Marijke Groenewoud is goedlachs, gemoedelijk, heeft het karakter van een shorttracker – én ze is olympisch kampioen op de massastart. ‘Ze is een fenomeen, geboren om nog veel meer te winnen.’
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Marijke Groenewoud was deze Olympische Winterspelen ‘Koning training’. Ze zegt het zelf. IJzersterk als er geen officiële tijdwaarneming mee liep, ondermaats als er een startschot had geklonken. Tot ze zich zaterdagmiddag toont op het onderdeel waar ze zich helemaal thuis voelt: de massastart. Daar kroont ze zich tot koningin.
Op 500 meter van de finish zette Groenewoud haar sprint in. 100 meter later, bij de bel, had ze zich al ver losgescheurd van de concurrentie. Het publiek wist de hele slotronde al dat het goud de 27-jarige Friezin niet kon ontgaan. Zijzelf keek niet op of om. ‘Ik ging vol gas tot de finish, dacht: ik zie wel of er nog iemand voorbij komt.’ Tegen haar explosieve snelheid was niemand opgewassen.
Langebaanschaatsen is een sport die om getallen draait. Om rondetijden, schema’s en records. Maar diep van binnen is dat niet wat Groenewoud – al een paar jaar de maat der dingen op de marathon – bezighoudt, stelde haar coach Jillert Anema al in de eerste week van de Spelen vast. ‘Ze heeft niet die affiniteit met getallen. Marijke is een racer. Zij heeft affiniteit met een waardige tegenstander. Dat kun je haar niet verwijten, dat is haar natuur.’
Het was Anema’s poging om te duiden waarom Groenewoud op de 3 kilometer slechts achtste werd. En op de 5 kilometer, waar ze inviel voor Bente Kerkhoff, niet verder kwam dan de zevende plek. Groenewoud was niet in vorm, was het oordeel van veel schaatsvolgers. In een krantenstuk en op televisie werd haar startrecht op de 1.500 meter zelfs in twijfel getrokken. Moest zij haar plekje niet opgeven aan Joy Beune, de regerend wereldkampioen die zo dominant was in de wereldbeker, maar op het OKT het olympisch ticket net gemist had?
Groenewoud trok het zich niet aan. Ze had haar plek eerlijk verdiend en ging gewoon starten, zei ze voorafgaand aan de 1.500 meter. Ze lachte erbij. Ze lacht bijna altijd, vertelt Kerkhoff, haar ploeggenoot en partner op de massastart. ‘Ook als ze slecht heeft gereden, zie je haar niet mokken.’
Als Arjan Samplonius, een van de coaches bij haar team, gevraagd wordt om haar in één zin te typeren, houdt hij het op slechts één woord. ‘Goedlachs.’
Samplonius zegt meer als hij zich niet hoeft te beperken. Ze heeft het karakter van een shorttracker, legt hij uit. ‘Shorttrackers snappen veel makkelijker over verlies heen.’ Langebaanschaatsers zit dat minder in het bloed, zegt hij en haalt het voorbeeld van Joep Wennemars aan. De man die een medaille zag vervliegen na een botsing op de 1.000 meter, vertelde eerder dat hij twee ‘verschrikkelijke weken’ had gehad in Milaan.
Dat gold niet voor Groenewoud, al kwam zij geen moment in de buurt van de medailles waar ze naar streefde. Zij zocht na die tegenvallende races gezelschap op in het olympisch dorp, speelde een potje darts met Jens van ‘t Wout, dronk koffie met haar coaches en ploeggenoten. Ze maakte plezier. Zo verlegde haar aandacht telkens weer naar de volgende wedstrijd.
Toch sijpelt er altijd wel iets door, zegt Anema. De onrust rond haar startbewijs op de 1.500 meter had wel degelijk invloed. ‘Het kan niet zo zijn dat het géén impact heeft gehad. Daar is ze te gemoedelijk voor.’ Het voedde bovendien bewijsdrang waar ze niets aan heeft. Als Groenewoud te fel wordt, dan verwaarloost ze haar techniek. ‘Zoiets levert geen snelle tijd op.’
Zelf bekende ze na de huldiging van de massastart dat ze de dag ervoor, na de matige 1.500 meter, had bedacht dat ze er na een eventuele overwinning op de marathon nog op terug zou komen. Dat ze een lange neus wilde maken naar degene die aan haar twijfelde. ‘Of een dikke middelvinger.’
Maar na de finish was er van revanchegevoelens eigenlijk geen sprake meer. Ze moest ernaar gevraagd worden voordat ze het ter sprake bracht. Ze was te overrompeld door het goud dat om haar nek bungelde, maar ook door het huwelijksaanzoek dat ze van haar vriend had gekregen toen ze na de huldiging van het middenterrein stapte. Ze kan het niet laten de situatie in een grap te verpakken. ‘Ik had geen keus: ik moest wel ja zeggen.’ En dan: ‘Ik heb een gouden medaille en een zilveren ring. Wat wil je nog meer?’
Uit de manier waarop ze de massastart won, blijkt dat er veel meer in zit op de klassieke individuele afstanden, meent Daan Breeuwsma, assistent-coach bij Team AH-Zaanlander. Hij zag hoe relaxt ze was voor de start en hoe ze in de eindsprint technisch alles goed deed: diep zitten, zijwaarts afzetten. ‘Ze ging fucking hard.’
Wat Breeuwsma zeggen wil: ze kan niet alleen het spel van de massastart doorgronden, ze kan feitelijk heel hard schaatsen. ‘Maar op de massastart vindt ze het makkelijker.’ Bij de minimarathon valt of staat het niet bij de eerste meters, is niet alle aandacht alleen op haar gericht. ‘Maar op zo’n 1.500 of 3.000 meter sta je in je blote reet aan de startstreep.’
Er moet een manier zijn om Groenewoud even vrij aan de start van een 1.500 meter te krijgen als voor het startschot van de massastart, denkt Breeuwsma. ‘En als ze dat knopje vindt, dan is het niet zo heel leuk meer voor de rest.’
Anema neemt het zichzelf kwalijk dat de oplossing nog niet gevonden is, zegt hij in zijn bekende stijl. Er zit een kern van waarheid in zijn theater. ‘Als coach word ik keihard op mijn tekortkomingen gewezen. Ik baal als een stekker dat het me niet lukt om het bij haar op het juiste moment boven te krijgen.’
Een deel van de oplossing zou kunnen liggen in het zelfvertrouwen dat een zege biedt. Want als het nu eens andersom was geweest? Als de massastart het openingsonderdeel was geweest op deze Winterspelen. Wat had dat voor Groenewoud kunnen betekenen? ‘Dan had ze alles gewonnen’, zegt Samplonius. Breeuwsma knikt. Anema, iets omfloerster: ‘Dan was het heel anders verlopen.’
Er schuilt een voorspelling in wat het coachtrio zegt, een belofte dat deze olympische titel het begin van meer is. Samplonius: ‘Marijke is een fenomeen. Zij is geboren om nog veel meer te winnen. En we hebben nog vier jaar om daar hard aan te werken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant