Home

Kabinet-Jetten maakt valse start op klimaat- en stikstofgebied

Het kabinet-Jetten haalt de Europese klimaatdoelen niet, en zijn eigen stikstofdoelen evenmin. Die harde conclusie trekt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in zijn doorrekening van het coalitieakkoord.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

‘We gaan met volle kracht aan het werk om de klimaatdoelen voor 2040 en 2050 te halen’, beloven D66, VVD en CDA plechtig in hun coalitieakkoord. ‘We doen daarvoor alles wat nodig is.’ Maar eens te meer blijkt dat ambitieuze woorden niet altijd vergezeld gaan van de bijbehorende daden. Op de termen ‘alles wat nodig is’ en ‘met volle kracht’ valt nogal wat af te dingen, concludeert het PBL.

Het kabinet staat nog niet op het bordes en het PBL schrijft al: ‘Om op koers te blijven voor de realisatie van de klimaatdoelen in 2050 zal aanvullend beleid nodig zijn’. Over de stikstofdoelen meldt het planbureau: ‘De in het coalitieakkoord gestelde doelen voor 2035 blijven nog buiten bereik’.

Qua klimaat moet de nieuwe kabinetsploeg eerst de schade repareren die Tweede Kamer en kabinet in 2025 hebben aangericht. Klimaatminister Sophie Hermans (VVD) stelde de 2040-ambitie voor het aantal windturbines op zee naar beneden bij en VVD en CDA stemden met een Kamermeerderheid voor de afschaffing van de nationale CO2-heffing voor de industrie.

Nadagen kabinet-Schoof

Nu blijkt dat die terugtrekkende bewegingen een aanzienlijke impact hebben op de broeikasgasuitstoot in 2040. Zonder het anti-klimaatbeleid in de nadagen van het kabinet-Schoof zou de CO2-uitstoot in 2040 70 procent lager zijn dan in 1990. Door het contraproductieve beleid vorig jaar is die reductie afgenomen tot 65 procent.

Dit terwijl in Europees verband een reductiedoel van 90 procent is afgesproken voor 2040. De nieuwe coalitie beweert dat doel te willen halen. Volgens het PBL verbetert de prognose dankzij de plannen uit het coalitieakkoord naar 70 tot 75 procent, maar dat is dus lang niet genoeg.

Het PBL denkt dat de miljarden euro’s klimaatsubsidies voor het bedrijfsleven het meeste effect zullen hebben, net als de verplichting vanaf 2029 om methaanremmers toe te voegen aan veevoer. Koeien die boeren en scheten laten, scheiden het sterke broeikasgas methaan uit en deze maatregel zou dat probleem moeten verminderen.

Stikstofdoelen

De coalitie zet ook ‘een grotere stap richting het behalen van de stikstofdoelen’, concludeert het PBL. Daarbij moet wel worden aangetekend dat die veel minder ambitieus zijn dan de doelen die het vierde kabinet-Rutte formuleerde. Het 2035-doel in de huidige wet komt neer op een verlaging van de landelijke stikstofuitstoot met ruim 60 procent. Het kabinet-Schoof wilde dat afzwakken naar 42 tot 46 procent en het kabinet-Jetten neemt dat over.

Maar ook dat verlaagde doel haalt het minderheidskabinet niet. Het coalitieakkoord vermindert de stikstofemissies in 2035 met slechts 30 tot 42 procent, berekent het PBL. Dit is een zeer onzekere raming, omdat het meeste stikstofbeleid dat de coalitie aankondigt nog niet is uitgewerkt.

Zo is onduidelijk hoe groot de stikstofarme bufferzones rond natuurgebieden worden, hoeveel het boerenmanagementsysteem ‘doelsturing’ gaat opleveren en wat de norm wordt voor het maximum aantal koeien per hectare. Het planbureau merkt ook op dat D66, VVD en CDA geen geld reserveren voor de uitbreiding van natuurgebieden, terwijl die ‘wel nodig is om te kunnen voldoen aan de (Europese) Natuurherstelverordening’.

Overheidsfinanciën

Het PBL en het Centraal Planbureau (CPB) hebben het akkoord samen doorgerekend, waarbij het CPB de effecten op de economie en de overheidsfinanciën onder de loep nam. Het CPB concludeert dat het coalitieakkoord per saldo geen invloed heeft op het begrotingstekort, maar wel op de staatsschuld.

Die neemt op lange termijn toe, onder andere doordat het kabinet-Jetten 3 tot 5 miljard euro startkapitaal inlegt in een nog op te richten Nationale Investeringsinstelling (een investeringsbank voor innovatieve bedrijven). Dat bedrag wordt gefinancierd met staatsleningen in plaats van met bezuinigingen of lastenverzwaringen. In 2060 zal de staatsschuld mede daardoor 19 procentpunt hoger zijn dan zonder nieuw kabinetsbeleid.

Maar dat komt ook doordat kosten in de coalitieplannen voor de baten uitgaat. De geplande miljardenuitgaven aan defensie, woningbouw, klimaatbeleid en stikstofbestrijding worden in de komende tien tot vijftien jaar gedaan, terwijl de miljardenbezuinigingen op de gezondheidszorg en sociale zekerheid heel langzaam ‘ingroeien’. Zo gaat de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd pas na 2060 flink aantikken voor de schatkist. De geschatte pensioenleeftijd ligt in 2060 op 70 jaar en zes maanden, vijftien maanden later dan zonder coalitieakkoord.

Afwentelingseffecten

Het CPB heeft de koopkrachteffecten tot 2030 berekend, maar na deze kabinetsperiode heeft het coalitieakkoord mogelijk ook nog een negatief koopkrachteffect. Dat komt doordat het bedrijfsleven lastenverzwaringen, waaronder de ‘vrijheidsbijdrage’ voor bedrijven van 1,7 miljard euro en de suikerbelasting van 850 miljoen euro, doorgaans afwentelt op consumenten, leveranciers en werknemers.

In een belastingrapport uit 2020 schreef het CPB dat bedrijven een verhoging van de werkgeverslasten in de praktijk voor 80 procent afwentelen op werkenden door minder loonstijging toe te staan. De coalitie overweegt de vrijheidsbijdrage voor bedrijven te innen door de arbeidsongeschiktheidspremie voor werkgevers te verhogen. Dat is dus zo’n verhoging van de werkgeverslasten die uiteindelijk grotendeels door de werknemers wordt gedragen – maar dat gebeurt met vertraging, dus na deze kabinetsperiode.

De bezuiniging op de werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen heeft ook een negatief effect op de loonontwikkeling, stelt het CPB in zijn doorrekening. Dat komt doordat de onderhandelingspositie van werknemers en vakbonden verzwakt als de ‘terugvalpositie bij werkloosheid’ (de sociale uitkering) verslechtert.

Fabrikanten van voorverpakt voedsel met meer dan 6 procent suiker moeten vanaf 2030 suikertaks betalen. Die kosten zullen ze deels doorberekenen aan de consument. De Rabobank berekende vorige week dat de voedselprijzen als gevolg van de suikertaks met gemiddeld 2 procentpunt zullen stijgen. Ook de btw-verhoging op bloemen en planten (ruim 300 miljoen euro per jaar) zal deels terecht komen bij klanten van bloemisten en tuincentra.

Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next