Home

Husselen, dringen en omkleden in het paleis: dit gaat er vooraf aan de ‘statige klassenfoto’ op het bordes

Maandag verschijnen de nieuwe ministers van het kabinet-Jetten op het bordes van paleis Huis ten Bosch. Voor fotografen is het dringen, voor de bewindspersonen vooral een dag van traditie en protocol.

is politiek verslaggever van de Volkskrant

Fotografisch is het niet veel meer dan een statige klassenfoto, toch is er geen beeld zo belangrijk voor een nieuw kabinet als de bordesscène. Als ze maandag samen met de koning op de trappen van paleis Huis ten Bosch verschijnen, weten de ministers van kabinet-Jetten één ding: ongeacht wat het minderheidskabinet de komende tijd te wachten staat, deze momentopname zal de geschiedenisboeken halen.

Al sinds 1952 wordt er een, aanvankelijk geïmproviseerde, foto gemaakt van nieuwe kabinetsploegen. Maar pas in 1971 werd er voor het eerst een officiële ‘bordesfoto’ genomen. In een tijdperk waarin televisie en beeld belangrijker werden, wilde kabinet-Biesheuvel I de politiek transparanter maken en de bewindspersonen officieel aan het land voorstellen.

Sindsdien lieten vrijwel alle kabinetten zich op die manier fotograferen. Aan het beroemde moment gaat overigens nog een ander belangrijk ritueel vooraf: de beëdiging. Dat gebeurt in de Oranjezaal van Huis ten Bosch, waar zowel de ministers als staatssecretarissen een voor een de eed afleggen ten overstaan van de koning.

Omdat de ministers samen met het staatshoofd de regering vormen, gaan alleen zij naar de trappen van het paleis voor de foto. Het paleis verandert dan kortstondig in een ministeriële kleedkamer. De mannen verwisselen hun jacquet voor een moderner donker pak. Een gebruik dat begon nadat koningin Juliana bij de eerste bordesfoto in 1971 zou hebben gezegd dat ze niet met een ‘stel begrafenisondernemers’ op de foto wilde.

Scheve verhoudingen

Voor vrouwen zijn er geen specifieke regels, al gold in de jaren dat er nog een koningin op het bordes stond wel het voorschrift om het staatshoofd niet in kledij te overschaduwen.

De outfits van vrouwelijke ministers worden van oudsher wel een stuk kritischer bekeken dan die van hun mannelijke collega’s, herinnert Hedy d’Ancona zich, die in 1989 als PvdA-minister op het bordes stond. Een dresscode kreeg zij niet mee, maar omdat d’Ancona in 1981 al staatssecretaris was geweest, wist ze wat de reacties konden zijn als je op je eerste dag een beetje uit de pas loopt. ‘Ik had voor die beëdiging geen jurk maar een deftig broekpak, heel modieus. Een dag later stond in de krant dat ik een kampeerbroek aan had. Ik was toch beledigd, want ik had er echt werk van gemaakt.’

Vrouwen waren in die periode sowieso nog fors in de minderheid op het bordes. In 1989 stond d’Ancona tussen veertien ministers waarvan zij één van de drie vrouwen was. ‘Ik had daar toen ook kritiek op, maar dat werd gesust met de boodschap dat er extra veel vrouwelijke staatssecretarissen waren. Maar die staan dus niet op de foto.’

De verhouding is tegenwoordig wat minder scheef, maar er is volgens d’Ancona nog altijd een wereld te winnen. Maandag staan er zeven vrouwen op het bordes, naast elf mannen. ‘We kunnen wel blijven zeuren, maar dat is niet de beoogde eerlijke verdeling.’ Ook op ander vlak is het eerste kabinet onder D66-leiding niet bepaald divers. Van alle ministers die straks op het bordes staan heeft alleen VVD-vicepremier Dilan Yesilgöz een niet-westerse migratieachtergrond.

Van haar eigen bordesfoto herinnert d’Ancona zich vooral de manier waarop de ploeg in volgorde werd gezet en hier en daar ‘gehusseld’. Met name voor de eerste rij geldt een vaste opstelling. In het midden staat de koning, met rechts van hem de premier en links de eerste vicepremier. Is er nog een tweede vicepremier, zoals in kabinet-Jetten het geval is, dan staat die weer rechts van de minister-president. Verder staan op de voorgrond veelal ministers van de oudste ministeries, zoals Financiën, Justitie en Buitenlandse Zaken.

Rennen en positie bepalen

Voor de rijen daarachter is het protocol wat losser en speelt ook bijvoorbeeld de lengte van de bewindspersonen mee. De ministers moeten immers goed zichtbaar zijn voor de fotografen, die dan al op een hoopje staan opgesteld.

Daaraan is een korte race voorafgegaan, vertelt fotograaf David van Dam, die maandag voor de Volkskrant de foto maakt. ‘Als je richting de achterkant van het paleis loopt, wordt het zenuwachtiger. Langzaam gaat lopen over in een kampioenschap snelwandelen, en zo gauw je het bordes kunt zien is het een kort sprintje naar de beste plek. Het is rennen en positie bepalen.’

De fotografen moeten zich verzamelen achter een touwtje, verder zijn er geen regels. Sommigen nemen een opstapje of zelfs een huishoudladder mee. Dat is niet voor niets, zegt Van Dam. ‘De bewindspersonen staan op de trap wat hoger dan wij. Je wilt ze niet in de neusgaten fotograferen.’

Na de race voor de beste plek is het spannendste er wel van af. ‘Het moment zelf is vrij statisch. Hoewel de scène kort duurt, is het toch verrassend lang. Je hebt nog tijd om naar de zijkant te lopen, zodat je het gedrang van de fotografen kunt vastleggen. Het leukst is het moment net ervoor of erna. Omdat ze dan nog staan te praten of hun jurk wat herschikken.’

De bordesscène is volgens Van Dam ‘zowel de belangrijkste als de minst interessante’ foto van het kabinet. ‘Er is fotografisch weinig eer aan te behalen, maar het is wel de registratie van een nieuwe politieke tijd, een foto die met de jaren belangrijker wordt.’

Oud-minister d’Ancona kijkt zelf niet vaak meer naar de foto uit 1989. ‘Het is natuurlijk onderdeel van een traditie: daar staan ze weer. Verder zegt het niet zoveel.’ Tegelijk ziet ook zij het belang van het moment. ‘Het is wel de groep waarmee je het gaat proberen. Je weet nooit hoe lang een ministerschap duurt. Maar hoe relativerend je er ook over denkt: het is geweldig om een keer gedaan te hebben.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next