Het Engelse ontbijt, ter plaatse bekend als de ‘fry-up’, is de diamant in de kroon van de Britse eetcultuur. Een échte eet je bij The Greasy Spoon in Amsterdam.
is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.
Kinkerstraat 24, Amsterdam
(alleen Instagram)
Cijfer: 8-
Engelse, Schotse, Ierse en vegan fry-ups (€ 14) breakfast butties (€ 8), bouwvakkersthee, bier, cocktails en retrofrisdranken. Open donderdag t/m maandag van 9 tot 17 uur, geen reserveringen.
‘Om in Engeland goed te eten’, schreef de in Parijs geboren Brit William Somerset Maugham, ‘zou je drie keer per dag moeten ontbijten.’
Nu is het aloude belabberde imago van de keuken van onze overburen al lang niet meer correct – voor zover het dat ooit was. Ik woon zelf samen met een Engelsman, dus ik weet al heel lang dat Groot-Brittanië en Ierland een heel interessante, rijke keuken hebben vol lokale schatten, geweldige producten en traditionele gebruiken. Maar toch: als die betreffende Engelsman hier in zijn nieuwe thuisland heimwee heeft, verlangt hij niet naar specialiteiten als Lancashire hotpot, potted crab, eccles cakes of queen of puddings. Neen, dan klinkt het: ‘I fancy a fry-up.’
Een fry-up is een ander woord voor het Engelse ontbijt, een forse maaltijd samengesteld uit louter gebakken dingen: eieren, bacon, worstjes, tomaten, paddenstoelen, bloedworst. Vaak zit er witte toast bij, getoaste muffins (in Engeland zijn muffins geen cakejes, maar platte, ronde broodjes) of erger nog: in boter of reuzel gefrituurd brood. Tevens verplicht zijn natuurlijk witte bonen in tomatensaus, een slijmerig condiment dat voor de meeste niet-Britten volstrekt onbegrijpelijk is, maar in Engeland zo alomtegenwoordig dat ze simpelweg ‘beans’ worden genoemd.
Een fry-up laat zich prima thuis maken, maar wordt ook veel buiten de deur gegeten in eenvoudige eethuizen die café’s heten. Veel van de oudste en bekendste gelegenheden, zoals Regency Café en E Pellicci’s Café in Londen, zijn in handen van al de derde of vierde generatie van een familie, vaak met een Italiaanse achtergrond. Maar vrijwel ieder dorp heeft wel zo’n laagdrempelig zaakje, liefhebbend een caff’ of greasy spoon genoemd, voor een fry-up in de ochtend, een spag. bol. of lasagne met friet in de middag en een beker slappe oploskoffie of loeisterke, baksteenrode bouwvakkersthee met melk en suiker.
Hoewel ontbijt- en brunchzaken ook in Nederland steeds meer voorkomen, bleef dit volvette Engelse volksontbijt hier het territorium van hotels en vuige toeristencafé’s. Maar op de Amsterdamse Kinkerstraat opende een andere Brit met heimwee onlangs een eigen greasy spoon, die deze Nick McClaskey uit Manchester voor de duidelijkheid ook maar meteen The Greasy Spoon doopte. Het is een klein, lief zaakje met een ietepieterig keukentje, halve gordijntjes en het logo, een gebakken ei, op het raam. Je kunt hier de hele dag terecht, getuige het uithangbord, voor All day Breakfast, Brunch and Booze. Bestek staat op tafel in lege Heinz-bonenblikken, naast de ketchup en de HP Sauce (een dikke, bruine saus op basis van moutazijn en kruiden die door de maker vernoemd werd naar de Houses of Parliament in Londen, nadat hij had begrepen dat zelfs de hoge heren aldaar er fan van waren). Over de speakers kweelt een bijzonder fijne playlist met van die lekker opgewekt zanikende britpop: Cast, Pulp, The Stone Roses.
Het minimalistische menu, dat ons wordt overhandigd door een vriendelijke serveerster, kent vier ontbijten van € 14 elk: een Engelse, een Schotse, een Ierse en een veganistische. Bij die laatste krijg je prima vegetarische worst en bacon en roerei gemaakt van zachte tofu en kala namak; zwart, zwavelig zout dat ook veel in de Indiase keuken wordt gebruikt. Als je héél hongerig, ongelukkig, dronken of alledrie bent, kun je een dubbele portie bestellen voor € 21. Dan kun je nog een bijgerecht (‘classic scran’) nemen in de vorm van bijvoorbeeld toast met jam of twee hash browns (gefrituurde aardappelcakejes – eigenlijk Amerikaans, maar reeds lang ingeburgerd) of voor 2 euro nog iets erbij bestellen als gebakken spam, halloumi of avocado. En er zijn goedgevulde breakfast butties, ontbijtsandwiches, voor € 8.
Om ons heen is het een gezellige mix van toeristen, expats en buurtgenoten. Aan onze linkerzijde eet een jonge studente zo te horen haar eerste black pudding (‘Het smaakt gelukkig niet naar bloed, meer naar een soort... muesli?’), ter rechterzijde schoffelt een duo link uitziende, tot over hun oren volgetatoeëerde Schotten met smaak hun gebakken eieren, haggis en ‘vierkante worst’ naar binnen. De een drinkt daar, uiterst vertederend, een glas melk bij, de ander een blikje lichtgevend oranje Irn-Bru.
Irn-Bru staat bekend als ‘de andere nationale drank van Schotland’ (naast whisky uiteraard), het is tevens de reden dat Schotland het enige land ter wereld is waar Coca-Cola níét de meest verkochte frisdrank is. De fel zoetzure, chemische smaak heeft volgens liefhebbers een specifiek metalige, roestige ondertoon die in de vele iconische reclames wordt verklaard door het feit dat de drank gemaakt zou zijn van girders (op z’n Schots uit te spreken als kaht-das) – de stalen liggers in de constructie van gebouwen en bruggen. In werkelijkheid bevat Irn-Bru zo weinig ijzer dat het merk al in de jaren veertig van de vorige eeuw zijn originele naam, Iron Brew, wettelijk moest aanpassen. Het drankje wordt trouwens ook niet gebrouwen.
Het is maar één van de typische dranken die in deze zaak worden verkocht: we zien ook het sportdrankje Lucozade, het roodfruitdrankje Vimto en zelfs dandelion and burdock, een gemberbier-achtig drankje dat al in de middeleeuwen op de Britse eilanden werd gedronken, destijds gemaakt van paardenbloem en klis (en inmiddels vooral van suiker en aroma’s). Maar je kunt ook een heel aardig lijstje cocktails bestellen, een Guinness van de tap, een cider of natuurlijk een (prima) koffie of builders tea.
The full English is inderdaad een bord vol: toast of muffin naar keuze; dikke flappen bacon, een oké worstje, knapperige hash brown en goeie bloedworst met een korstje van krokant gebakken havergrutten, ruim tomaat, champignons en een gebakken ei met lekker bruine randjes. De baked beans vind ik, zoals altijd, smaken naar in limonade gemalen wesp met brokjes nat karton, maar ik weet inmiddels ook dat het zo hoort.
Het Irish breakfast komt voor een deel overeen, maar hierin vinden we ook een prima aardappelpannenkoekje (wat ze in Ierland een boxty noemen), een plak lekker aangebakken soda bread en white pudding. Dat laatste lijkt qua bereiding veel op bloedworst: ook hier zit varkensvlees en -vet, brood en havermout in, alleen geen bloed.
Ik bestel ook nog een van de ontbijtsandwiches (€ 8) die je kunt kopen met onder meer gebakken spam, gebakken ei of met de Schotse ‘square sausage’ die inderdaad precies op een broodje past. Die van mij komt met ruim rijpe avocado en twee froached eggs – eieren die eerst gepocheerd en daarna in een beslagje gefrituurd zijn. Het is hartstikke lekker, en ik krijg er huisgemaakte ‘bloody mary ketchup’ bij. Die is zonder wodka, maar mét mierikswortel, tabasco, worcestersaus en selderijzout.
We hebben een erg fijne ochtend gehad in deze vriendelijke, pretentieloze zaak, die niet alleen geschikt is voor Engelsen met heimwee, maar ook voor Hollanders met honger. Na zo’n ontbijt kun je direct terug naar bed.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant