Een docente van een christelijke scholengemeenschap in Rotterdam heeft haar eerste werkdag op 1 september vorig jaar halverwege afgebroken vanwege ziekte. Daarna verscheen ze niet meer op school, terwijl ze aangaf beperkingen te voelen en spanning in de relatie met haar werkgever. De school hield vanaf oktober haar loon in en de docente stapte naar de rechter om achterstallig salaris op te eisen.
De school schakelde kort na de ziekmelding de arbodienst in en een inzetbaarheidsdeskundige sprak op 16 september met de docente. Die adviseerde dat werkgever en docente duidelijke afspraken moesten maken over terugkeer naar werk. De school probeerde meerdere keren een fysiek gesprek te plannen, maar de docente zegde afspraken af of verscheen niet, ook nadat de school akkoord was gegaan met een door haar voorgestelde locatie.
In een brief wees de school haar erop dat zij verplicht is mee te werken aan haar re-integratie, en kondigde een loonstop aan als zij weer niet zou komen opdagen. Toen ze ook de afspraak op 8 oktober liet schieten, werd de loonbetaling stopgezet. Op 21 oktober verscheen zij wel bij de bedrijfsarts, die bevestigde dat ze toen niet kon werken, maar wel re-integratieadvies gaf.
De rechter oordeelt dat de school genoeg heeft gedaan om haar te laten terugkeren en dat de docente onvoldoende heeft meegewerkt. Volgens de rechter mocht de school afgaan op het advies van de inzetbaarheidsdeskundige, die namens de bedrijfsarts werkt. De loonstop blijft in stand: de docente krijgt geen achterstallig loon en moet 865 euro salaris terugbetalen, plus 144 euro aan extra kosten.
Source: Fok frontpage