motie aan waarin stond dat de toets voor het bestaande aanbod inderdaad uit de Wib zou moeten verdwijnen. Afgelopen zomer liet Bruins aan de Tweede Kamer weten dat hij de motie zou uitvoeren, maar dat de inhoud van het wetsvoorstel dan dermate zou veranderen dat het opnieuw voor advies naar de Raad van State (RvS) zou moeten. Vorige maand werd het aangepaste voorstel naar de RvS gestuurd.
Terwijl de soap omtrent de Wib voortduurde, nam de groei van het aantal internationale studenten in Nederland de afgelopen jaren al voorzichtig af. Iets wat Bruins ook benoemde in zijn Kamerbrief van afgelopen zomer: „De context rondom internationalisering is in beweging.” Waren er in piekjaar 2022 nog zo’n 19.000 buitenlandse eerstejaarsstudenten aan universiteiten, in 2024 waren dat er ruim 17.000 en afgelopen jaar ruim 16.500.
Een verklaring voor die afnemende groei is dat universiteiten zijn gestopt met het actief werven van buitenlandse studenten. Ook raden ze studenten af om naar Nederland te komen als ze nog geen kamer hebben gevonden en is er op sommige Engelstalige studies een numerus fixus gezet.
En nu wil kabinet-Jetten de taaltoets dus helemáál uit de wet halen, waardoor ook nieuwe Engelstalige opleidingen niet meer getoetst zullen worden. „Wij vinden de balans van belang”, zegt Ilana Rooderkerk, Tweede Kamerlid voor regeringspartij D66 met onderwijs in haar portefeuille. „Het vorige kabinet sloeg door naar: alles moet in het Nederlands. Natuurlijk moeten de instellingen grip hebben op de instroom van internationals. Daar gaan we ook verdere, bindende, afspraken met ze over maken. Maar er is inmiddels ook al heel veel gebeurd vanuit de instellingen zelf en dat heeft invloed gehad op de instroom. Bovendien hebben we internationaal talent nodig voor de toekomst van ons land.”
In het coalitieakkoord staat ook het voornemen om „het huidige anderstalige aanbod” in stand te houden. Dat zou betekenen dat het plan van de UNL om bepaalde studies op te heffen niet meer uitgevoerd hoeft te worden. Rooderkerk bevestigt dat.
Dat is goed nieuws voor onder andere de Engelstalige bachelor psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, die vanaf 2028 zou verdwijnen. „Ik ben wel opgelucht”, zegt Marjan Gorgievski, opleidingsdirecteur van de Nederlandstalige en Engelstalige bachelor. Al houdt ze ook een slag om de arm: het nieuwe kabinet is een minderheidskabinet, wat betekent dat er voor alle plannen in het coalitieakkoord steun gevonden moet worden bij de oppositie. „En de werkelijkheid is ook dat het aantal internationale studenten aan Erasmus nog steeds onvoldoende daalt”, zegt Gorgievski. Maar ze heeft goede hoop dat de opdracht om dat aantal te verminderen nu niet alleen bij psychologie komt te liggen.
Met een numerus fixus probeert de Erasmus Universiteit de internationale instroom bij psychologie al te beperken, door vierhonderd studenten toe te laten op de Nederlandstalige variant en tweehonderd op de Engelstalige.Minder dan tweehonderd moet het niet worden, vindt Gorgievski. „Het moet wel een volwaardige opleiding blijven. Internationale studenten hebben meerwaarde voor onze psychologiebachelor. Denk bijvoorbeeld aan het vak cross-culturele psychologie dat we geven. Bovendien wil je ook niet dat er zo weinig plekken zijn op de opleiding dat mensen niet meer mee durven te doen aan de selectie.”