Meer dan het leven van de dader schetst Hallie Rubenhold in Het verhaal van een moord dat van diens slachtoffers, zijn vrouw voorop.
is recensent non-fictie voor de Volkskrant.
Hawley Crippen had alles om een vooraanstaand gynaecoloog te worden. Opgeleid door befaamde vakgenoten, in het bezit van een scherpe geest, en heel ambitieus. Zo rond 1890 had hij al verschillende wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan.
De gynaecologie was een bloeiend vakgebied. De vrouw stond in het middelpunt van de academische belangstelling. Zoals velen was Crippen ervan overtuigd dat ‘vrouwelijke’ kwalen als hysterie, emotionele uitbarstingen en onredelijke uitvallen richting de echtgenoot veroorzaakt werden door slecht functionerende baarmoeders en eierstokken. Gelukkig konden chirurgen deze problematische organen verwijderen.
En Crippen adviseerde niet alleen, hij voegde de daad bij het woord. Hij assisteerde bij operaties en liet bij zijn eigen vrouw Belle Elmore de eierstokken en baarmoeder verwijderen. Preventief.
Belle vertoonde op dat moment geen ‘afwijkend’ gedrag, maar better safe than sorry. En de ingreep zou haar ook genezen van haar verlangen naar kinderen. Belle wilde dolgraag kinderen; Crippen absoluut niet.
Crippen was altijd onderweg. Accepteerde hij ergens een mooie baan, dan was hij binnen een paar weken weer vertrokken, naar de volgende stad en de volgende baan. Auteur Hallie Rubenhold kan die onrust niet verklaren, maar zeker is wel dat hij zijn medische carrière daarmee ondermijnde.
Crippen belandde uiteindelijk in de schimmige wereld van de ‘patentgeneesmiddelen’: het door middel van advertenties uitventen van onzinnige pillen en poeders. Al die tijd bleef zijn vrouw Belle, die haar hele leven last bleef houden van de operatie (en van een vurige kinderwens) aan zijn zijde. Ook viel haar man andere vrouwen lastig en had hij een affaire met zijn secretaresse en ‘partner in crime’ Ethel Le Neve.
Belle had haar eigen theatercarrière. Crippen vertelde Ethel dat zij en hij zouden trouwen zodra Belle het huis uit was. Dat kon niet lang duren, zei hij. Maar dat deed het wel. Tot februari 1910.
Moorden zijn een goudmijn voor historici. Gewone burgers laten in de regel weinig papieren sporen achter. Een trouwakte hier, een krantenberichtje daar. Maar als die gewone burger een moord pleegt, of vermoord wordt, dan stapelen de politierapporten, getuigenverklaringen, dagboekaantekeningen, krantenartikelen en memoires zich op, en wordt het mogelijk een gedetailleerd beeld te schetsen van de hoofdpersonen, hun levensloop, de wereld waarin zij leefden en wat er op die fatale dag gebeurde.
Hallie Rubenhold is een meester in dit genre. Ze weet de balans tussen voor- en achtergrond, tussen beschouwing en spanning, perfect te bewaren. Dat bewees ze al met De vijf van Whitechapel, een boek dat níét over Jack the Ripper gaat maar over zijn slachtoffers. En ze toont het opnieuw in Het verhaal van een moord. Opnieuw staat niet de dader centraal, maar zijn vrouwelijke slachtoffers.
Belle natuurlijk, en Belles collega’s en vriendinnen die geen genoegen namen met haar verdwijnen, met de smoesjes van Crippen en al helemaal niet met de smakeloze, misogyne grappen in de pers. Ze wisten de aandacht te trekken van de suffragette-beweging, die streed voor het kiesrecht voor vrouwen.
Gezamenlijk – tientallen strijdlustige vrouwen passeren de revue – bestookten ze de kranten, de politie en politici met oproepen om deze femicide tot op de bodem uit te zoeken. En met succes. Crippen werd opgepakt. Rubenholds boek is een eerbetoon aan al die vrouwen die Belle misten en de vrouwenhaat zat waren.
Hallie Rubenhold: Het verhaal van een moord. Uit het Engels vertaald door Marieke van Muijden en Jan van den Berg. De Boekerij; 504 pagina’s: € 27,99.
Klaar? Vergeet de doorleessuggesties niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant