Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijkse leven? Vandaag: Jenne Jan Holtland koopt in Amman een kaartje voor de meest beruchte voetbalderby van Jordanië.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Ieder land heeft zijn eigen klassiekers. Het zijn voetbalwedstrijden waar de tifosi voor uitlopen, waar Wikipedialemma’s aan gewijd worden, waar bushokjes voor sneuvelen. In Italië heb je AC Milan tegen Internazionale, in Spanje Barcelona tegen Real Madrid en in mijn eigen woonplaats, nou ja, Faisaly tegen Wehdat natuurlijk.
Eerst maar even de open deur. Het voetbal in Jordanië stelt weinig voor, en dan bedoel ik echt héél weinig. In mijn sportschool zie ik weleens een wedstrijd voorbijkomen uit de Jordanian Pro League, en daarom weet ik dat het succesvol voor het doel brengen van een vrije trap eerder uitzondering is dan regel. De meeste spelers doen maar wat. Naar voren die bal, Allah zegene de greep.
Toch maakt het Jordaanse voetbal een bloeiperiode mee. Het nationale elftal heeft zich voor het eerst geplaatst voor het WK voetbal, komende zomer. En dat niet alleen, afgelopen december haalde de ploeg tot ieders verrassing de finale van de Arab Cup. Ik besloot te gaan kijken in een volgestouwd souterrain annex koffiehuis. Onder het genot van thee en cola (geen alcohol, Jordaniërs zijn nette moslims) zagen we op een groot scherm hoe het elftal ondanks een 2-1-voorsprong toch geklopt werd door het ervaren Marokko.
Ik verwachtte boosheid en verdriet en die waren er ook, eventjes dan, maar na een minuut of dertig keerde de trots terug op de gezichten. Buiten: een festival van claxons. Kinderen hingen uit autoraampjes, wapperend met vlaggetjes. Dit was geen verloren finale, dit was een volksfeest. Een dag later kreeg bondscoach Jamal Sellami (Marokkaan van origine) de Jordaanse nationaliteit aangeboden van de koning.
Indachtig de onbewezen stelling dat voetbal de hoogste vorm is van integratie, besloot ik dat ik nu ook naar de wedstrijd aller wedstrijden moest: Faisaly tegen Wehdat. Bij die veredelde burenruzie (beide teams komen uit Amman) staat er altijd veel op het spel, veel meer dan de sportieve eer.
Om dat te begrijpen, moet ik een kort uitstapje naar de geschiedenis maken. Jordanië valt uiteen in ‘echte’ Jordaniërs, wier wortels aan de oostkant van de Jordaanrivier liggen, en Palestijnen die tijdens de 20ste eeuw naar Jordanië verdreven zijn door Israël (en inmiddels gewoon een Jordaans paspoort hebben). Faisaly is van oudsher de trots van de eerste groep, Wehdat die van de tweede. Deze politieke tweespalt levert, ahum, soms gedoe op.
Berucht is de editie van 2009, toen supporters van Faisaly leuzen scandeerden over koningin Rania, Palestijns van origine, in tegenstelling tot koning Abdallah II, die Jordaans-Jordaans is. ‘Scheid van haar’, brulden de fans, ‘dan trouwen we je met twee van onze vrouwen.’
Om erger te voorkomen werd de wedstrijd gestaakt. Een jaar later liep het echt uit de hand, en vielen er bij gevechten twaalf doden.
Goedgemutst wandelde ik op een zaterdagavond naar het stadion van Faisaly, dat bij lange na niet uitverkocht bleek. De oproerpolitie was uitgerukt. ‘Met onze ziel, ons bloed, zullen we de aarde laten trillen’, klonk het vanaf de tribunes. We zagen de thuisclub roemloos met 2-0 verliezen, mede door een doelpunt van de Nederlandse invaller Sherwin Seedorf (een volle neef van Clarence).
Tot rellen kwam het niet, gelukkig maar, al hadden de fans van Faisaly er duidelijk de pest in. Onder de supporters van Wehdat begaven ze zich niet. Nóg niet, dacht ik bij mezelf, want over een paar maanden staan al deze mannen, Jordaans en Palestijns, tijdens het WK zij aan zij te juichen voor het nationale team.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant