Antoinette Rijpma-de Jong heeft verrassend de olympische titel op de 1.500 meter veroverd. In Milaan reed de 30-jarige Nederlandse een tijd van 1.54,09, waarmee ze Ragne Wiklund nipt achter zich hield. Het verschil was minimaal: slechts 0,06 seconden. Voor Rijpma-de Jong betekende het goud haar eerste olympische titel en haar tweede medaille van deze Winterspelen, na het zilver op de ploegenachtervolging.
Rijpma-de Jong kwam in actie in de voorlaatste rit en zette daar de beste tijd neer. De Nederlandse reed een strakke, gecontroleerde race en positioneerde zich daarmee stevig in de strijd om het goud. In de slotrit moest topfavoriet Miho Takagi die tijd nog aanvallen, maar de Japanse slaagde er niet in het verschil te overbruggen. Daarmee bleef Rijpma-de Jong bovenaan staan.
Met deze overwinning voegt Rijpma-de Jong een derde individuele olympische medaille toe aan haar palmares. Eerder won ze al brons op de 3.000 meter in 2018 en brons op de 1.500 meter in 2022. Ditmaal volgde de ultieme bekroning met olympisch goud op haar favoriete afstand.
Femke Kok reed in de openingsrit een sterke 1.54,79 en eindigde als vijfde. De sprintspecialiste maakte daarmee een uitstekende indruk op een afstand waarop ze internationaal nog weinig ervaring heeft. Marijke Groenewoud noteerde 1.55,16 en moest genoegen nemen met de tiende plaats, na eerdere teleurstellingen op de langere afstanden. Groenewoud richt zich later deze Spelen nog op de massastart.
Source: Fok frontpage