Als ik zin heb in een zakenreisje rijd ik soms naar snackbar Smickel-Inn. Dat eettentje ligt op het puntje van de Maasvlakte, een industrieel schiereiland. Vanuit Rotterdam is het veertig kilometer rijden door een wijlen rivierlandschap vol industrie. Maar daarna heb je de zee. Je kunt er een steentje in gooien en weer terugrijden.
Ik ben een eenmansbedrijfje, mijn business is nadenken en dingen opschrijven. Als ik nadenk, is het dus al gauw zakelijk. Vandaag denk ik onderweg na over de vraag: is Nederland een bedrijf? Liefst een derde van de Nederlanders beschouwt de overheid namelijk als een bedrijf, las ik. Verontrustend, vonden de onderzoekers, want enge complotdenkers vinden dat ook.
Complotdenkers hebben soms gelijk, denk aan hun theorie over een wereldwijd seksnetwerk. Wappies houden ons een spiegel voor, zoals rellende burgers „de stem zijn van wie niet wordt gehoord” (Martin Luther King). Een dappere democratie is niet bang voor die feedback, maar nieuwsgierig.
Dus klopt die stelling die de onderzoekers voorlegden: ‘De Nederlandse overheid is eigenlijk gewoon een bedrijf dat haar burgers beschouwt als onderdeel van een winstmodel’?
Mijn eerste reflex zou natuurlijk zijn: welnee joh, Nederland is gewoon een neo-corporatistische consensus-democratie met een wonderlijk grote invloed van een computerchipfabrikant uit Veldhoven.
Maar daarna zou ik twijfelen.
De overheid spreekt míj aan als een cliënt die een dienst afneemt. In mijn stad Rotterdam hebben ambtenaren het zelfs over ‘het concern’ als ze de gemeente bedoelen. Als ik klant ben, dan zijn zij toch de winkel, wie is dan de wappie?
We moeten Nederland beschouwen als een bedrijf, zei een VNO-NCW-voorzitter jaren terug. Keurig conform de neoliberale software waar BV Nederland sinds een halve eeuw op draait. En die het vertrouwen tussen burger en overheid heeft gesloopt.
Denkend aan Holland zie je nu overal bedrijfsterreinen, datacenters en belastingparadijzen. Onze weilanden zijn van big agro, de hemel van big Schiphol, je thuis van een vastgoedinvesteerder. De dokter en het kraanwater zijn geprivatiseerd. Zelfs een intiem gesprek met de overheid gaat – over vertrouwen gesproken – via een bedrijf.
Ik reed de Maasvlakte op, dat industriegebied dat we in een natuurgebied hebben aangelegd voor bedrijven, bedrijven, meer bedrijven.
„Nederland is geen land, hooguit een onderneming”, schreef Michel Houellebecq in zijn roman Sérotonine, over een man die depri wordt van een totaal neoliberale wereld. Als een schrijver het zegt, is het waar, vijf sterren. Maar burgers die dezelfde hartekreet uiten?
De onderzoekers vonden het een gevaarlijke, „anti-institutionele” complottheorie, desinformatie die we moesten bestrijden. Er was ook méér onderzoek nodig, aldus de onderzoekers – wetenschap is ook een bedrijfje.
Ik heb niets tegen bedrijven, ben er zelf eentje, maar ik maak me vooral zorgen over een andere, veel invloedrijkere complottheorie. Namelijk dat Nederland stiekem bedrijven zou haten. Dat bedrijven ons land verlaten als we niets doen aan ons investeringsklimaat.
Dat is een klassieker, Shell dreigde in de jaren zeventig te vertrekken naar het buitenland. Het kreeg een prachtig natuurgebied bij Moerdijk, voor een symbolisch bedrag. Je hoort de laatste tijd weer veel zielige ceo’s klagen over hoe slecht het gaat met onze industrie.
„Er is een stille exodus gaande. Dat is een sluipmoordenaar voor onze welvaart”, aldus VNO-NCW recent. „Ondernemers hebben het vertrouwen in de politiek verloren.” Niet de burger, nee het bedrijfsleven is volgens deze theorie zielig.
Nu moet je elke complottheorie serieus nemen. Maar volgens de geldende neoliberale software waar BV Nederland al een halve eeuw op draait is de overheid juist dikke matties met het bedrijfsleven. En hardvochtig richting de burger. Inderdaad, Nederland is een bedrijf, zij het met een slechte klantenservice.
Die zogenaamde exodus van multinationals bestaat ook helemaal niet. Dat becijferde Follow the Money recent. Ja, vervuiler Chemours wilde weg omdat hier de regels te verstikkend zijn. Verder vertrok slechts een handjevol bedrijven, niet vanwege het vestigingsklimaat, maar vanwege marktomstandigheden. Als je niet tegen marktwerking kan, moet je maar dichter worden.
Het omgekeerde is waar: weinig landen plaveien zo de weg voor bedrijven als Nederland. We geven veel meer grond uit aan bedrijven dan onze buurlanden, zeker als we de landbouw meetellen, las ik op Rode cijfers. Multinationals betalen hier weinig belasting, mogen kosteloos afval dumpen in de rivieren of de lucht, regelen prettige cao’tjes en krijgen straks wellicht ook versoepeld ontslagrecht.
Op de Maasvlakte rijd ik langs bouwputten voor nieuwe bedrijven. Laat klagende industriëlen de weg naar zee maar eens kruipend afleggen langs dat bezette rivierlandschap. Daarna krijgen ze een glas cola in snackbar Smickel-Inn. Met het uitzicht op zee, het laatste stukje Nederland dat nog geen bedrijfsterrein is, al wordt daar hard aan gewerkt. Er loopt onderzoek naar een derde uitbreiding van de Maasvlakte. Het is onzin dat bedrijven ons land verlaten: ze krijgen juist nieuw Nederland cadeau. Dat Nederland bedrijven haat is een complottheorie die we keihard moeten bestrijden.