De tijd van de massale bioscoopbezoeken lijkt definitief voorbij. Terwijl de bezoekersaantallen dalen, zoeken bioscopen naar nieuwe manieren om publiek te trekken. Wordt de bioscoop een luxe-uitje voor de filmliefhebber, of is een herstel toch nog mogelijk?
28 miljoen mensen kochten vorig jaar een kaartje voor de film, 3 procent minder dan een jaar eerder. Ter illustratie: in 2019, het jaar vóór de coronapandemie, trokken de Nederlandse bioscopen nog zo'n 38 miljoen bezoekers.
Een terugkeer naar dat bezoekersniveau acht hoogleraar Mediastudies Mark Deuze niet realistisch. "Historisch gezien gaat de lijn van de bioscoopbezoeken maar één kant op: omlaag, met af en toe een opleving", zegt hij tegen NU.nl.
Volgens Deuze lijkt de ontwikkeling sterk op die van andere media. Kranten, radio en televisie trokken ooit een massapubliek. Daarna deden nieuwe media hun intrede en daalden de cijfers structureel. "Het verdwijnt niet, maar het wordt kleiner en stabieler. Dat is waarschijnlijk ook het scenario voor de grote bioscoopketens."
Dat de Nederlandse bioscoopsector al jaren in zwaar weer verkeert, heeft te maken met de strategie van grote filmstudio's als Disney en Warner Bros., zegt media- en cultuurwetenschapper Dan Hassler-Forest. "Lange tijd probeerden studio's de concurrentie met streamingdiensten aan te gaan door groots in te zetten op spektakel: grote franchisefilms, remakes en sequels die niet alleen in de zomer, maar het hele jaar door verschijnen. Het resultaat is een aanbod dat wordt gedomineerd door blockbusters. In de jaarlijkse top tien staan vrijwel uitsluitend vervolgfilms en bestaande merken."
Volgens Hassler-Forest maakt die strategie bioscopen kwetsbaar. "Het aanbod is minder divers geworden, waardoor ook het publiek versmalt. Grote bioscoopketens richten zich vooral op jongeren, een doelgroep die nog bereid is geld uit te geven aan een avondje uit. Andere publieksgroepen wijken uit naar de bank thuis, waar streamingdiensten een vrijwel onbeperkt aanbod bieden." Dat films tegenwoordig vaak al binnen enkele weken thuis beschikbaar zijn, maakt de drempel voor een bioscoopbezoek nog hoger.
Hassler-Forest wijst op de kleinere filmhuizen, die het relatief beter doen dan Pathé, Vue en Kinepolis. "Ze combineren toegankelijke arthousefilms met klassiekers, thema-avonden en nagesprekken. Die kleinschalige, persoonlijke aanpak spreekt een publiek aan dat de bioscoop ziet als culturele en sociale ervaring, niet alleen als technische experience." De filmhuizen wisten daarmee vorig jaar 12 procent meer bezoekers te trekken dan in het jaar daarvoor.
Deuze denkt dat grote bioscoopketens niet moeten gaan voor herstel van massabezoek, maar zich verder moeten specialiseren. "De bioscoop wordt steeds minder een laagdrempelig 'avondje film' en steeds meer een totaalervaring: luxestoelen, premiumzalen en grootformaatprojecties zoals imax. Kortom: minder bezoekers, die meer betalen per kaartje." De hoogleraar verwacht dat jonge bezoekers bereid zullen zijn extra te betalen voor zo'n premiumervaring, zeker als de film aansluit bij hun belevingswereld.
Ook voor de grote bioscoopketens ligt er volgens Deuze een kans in het heruitbrengen van klassiekers. Net zoals muziekcatalogi van bijvoorbeeld Queen voor miljoenen worden verkocht omdat jongeren opvallend vaak naar oudere muziek luisteren, kunnen bioscopen profiteren van nostalgie en herkenning. "Gerestaureerde versies, jubileumvertoningen en speciale edities zijn relatief goedkoop te programmeren en leveren toch publiek op. De productiekosten zijn al lang gemaakt. Het is vooral slim herverpakken."
Feit is dat het massapubliek versnipperd is geraakt. Platformen als YouTube en TikTok slokken aandacht op, terwijl consumenten kampen met content fatigue (contentmoeheid) en vaker teruggrijpen op vertrouwde titels. Daarmee is de toekomst van de Nederlandse bioscoopsector volgens Deuze precair, maar niet uitzichtloos. "Mensen zijn niet minder geïnteresseerd in film. Ze consumeren film alleen anders", zegt de hoogleraar. "Voor exploitanten resteert een keuze: blijven investeren in beleving en onderscheid, of accepteren dat de bioscoop definitief een kleiner, gespecialiseerd medium wordt."
Volgens Hassler-Forest ligt het diepere probleem vooral bij de studio's. "Filmproductie is steeds vaker onderdeel van grote mediaconglomeraten, waar een film vooral waarde heeft als die ook speelgoed, attractieparken of streamingabonnementen verkoopt. Originele, opzichzelfstaande films passen minder goed in dat model."
Een terugkeer naar de bezoekersaantallen van vóór corona is volgens Hassler-Forest wel mogelijk, maar alleen met een lange adem en investeringen in diversiteit. "Een gezonde filmcultuur heeft een breed en doorlopend aanbod nodig. Zolang bioscopen afhankelijk blijven van een handvol monsterhits blijven ze kwetsbaar."
De Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF) wilde vragen van NU.nl over onder meer haar langetermijnvisie niet beantwoorden.
Source: Nu.nl algemeen