Home

Obesitas, de ommekeer: voedingsexpert Jaap Seidell blijft geloven dat de toename te stoppen is

Voedingswetenschapper Jaap Seidell ziet Nederlanders al decennia steeds zwaarder worden. En toch denkt hij dat daar iets aan is te doen. ‘Op een bepaald moment keert de wal het schip.’

Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.

Toen emeritus hoogleraar Jaap Seidell (68) vijftig jaar geleden als student geïnteresseerd raakte in voeding, waren Nederlanders slank. Nu is ruim de helft van hen te zwaar, 15 procent heeft obesitas – dan weeg je meer dan 87 kilo als je 1 meter 70 meter bent, of meer dan 102 kilo bij 1 meter 84 (de lengtes van de gemiddelde Nederlandse vrouw en man). Op elke straathoek is eten te koop, en meestal niet gezond, in supermarkten bestaat 60, 70 procent van het aanbod uit ultrabewerkt voedsel dat te vet, te zoet en te zout is en speciaal ontwikkeld om er veel van te eten.

En toch denkt Seidell dat een kentering mogelijk is. Hij schrijft erover in zijn net verschenen boek Grenzen aan de gulzigheid, dat een uitwerking is van de rede die hij hield bij zijn afscheid als hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Een afscheid dat overigens niet betekent dat hij gestopt is met werken en onderzoeken.

De toestand is dramatisch.

‘Ja en nee. De levensverwachting is enorm toegenomen sinds de jaren zeventig, het aantal gezonde jaren ook. Indertijd stierven mensen, mannen vooral, aan acute hartinfarcten als ze rond de 60 waren. Dat is nu niet meer zo, want ze worden gedotterd, geopereerd, ze krijgen medicijnen. Daarvoor in de plaats hebben we overgewicht en daarmee samenhangende ziekten, zoals diabetes type 2. Maar het roken is afgenomen, waardoor er minder hartinfarcten en longkanker zijn.’

Maar als het om voedsel gaat, is de situatie in vijftig jaar spectaculair verslechterd.

‘De voedselomgeving is enorm veranderd. Wij deden vroeger onderzoek bij Amsterdamse basisschoolkinderen. Daar waren geen kinderen bij met overgewicht. Die waren er gewoon niet. En nu is het een op de zeven of zo, in sommige wijken een op de drie. Dat was echt ondenkbaar.

‘Toen ik voor het eerst in de Verenigde Staten kwam, rond 1983, hadden ze daar 15 procent obesitas. Dat is nu bijna 45 procent. En wij zitten inmiddels op die 15 procent. Er zijn mondiaal 1 miljard mensen met obesitas. Veel meer dan we ooit voorzagen. En de toename zit hem vooral in landen waar nog geen welvaartsziekten waren: in Azië, Zuid-Amerika, Afrika.’

Waarom lukt het de overheid wel om roken aan te pakken en ongezond voedsel niet?

‘Het is iets anders. Er is beleid tegen roken gekomen, niet zozeer omdat het slecht is voor rokers, maar omdat het slecht is voor anderen. Daarom mag je niet roken in de horeca of in de auto waar kinderen bij zitten. Anderen hebben recht op een rookvrije omgeving.

‘Maar als mensen te veel milkshakes drinken en te veel fastfood eten, hebben ze daar alleen zelf last van. Onze economieën zijn op liberalisme gebouwd. De overheid mag zich niet bemoeien met individuele keuzes. Tenzij die vrijheid anderen schaadt, zoals de filosoof en econoom John Stuart Mill al schreef in 1860.

‘Dus je ziet dat de overheid wel voorzichtig iets wil doen aan kinderobesitas, want kinderen zijn duidelijk het slachtoffer van hun omgeving. Maar volwassenen worden geacht verstandige keuzes te kunnen maken.’

En autogordels dan, of snelheidsbeperkingen?

‘Ook verkeersveiligheid is deels voor anderen. Als jij roekeloos rijdt en veel te hard, is dat niet alleen gevaarlijk voor jou.’

Als veel mensen ongezond eten, is dat toch slecht voor iedereen? Dan wordt de zorg onbetaalbaar.

‘Maar het idee dat mensen verantwoordelijk zijn voor hun eigen keuzes overheerst – dat bestaat al sinds de oude Grieken. Zodra het in de Tweede Kamer over de voedselomgeving gaat, zal de meerderheid zeggen: ingrijpen vinden wij betutteling. Zelfs als het om kinderen gaat. Dan hoor je: dat is de taak van de ouders, de taak van de opvoeders, maar niet van de overheid, want mensen kunnen dat zelf.’

Klopt dat?

‘Het hele systeem is gericht op winst, op verkopen. De ondermijnende invloed van al die commerciële belangen is echt erg dominant. Dus nee: vrije keuze bestaat vrijwel niet. En maatregelen die mensen enigszins beschermen tegen schadelijke invloeden van de industrie worden vaak betuttelend genoemd. Maar de industrie heeft alle gelegenheid ongezond voedsel te verkopen. Dan gaat het over de vrijheid van ondernemen, of bij marketing, ook als die gericht is op kinderen, over de vrijheid van meningsuiting.’

Het is schokkend om te lezen dat u bij de staatssecretaris wacht op een overleg en dat dan de lobbyisten alweer naar buiten komen lopen.

‘In Nederland, en dat geldt voor bijna alle andere landen, denken we dat problemen op te lossen zijn door verstandig te praten met de industrie en de supermarkten en dat die dan vanzelf meegaan. Dat is het idee achter het Nationaal Preventieakkoord en zulk soort afspraken. Dan hoeft de overheid niks te doen, want de industrie zegt: ja, wij zullen daarmee stoppen en we gaan die gezonde keuze stimuleren en dat doen we allemaal met zelfregulatie en vrijblijvende afspraken op de lange termijn en dan komt het vanzelf goed.

‘Maar daar zijn helemaal geen succesvolle voorbeelden van. De aandeelhouders winnen altijd. Het aanbod wordt gedreven door aandelenkoersen en verkoopcijfers en marges, niet door gezondheid.’

Als dat allemaal zo is: hoe komt u dan optimistisch? Waarom zou binnenkort gaan lukken wat al decennia niet lukt?

‘Op een bepaald moment keert de wal het schip. Dan hebben we er zoveel last van dat er wel iets móét gebeuren. Je ziet in Nederland dat de werkgevers en VNO-NCW zeggen: we hebben nu al een tekort aan mensen, met de jeugd gaat het niet goed, als wij een vitale economie willen hebben, moeten we iets doen aan preventie. Ook zorgverzekeraars zeggen: dit kan gewoon zo niet langer.

‘Een zieke samenleving kost geld en levert ellende op. En die problemen worden alleen maar groter met de vergrijzende samenleving. Dus de sommetjes zijn niet zo moeilijk te maken.’

Wat zou helpen?

‘In Noorwegen verbieden ze alle marketing gericht op kinderen. Dat geldt voor sociale media, voor verpakkingen, voor aanbiedingen. Ze zeggen daar eigenlijk: de gezondheid van onze jeugd is belangrijker dan de gezondheid van de aandelenkoers.

‘Ook in Groot-Brittannië is nu een verbod op het stunten met ongezond voedsel, op één plus één gratis, grote verpakkingen en het maar steeds in de aanbieding stoppen van ongezonde dingen. Kindermarketing mag ook niet meer. Dat komt uit de tijd dat Boris Johnson premier was. Die had covid en hij was te zwaar. Het ging slecht met hem, hij werd beademd. En toen hoorde hij van de dokters hoeveel invloed obesitas op covid heeft, en dat bijna iedereen die met ernstige covid in het ziekenhuis lag te zwaar was. Sindsdien is een reeks maatregelen getroffen die de vrijheid van de supermarkten en de producenten inperken.’

Maar bij ons doet de overheid weinig.

‘In de rijksoverheid heb ik niet zo veel vertrouwen meer. Maar gemeenten zien hoeveel problemen het veroorzaakt als kinderen niet gezond zijn. En die gaan over de plaatselijke budgetten van onderwijs, verkeer, veiligheid en ruimtelijke ordening. Ze kunnen op kinderen gerichte marketing verbieden in bushokjes en op plekken waar veel kinderen komen. Ze kunnen een integrale visie ontwikkelen en dan bijvoorbeeld zorgen dat er geen fastfoodrestaurant komt naast een school.’

Wat zijn concrete voorbeelden?

‘In Amsterdam was ik betrokken bij moestuinprojecten voor scholieren. Daar leren kinderen waar het eten vandaan komt. En ook hoe belangrijk het is dat de bodem goed is, dat er schoon water nodig is, dat er nuttige insecten zijn. Dat de aarde meststoffen moet bevatten, dat je groenten moet oogsten, dat je er goed voor moet zorgen en dat anders de oogst mislukt.

‘In Zwolle hebben we ruim twintig jaar geleden ingezet op het vitaler en gezonder maken van wijken. Daar heeft iedereen wat aan. Als mensen meer gaan fietsen en lopen in plaats van met de auto gaan, dan is dat goed voor het milieu en de verkeersveiligheid en er is minder lawaai. Als er een gezonde schoolomgeving is, nemen de schoolprestaties toe, net als de mentale gezondheid.

‘En dan hebben mensen het niet over betutteling. Dan zien ze: het gaat beter met mijn kinderen en vinden ze het belangrijk dat dat wordt voortgezet.’

Overal is eten te koop. Als je een kantine gezond maakt, kopen mensen wat ze lekker vinden ergens anders.

‘Je moet een beetje geduld hebben. Dat zagen we bij schoolkantines. Op de korte termijn gaan kinderen dan hun lievelingsfrikandelbroodjes halen bij de Albert Heijn om de hoek. Maar na verloop van tijd kopen ze weer gewoon wat er in de kantine is. En dan komt er een nieuwe lichting brugpiepers en die weet niet beter.’

Vallen er afspraken te maken met de voedselindustrie?

‘Er zijn afspraken gemaakt. Maar dat gaat alleen over zout en over toegevoegde suikers, over verzadigd vet. Niet over: zou je ook meer vezels moeten toevoegen? Zou je minder energierijke, minder compacte, makkelijk door te slikken dingen moeten maken? Maak nou eens iets waar je op moet kauwen en waarin essentiële voedingsstoffen zitten.

‘Suiker vervangen door zoetstoffen gaat niets oplossen. De voedingsindustrie zegt: we hebben lightproducten, we hebben magere melk, magere yoghurt, magere kwark, magere kaas, laag in zout. Dat wilden jullie. En nu zijn we klaar.

‘Maar mensen die dat eten hebben nog steeds geen gezond voedingspatroon. Daarom moet je ook niet kijken naar alleen bepaalde voedingsstoffen, maar naar het geheel. Ontwikkel een integraal beeld van wat een gezonde omgeving is. Werk aan de veiligheid van de omgeving, aan het onderwijs, aan het aanbod van voedsel, maar ook aan ruimtelijke ordening. Neem dan maatregelen. En noem dat niet betutteling, maar gezondheidsbescherming.’

Jaap Seidell: Grenzen aan de gulzigheid – Gezond eten in een ziek systeem. Atlas Contact; 192 pagina’s; € 22,99.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next