Home

Met winst in Milaan laat Nederlandse mannenrelayploeg trauma van Sotsji achter zich

Een trauma dat twaalf jaar geleden een diepe wond in het Nederlandse shorttracken had geslagen werd vrijdagavond in Milaan eindelijk genezen verklaard. De mannenrelayploeg met Jens van ’t Wout, Melle van ’t Wout, Friso Emons en Teun Boer reed naar het goud.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Nog nooit trad er op de Winterspelen een Nederlandse aflossingsploeg aan met zoveel medailles in de gelederen, al viel dat natuurlijk allemaal op het conto van de broers Van ’t Wout te schrijven. Evengoed voedde het de verwachtingen. Kon de ploeg als geheel profiteren van de trefzekerheid van de Van ‘t Wout-tandem?

De aflossingswedstrijd bij de mannen, 5.000 meter en 45 ronden lang, is een oefening in geduld. Veel wachten, krachten sparen, opletten en vooral uit de problemen blijven. Die les was wel geleerd na de gemengde relay, waar de ploeg in de halve finale door een val sneuvelde en na de vrouwenrelay die met een val in de finale ook op niets uitliep.

Het Nederlandse kwartet probeerde in de eerste helft van de wedstrijd telkens bij de eerste twee posities te blijven, het liefst zelfs helemaal vooraan. Wie het initiatief neemt, komt minder snel in de verdrukking, maar verbruikt ook meer energie. Met vijftien ronden te gaan voerden ze het tempo steeds verder op, maar Melle van ‘t Wout zag desondanks Zuid-Korea passeren.

Er ontstond een gaatje achter de Koreanen. Maar Jens van ‘t Wout haakte er met acht ronden te gaan weer bij aan en was er een halve ronde later zelfs voorbij. Dat bleek de beslissende actie. Zijn broer zette de turbo aan en behield de koppositie. Toen was het aan Emons, die kundig standhield en Boer op gang duwde. Achter diens rug raakten Italie en Zuid-Korea slaags en kon slotrijder Van ‘t Wout met voorsprong zijn laatste twee ronden in. Hij kon rustig bij het uitkomen van de laatste bocht overeind komen en de armen in de lucht steken.

Ondertussen sprong bondscoach Niels Kerstholt, gek van blijdschap op de tribune. Zijn vreugde betrof niet alleen de medaille in Milaan. De vreugde voert terug naar de Winterspelen van Sotsji, waar het Nederlandse shorttrack en de mannen in het bijzonder, een collectief trauma opliep.

Na zijn aanstelling in 2010 had toenmalig bondscoach Jeroen Otter in slechts vier jaar tijd de mannenaflossingsploeg, met Sjinkie Knegt, Daan Breeuwsma, Freek van der Wart en Niels Kerstholt opgekweekt van een mondiale middenmoter tot een kanshebber voor goud. Op de WK’s in de twee winters voor de Spelen in Sotsji hadden ze al zilver en brons veroverd. Maar nu was het tijd voor goud. Ze wisten zeker dat het kon, ze geloofden dat het zou gebeuren.

In de eerste bocht gleed Van der Wart onderuit en wat volgde was als een koortsdroom voor het kwartet. Drie landen reden voor de Nederlanders en de eveneens gevallen Chinezen uit. De vaste volgorde van aflossingen was vanaf ronde één verstoord. Met alles wat ze hadden wurmden ze zich een weg naar voren. Rusland en de Verenigde Staten waren niet te achterhalen, maar ze passeerden wel Kazachstan.

Brons lag binnen handbereik, maar de ploeg was dusdanig opgeschud dat niet afmaker Knegt de slotrondes reed, maar de moegestreden Daan Breeuwsma. Hij zag China passeren en de droom van goud, van een medaille, uiteenspatten. Een tijdje later meldden de mannen zich hologig van verbijstering en verdriet bij de Nederlandse pers. De scheidsrechter had na die val in de eerste bocht de race moeten terugfluiten, vertelden ze met toonloze stemmen. Maar hij had dat niet gedaan. Protest indienen kon niet. Er was niets meer aan te doen.

In Milaan vertelde bondscoach Kerstholt al dat die race, die peilloze teleurstelling ‘als een steek in zijn hart’ was geweest. Een wond die nooit helemaal geheeld is. Ook Daan Breeuwsma, tegenwoordig assistent-coach bij langebaanploeg AH-Zaanlander, erkende hoe belangrijk die race nog altijd voor hem was. En hoe een medaille in Milaan als een genoegdoening zou voelen, als een verlate beloning, ook al is hij zelf al lang niet meer een van de mannen die namens Nederland op het ijs staat.

Een maand na de Spelen van Sotsji haalde de ploeg voor het eerst de wereldtitel. Ze zouden het in andere samenstellingen nog tweemaal doen, in 2017 en 2021. Maar op de Spelen lukte het telkens niet om revanche te nemen. In Pyeongchang en Beijing bleek de halve finale beide keren een onneembare hindernis.

In Milaan lukte het wel de finale te halen en de vier die daar het ijs opstapten wisten hoeveel deze wedstrijd zou kunnen betekenen. Onderweg zullen ze er geen seconde aan gedacht hebben, maar in de omhelzingen van het complete Nederlandse team aan de boarding zullen ze het wel gevoeld hebben.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next