Film Zijn beeldtaal had grote invloed op films als Alien, Blade Runner en The Fifth Element. Toch kent buiten Frankrijk bijna niemand zijn werk. In Art Sin Fin, een boek van tweeduizend pagina’s, neemt Alejandro Jodorowsky (97) het woord.
Het boek ‘Art Sin Fin’ brengt het hele oeuvre van de Frans-Chileense filmmaker Alejandro Jodorowsky voor het eerst samen.
De bekendste film van Alejandro Jodorowsky (1929) is de film die hij niet heeft gemaakt. Halverwege de jaren zeventig probeerde de Chileens-Franse filmmaker Frank Herberts sciencefictionroman Dune te verfilmen. Jodorowsky wilde Salvador Dalí als de galactische keizer, Orson Welles als de corpulente schurk en Mick Jagger als diens gewelddadige neef. Pink Floyd zou de soundtrack maken. Vanuit een atelier in Parijs, ver weg van Hollywood, verzamelde Jodorowsky het team dat de film moest maken. Striptekenaar Jean Giraud, beter bekend als Moebius en na Hergé de invloedrijkste stripkunstenaar van Europa, tekende meer dan drieduizend storyboards. H.R. Giger, de Zwitserse kunstenaar wiens werk eruitziet alsof lichamen en machines in één nachtmerrie zijn samengesmolten, ontwierp de planeet van de schurken. Jodorowsky zelf speelde de scènes voor met zijn lichaam terwijl Moebius naast hem zat te tekenen. Na twee jaar liepen de kosten en ambities zo uit de klauwen dat geen enkele studio het meer wilde financieren.
De film heeft nooit bestaan, maar de beeldtaal wel. Die ging mee met het team dat zich over Hollywood verspreidde. Dan O’Bannon, die bij Dune de special effects zou doen, schreef het scenario voor Alien en haalde Giger en Moebius erbij. Giger ontwierp het buitenaardse wezen uit de film, dat glimmende zwarte lichaam met die langgerekte schedel, en won er een Oscar voor.
Ridley Scott baseerde het regenachtige, neonverlichte Los Angeles van Blade Runner onder meer op The Long Tomorrow, een korte strip die Moebius en O’Bannon samen hadden gemaakt. Luc Bessons The Fifth Element leende zo openlijk bij The Incal, de strip die Jodorowsky en Moebius ondertussen hadden gemaakt, dat Jodorowsky en Moebius hem voor de rechter sleepten. De documentaire Jodorowsky’s Dune uit 2013 maakte de invloed van het Dune-team op Hollywood breed bekend. Het is een goed verhaal, alleen gaat het over de restanten van een mislukt project, niet over wat Jodorowsky zelf heeft gemaakt.
Jodorowsky is een van die figuren die in elk decennium van zijn leven iemand anders bleek te zijn. Hij studeerde mime in Parijs bij Étienne Decroux, ging op tournee met Marcel Marceau, maakte in Mexico-Stad theater dat zo gewelddadig was dat het publiek de zaal ontvluchtte, ging films regisseren, schreef stripverhalen, en gaf ruim dertig jaar gratis tarotlezingen in Parijse cafés. Zijn cultfilms El Topo, waarin een zwartgeklede schutter door de woestijn rijdt op zoek naar God, en The Holy Mountain, waarin een alchemist negen machthebbers meeneemt op een tocht naar de berg van de onsterfelijkheid, dwars door taferelen die eruitzien als religieuze schilderijen op LSD, maakten hem in de jaren zeventig beroemd onder een publiek dat naar iets anders zocht. Toch is film niet zijn grootste oeuvre. Jodorowsky schreef meer dan tachtig stripalbums, waarvan The Incal het bekendst is, die hij samen met Moebius tussen 1980 en 1988 maakte. The Incal gaat over John DiFool, een sjofele privédetective die van een brug wordt gegooid in een verticale stad waar de rijken bovenin wonen en de armen onderin, en die verwikkeld raakt in een kosmische strijd om een kristal dat het lot van het universum bepaalt. Ze werkten zoals ze bij Dune hadden gewerkt: Jodorowsky speelde voor, Moebius tekende. Het werd miljoenen keren verkocht. In Frankrijk, waar de strip als neuvième art geldt, de negende kunstvorm naast film, theater en literatuur, is The Incal een klassieker. Elders kent vrijwel niemand het.
Jodorowsky en Theo, Le Pape Terrible (2009-2019).
Jodorowsky en Moebius, Les Yeux du Chat (1978)
Covers van magazine sucesos
Alejandro Jodorowsky en Moebius, The Incal (1980-’88)
Art Sin Fin, deze maand verschenen bij TASCHEN, brengt dat hele oeuvre voor het eerst samen. Het boek is tweedelig, ruim tweeduizend pagina’s dik, verpakt in een plexiglazen vitrine, samengesteld door Donatien Grau van het Louvre. Het eerste deel is een stortvloed aan beelden: strippagina’s naast Dune-storyboards naast filmstills, alles door elkaar. In het tweede deel spreekt Jodorowsky zelf: bij elke afbeelding dicteerde hij commentaar, en dat commentaar is minstens zo interessant als de beelden.
Bij de strips is hij uitbundig en schaamteloos trots op zichzelf. Bij twee pagina’s uit The Metabarons, een stripreeks over een geslacht van krijgers, roept hij: ‘Perfect work! Fantastic neurons! Nothing in the world can find what to add to these two pages!’ Bij een tekening uit The Incal schrijft hij: ‘God, after fourteen thousand million years in an insipid universe, has devoured his skull which tastes like white chocolate.’ Het is een geest die voortdurend associeert, die geen onderscheid maakt tussen het heilige en het obscene, het kosmische en het belachelijke. Bij een babyfoto van zichzelf uit 1929 klinkt hij opeens zacht: ‘Me at six months old, when the actor and the spectator had not yet been separated.’ Bij de Dune-storyboards, het werk dat de buitenwereld al kent, volstaat hij met drie woorden: ‘Illusions create worlds.’ Wat opvalt aan Art Sin Fin is wat er niet in staat: nergens verwijst het boek naar de invloed die zijn werk op Hollywood heeft gehad. Geen aanklacht, geen verongelijktheid. Alleen het werk zelf, en zijn stem erbij: kijk naar wat ik heb gemaakt, niet naar wat anderen ermee hebben gedaan.
Of dat lukt is de vraag: het peperdure en in gelimiteerde oplage uitgebrachte boek (er is een handelseditie in voorbereiding) zal vooral terechtkomen bij mensen die zijn werk al kennen. In een interview met The Guardian, eerder dit jaar, werd hem gevraagd hoe hij op zijn leven terugkijkt. ‘I have lived 100 different lives and embodied 100 different Jodorowskys,’ zei hij. ‘I died a lot of times, but then I’m reborn. Look at me now, and you see I’m alive. It is fantastic to live.’ Dune was één van die honderd levens, maar die andere negenennegentig zijn minstens zo interessant.