Home

Wat zegt een schilderijlijst? Donald Trump wil ze van goud, maar 17de-eeuwse Hollanders kozen juist zwart

Schilderijlijsten Slechts weinige museumbezoekers letten op de lijst van een schilderij, maar ze hebben veel te vertellen. Zoals een subtiele manier om met zwart rijkdom uit te drukken of de islamitische invloed op 17de-eeuws Nederland, laat kunsthistoricus Maarten van ’t Klooster in zijn boek ‘Omkaderd’ zien.

De bisschop van Utrecht toonde deze Venus met een moraliserende lijst eromheen. Hij kon hem er ook afhalen als hij alleen was. Jan Gossart, Venus en Cupido, 1521.

Eigenlijk is er niet veel veranderd. De Amerikaanse president Donald Trump hangt overal „heel protserige gouden decoratie” in het Witte Huis om te laten zien dat hij vermogend is. Maar de rijke Hollanders in de vroege 17de eeuw, zegt kunsthistoricus Maarten van ’t Klooster, kozen juist een sobere zwarte schilderijlijst om precies hetzelfde te doen.

Bladgouden lijsten bestonden toen al, maar zwart paste beter bij hun identiteit als aanhangers van de Reformatie, zegt Van ’t Klooster. De rijkste Hollanders gebruikten alleen niet zomaar zwarte verf, maar een dun laagje zwart ebbenhout: ebbenhout kwam uit Indonesië en moest worden verscheept door de VOC. Een toenmalig bezoeker zag de boodschap aan de muur gelijk: de zwarte ebbenhouten lijst was heel duur, en de eigenaar dus heel rijk.

„Handvaten voor het kijken”, dat wil Maarten van ’t Klooster (1985) met zijn boek Omkaderd geven, over schilderijlijsten en hun betekenis in de geschiedenis van Nederland en België. Slechts weinige museumbezoekers letten op schilderijlijsten, zegt hij, maar hij hoopt te laten zien dat ze een „een extra betekenislaag” bevatten. Zoals hij dat zelf ook ontdekte, toen hij in 2010 als stagiair werd aangesteld om de schilderijlijsten in het Rijksmuseum Amsterdam te inventariseren.

Nu is het zijn specialisme geworden, waarmee hij in feite de kunstgeschiedenis vanaf de zijkant van een schilderij bekijkt. Zo beschrijft hij hoe in het oude Egypte de eerste heel simpele lijsten ontstonden als bescherming van een schildering, en dat de decoratieve lijst vanaf eind 11de eeuw opkwam. Lijsten werden het uitbundigst versierd tussen 1500 en 1900, terwijl in de 20ste eeuw veel kunstenaars én kunsthistorici hun belangstelling ervoor verloren; ze associeerden lijsten vooral met de ‘kitscherige’ overdaad uit de 19de eeuw. Nu keert de belangstelling weer terug, zegt Van ’t Klooster, zowel in de kunst als in de wetenschap.

De lijst als venster op een fictieve wereld

Voor het interview vandaag heeft Van ’t Klooster, zelf als conservator in Stedelijk Museum Vianen werkzaam, een schilderijtje in het Mauritshuis uitgekozen: het Drieluik met Maria met kind, Johannes de Evangelist en Maria Magdalena van Jan Provoost uit 1520-’25. Het paneel is niet beroemd, maar heeft volgens hem een van de spannendste lijsten van Nederland. Volgens Van ’t Klooster vertelt deze lijst allereerst iets over de toenmalige functie van het schilderij: het diende als „een soort bidaltaar” voor een particulier, te zien aan de lege, niet beschilderde achterkant (het hing aan een muur, stond niet vrij in een kerk) en de zijluiken van rood en groen gemarmerd steen, waaraan destijds eeuwigheidswaarde werd toegekend, die tevoorschijn komen als het wordt dichtgeklapt.

Maar de lijst vertelt óók iets over de tijd waarin het werk ontstaan is. De lijst ziet er met zijn architectonische elementen, zoals de gedecoreerde boog boven het hoofd van Maria, uit als een venster, zegt Van ’t Klooster, en precies zo was het ook bedoeld: de schilderijlijst breekt door als een letterlijk „venster op een fictieve wereld”. Deze vormgeving kwam in de Italiaanse renaissance op en werd in de tijd van Provoost in de Lage Landen geïntroduceerd. De inhoudelijke boodschap óp het schilderij liep daarbij naadloos over in die van de lijst.

Tijdens het vertellen zijn steeds meer bezoekers rondom Van ’t Klooster komen staan, en kijken mee hoe hij op twee kleine schilderingen op de bovenkant van de lijst wijst: ze verbeelden de bestrijding van de sensualiteit (ridders op een leeuw) door de kuisheid (ridders op een eenhoorn). Op de zijkant zijn diverse profeten geschilderd; Provoost wilde hiermee het verbond van het Oude en Nieuwe Testament laten zien, maar ook dat hij een modern schilder was, want de voorbeelden stammen van de beroemde Albrecht Dürer, die Provoost persoonlijk had ontmoet.

Arabische invloed in de Lage Landen

Lijsten, zegt Van ’t Klooster, vertellen dus iets over de kunstenaar, de eigenaar én over de smaak van de tijd. In de zaal waar de Provoost hangt blijkt ieder schilderij wel een lijst met een onvermoed betekenisvol detail te bevatten. Hij wijst op een bloemmotief op een 17de-eeuwse zwarte lijst: dat was een zogeheten „moresk ornament”, dat de subtiele islamitische invloed op de Nederlandse beeldcultuur rond 1600 laat zien. Via Spanje waren dergelijke Arabische decoratieve elementen naar de Nederlanden overgesprongen.

Door dit soort details is de lijst naast het schilderij een gelijkwaardige cultuurhistorische bron – al kan de lijstenhistoricus soms alleen maar raden naar de betekenis. Zo hangt in het Museum voor Schone Kunsten Brussel het schilderij Venus en Cupido van Jan Gossart uit 1521, destijds gemaakt voor de bisschop van Utrecht. Op de buitenlijst van het schilderij staat een moralistische waarschuwing voor de gevaren van de lust, geheel passend bij een bisschop, zegt Van ’t Klooster. Maar deze lijst kan eraf worden gehaald, en eronder zit een lijst zonder waarschuwing. Dat zou erop kunnen wijzen dat de bisschop, als hij alleen was, liever zonder moralistische boodschap van de afbeelding van de naakte Venus wilde genieten, als een vroegmoderne pin-up.

Misschien nog wel meer dan bij de schilderijen zelf verandert in iedere tijd de voorkeur voor een lijst, en door de ‘omlijsting’ te vervangen voegen nieuwe eigenaren steeds weer een nieuwe betekenislaag toe. In het Rijksmuseum hangt het bekende De dans om het gouden kalf (rond 1530) van Lucas van Leyden. Eromheen zit een sobere zwarte lijst met daarop een tulpenornament. Deze lijst, weet Van ’t Klooster, is er pas een eeuw later omheen gezet, in de tijd rond de tulpenmanie in Holland, waarin met veel geld in tulpen werd gehandeld en gespeculeerd. De lijstdecoratie bevat in feite dus een extra waarschuwende boodschap voor de nieuwe bezitters: dure tulpen zijn hetzelfde als het gouden kalf, ‘weersta de verleiding en aanbid ze niet’.

Maar, stelt Van ’t Klooster: de nieuwe eigenaar liet de tulpen snijden uit het kostbare Indonesische ebbenhout, en dat was voor iedereen in die tijd juist herkenbaar als statement van de eigen rijkdom. De eigenaar leek „de ironie” van zijn eigen moralistische boodschap te zijn ontgaan – maar, laat Van ’t Klooster zien, die is er wel voor degene die goed naar lijsten kan kijken.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Beeldende kunst

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next