is journalist en documentairemaker.
‘Deze mensen deugen beslist niet. Ze hebben net enkele rubberlianen gekapt. We moeten tegen ze vechten totdat hun absolute onderwerping is verkregen, of hun volledige uitroeiing. Informeer de inboorlingen dat als ze nog een enkele liaan kappen, ik ze zal uitroeien tot de laatste man.’
Deze woorden schreef districtscommissaris Jules Jacques aan zijn Belgische superieuren. Het was juni 1895. Koning Leopold II had 10 jaar eerder bevolen tot de verovering van de Congo Vrijstaat, een stuk land dat 76 keer groter was dan België zelf. De gewelddadige exploitatie van ivoor en rubber hing grotendeels af van ambtenaren als Jules Jacques. Op de Grote Markt van Diksmuide in West-Vlaanderen staat nog altijd een standbeeld van hem.
In zijn speech voor de veiligheidsconferentie in München roemde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio mensen als Jules Jacques die in de tijdspanne van vijf eeuwen over de wereld uitzwierven om ‘beschaving’ te brengen. ‘Missionarissen, pelgrims, soldaten en ontdekkingsreizigers stroomden vanuit de kusten eropuit om oceanen over te steken, nieuwe continenten te koloniseren en uitgestrekte rijken over de hele wereld te stichten.’
Rubio’s woorden over kolonialisme kregen daarna opvallend weinig aandacht in de Europese pers. Ook in deze krant niet.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In de voormalige koloniën zien commentatoren reden tot alarm. Voor de Zuid-Afrikaanse digitale krant The Continent was Rubio’s speech vorige week voorpaginanieuws, met de titel ‘Hier gaan we weer’. De begeleidende illustratie beeldde Donald Trump af die in 19de-eeuwse outfit te paard de binnenlanden van Afrika binnentrekt. De troepen in zijn kielzog droegen Amerikaanse en Europese vlaggen.
‘Het Amerikaanse-Europees liefdespact doet hun koloniale fetisj herleven’, schreef Nanjala Nyabola. ‘Rubio’s toespraak was een huiveringwekkende verklaring van dreigend geweld tegen iedereen die niet binnen zijn bekrompen beschavingsconcept valt.’
Er is een overvloed aan aanwijzingen in heden en verleden die deze angst rechtvaardigt. In het boek King Leopold’s Ghost schat de Amerikaanse historicus Adam Hochschild dat de illegale Belgische kolonisatie aan tien miljoen Congolezen het leven heeft gekost. Hij beschrijft hoe de Amerikaanse regering Leopold expliciet hiertoe aanmoedigde. In 1885 roemde Frederick Frelinghuysen, de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Leopolds onderneming als ‘filantropisch’. De Amerikaanse regering was de eerste die Leopolds claim op Congo erkende.
Het Amerikaans enthousiasme kwam volgens Hochschild door de angst ‘voor de groeiende zwarte populatie in eigen land’ die na het einde van de slavernij maar het best ‘terug naar Afrika’ kon worden gezonden. Senatoren fantaseerden openlijk over ‘een exodus’ van voormalige slaven naar Hawaii, de Filipijnen en Leopolds vrijstaat. ‘Congo kwam als een godsgeschenk’, schrijft Hochschild.
De huidige deals van het Witte Huis met landen als Zuid-Soedan, Kameroen en Eswathini om ongewenste Amerikanen naartoe te deporteren is niet de enige parallel met de 19de eeuw. Koning Leopold heeft Congo zelf nooit bezocht. Hij leunde voor zijn veroveringen op een Amerikaanse huurling: Henry Morton Stanley.
De huidige Stanley is Eric Prince, oprichter van huurlingenbedrijf Blackwater. Prince kreeg naar verluidt een contract van 700 miljoen dollar om mijnen in Katanga en Kolwezi ‘te beveiligen’. Prince is een uitgesproken supporter van Trump en diens wens om grondstoffen uit Congo te halen.
Ook het Amerikaans mijnbedrijf Kobold Metals toog onlangs naar het door Leopold gestichte Afrikamuseum in België. In de kelders van het museum in Tervuren liggen nog altijd de kaarten en analyses van koperaders, kobaltreservaten en goudmijnen in Congo. Kobold Metals wordt gesteund door Trumps miljardairsvrienden Jeff Bezos en Bill Gates. België weigerde die exclusieve toegang. ‘In het belang van Congo’, verklaarde het museum.
Deze kruising van 19de- en 21ste-eeuwse wedloop om Afrika’s grondstoffen noemt de Franse econoom Arnaud Orain ‘het eindigheidskapitalisme’’. In een interview met Marijn Kruk van de Groene Amsterdammer noemt Orain de hernieuwde en wetteloze scramble for Africa het symptoom van het einde van een hegemoniale macht. Zoals het einde van het Britse Rijk eind 19de eeuw ruimte gaf voor de bloeddorstige megalomanie van Leopold II, opent Amerika’s neergang nu opnieuw het jachtseizoen.
‘Als economisch historicus weet ik dat de liberale orde alleen maar functioneert als er slechts één hegemoniale macht is’, aldus Orain. Of die liberale orde ooit heeft gefunctioneerd voor landen als Congo of andere voormalige koloniën, laat hij buiten beschouwing. De oude wereld is dood. De nieuwe is nog niet geboren. Dit is dé tijd voor monsters.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns