Home

Het piept en kraakt bij het Fonds Podiumkunsten: wéér fluit rechter belang­rijkste rijksfonds terug

Alwéér is het Fonds Podiumkunsten teruggefloten door de rechter. Het ene na het andere theatergezelschap onderneemt juridische stappen tegen de rijkssubsidiepot, en vaak krijgen ze dus gelijk. Wat gaat er toch zo mis bij dat fonds?

schrijven voor de Volkskrant over theater.

Het Fonds Podiumkunsten (FPK) is landelijk de belangrijkste verdeler van rijkssubsidies onder theatergroepen, dansgezelschappen, muziekensembles, festivals, podia en andere culturele organisaties, van beginnend talent tot ervaren makers. De grootste culturele instellingen, zoals Internationaal Theater Amsterdam, Nederlands Dans Theater, Het Nationale Theater en Het Nationale Ballet, krijgen direct geld van het Rijk via de Basisinfrastructuur (BIS). Bijna alle andere podiumkunstenaars, van Sadettin Kirmiziyüz tot Dries Verhoeven en van Conny Janssen Danst tot Orkest van de Achttiende Eeuw, zijn voor het maken van (niet-commerciële) voorstellingen grotendeels afhankelijk van FPK-besluiten.

De spannendste ronde is de toekenning van vierjarige productie- en festivalsubsidies met substantiële bedragen van 100 duizend tot 845 duizend euro per aanvrager per jaar. In juli 2024 maakte FPK bekend welke gezelschappen tussen 2025 en 2028 verzekerd zijn van deze structurele subsidie.

Dit keer kreeg FPK meer aanvragen dan ooit (360 tegenover 293 vier jaar eerder, waarvan 273 (tegenover 202) van makers en 88 (tegenover 91) van festivals). Door het beperkte budget kon slechts minder dan de helft worden gehonoreerd; het laagste percentage ooit (47 procent tegenover 74 procent in de vorige ronde).

Hoe verloopt het aanvragen van zo’n meerjarige subsidie?

Het FPK formuleert in opdracht van het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) iedere ronde criteria, zoals de artistieke kwaliteit van de voorstellingen, de betekenis voor de Nederlandse podiumkunsten, welk publiek makers (willen) bereiken en in welke regio’s van Nederland. Geografische spreiding – waar een groep speelt en gevestigd is – telde dit keer zwaarder mee, omdat er vier jaar geleden veel kritiek was op het feit dat veel van het budget in de Randstad belandde. Daarom was het deze ronde de uitdrukkelijke wens van de politiek het geld beter te verdelen over het land.

Ook besloot FPK dit keer vooral te kijken naar op papier beschreven toekomstplannen, en niet of nauwelijks naar prestaties uit afgelopen jaren. Daardoor vielen tot ieders verbijstering gerenommeerde gezelschappen als Orkater, De Warme Winkel en Wunderbaum buiten de boot.

Aanvragen worden vervolgens door externe adviseurs beoordeeld. Nieuw was dat het FPK dit keer multidisciplinaire commissies samenstelde, om recht te doen aan een veld waarin theater, dans en muziek steeds vaker mengen. Daar kwam veel kritiek op. Het zou de commissies aan artistieke expertise ontbreken: dansspecialisten moeten over teksttoneel oordelen, muziekkenners over mimetheater. Met name mime, dans en circus lijken er door gebrek aan kennis dit keer slechter van af te komen.

Wat staat er voor afgewezen gezelschappen op het spel?

Veel. Deze instellingen vragen bij meerdere subsidieverstrekkers geld aan, maar voor de grootste geldstroom rekenen ze op het FPK. Hun voortbestaan – en daarmee banen van tientallen mensen – is in hoge mate afhankelijk van deze subsidie. Wat je op de planken kunt laten zien, hangt sterk samen met deze vierjarige financiële zekerheid.

Gezelschappen werken daarom maanden aan het formuleren van toekomstplannen, die in korte tijd worden beoordeeld door adviescommissies. Zij maken een rangschikking op basis van punten, toegekend per criterium: hoe meer punten, hoe groter de kans op subsidie. Het FPK beslist vervolgens over toekennen of afwijzen.

Afgewezen gezelschappen en festivals kunnen bij het Fonds bezwaar aantekenen. 66 instellingen deden dat, waarvan drie met direct succes: de festivals Wonderfeel, Oranjewoud Festival en De Theaterdagen (de stichting achter het Nederlands Theater Festival en Amsterdam Fringe). Wie de financiële slagkracht heeft, kan daarna een gang naar de rechter maken.

Wat is er nu aan de hand?

Het ene na het andere gezelschap onderneemt nu juridische stappen tegen de afwijzing van het FPK. En met succes: De Warme Winkel, Theatergroep Suburbia, Holland Opera, Stichting Pynarello, Sharp/Arno Schuitemaker en Holland Baroque werden al grotendeels door de rechter in het gelijk gesteld. Vorige week werd bekend dat het FPK ook de afwijzing bij dansgezelschap Another Kind of Blue moet heroverwegen. De Raad van State ging mee in het bezwaar van het gezelschap dat bij beide dansspecialisten in de adviescommissie een schijn van vooringenomenheid en belangenverstrengeling was.

Daarmee zijn tot nu toe alle gezelschappen die naar de rechter zijn gestapt in het gelijk gesteld. Sommige zaken lopen nog. Tent Circustheater Producties verwacht half maart een uitspraak. Het choreografenduo LeineRoebana wacht op een datum voor de juridische behandeling van hun bezwaar en theatergroep De Warme Winkel en strijkkwartet Ciconia Consort hebben (hoger) beroepen lopen. Orkater, PRJCT Amsterdam, Mime Wave en ’t Barre Land krijgen op grond van de uitspraak in een eerdere rechtszaak alsnog subsidie of een tegemoetkoming.

Waarom is het aantal rechtszaken tegen het Fonds deze ronde zo hoog?

Deels door het flinke aantal afwijzingen. Waar vier jaar eerder vijftig instellingen een afwijzing kregen, waren dat er ditmaal hondervijftig; 59 vielen ondanks positief beoordeelde plannen ‘onder de zaaglijn’, dat wil zeggen: geen geld vanwege ontoereikend budget. Dat is op zich niets nieuws: er wordt altijd meer aangevraagd dan het Fonds kan honoreren. Vier jaar geleden waren er bijvoorbeeld 71 gezelschappen die ondanks positief advies aanvankelijk geen geld kregen.

Het verschil is dat er bij de subsidierondes van vier (en acht) jaar geleden na een motie van de Tweede Kamer alsnog budget werd vrijgemaakt om deze positief beoordeelde ‘zaaglijninstellingen’ te redden. Ditmaal bleef het stil in de Tweede Kamer. Dat er nu zoveel gezelschappen naar de rechter stappen, hangt dus ook samen met de politieke situatie.

Hoort kritiek op de verdeling van subsidies er niet ook bij?

Klopt, het is onmogelijk iedereen tevreden te stellen. Maar waar kritiek zich eerder vooral richtte op de besluiten zelf, ligt ditmaal de gevolgde procedure onder vuur. De toepassing van criteria, de samenstelling van commissies en het gebrek aan transparantie zijn belangrijke punten van discussie.

Instellingen buiten de grote steden konden bijvoorbeeld meer punten krijgen dan voorheen. Optreden buiten de Randstad leverde eveneens extra punten op. Maar hoe die puntentelling precies werd berekend, werd pas bepaald nadat aanvragers hun plannen hadden ingediend. Dat kwam het FPK op stevige kritiek te staan: je mag geen spelregels wijzigen tijdens of na de wedstrijd.

Welke belangrijke weeffouten zijn nog meer zichtbaar geworden?

Veel boosheid richt zich op de Fonds-beslissing om deze ronde vooral te kijken naar op papier beschreven toekomstplannen, en niet of nauwelijks naar eerder gemaakte voorstellingen en prestaties uit afgelopen jaren. Daardoor maakten jonge groepen weliswaar meer kans, maar vielen gewaardeerde gezelschappen buiten de boot.

Het adviseren leunt nu sterk op peerreview: oordelen van andere makers die zitting nemen in een commissie. Ook daar worden veel vragen bij gesteld. Zijn er genoeg onafhankelijke deskundigen, professionals die geen enkel belang hebben bij een aanvraag? Dat blijkt een achilleshiel in een klein land als Nederland.

Krijgen de gezelschappen na hun gelijk bij de rechter nu alsnog subsidie?

Het verleden leert: vaker niet dan wel. De rechter spreekt zich alleen uit over procedurefouten, niet over artistieke oordelen. Adviescommissies moeten binnen een aantal weken een herzien advies uitbrengen. Vaak leidt dat opnieuw tot afwijzing van de subsidie, zoals onlangs bij Arno Schuitemaker en De Warme Winkel. Om dat weer juridisch aan te vechten, vraagt een lange adem, financieel en organisatorisch, van vaak kleine instellingen die al hebben moeten afslanken.

Mocht blijken dat een groep alsnog aanspraak kan maken op subsidie, zoals onlangs gebeurde bij Orkater, dan gaat dat niet ten koste van andere gezelschappen. Het Fonds heeft hiervoor een speciale reservepot.

Wat moet volgende keer zeker anders?

De roep om verandering is groot, de kritiek is uiteenlopend. Waarover bijna iedereen het eens is: het subsidiesysteem moet simpeler én transparanter. Het is logisch dat het aanvragen van subsidie tijdrovend is: er zijn grote bedragen mee gemoeid. Maar met name voor kleinere instellingen neemt de investering inmiddels buitenproportionele vormen aan. Het kost veel tijd en geld. Iedereen besteedt dat liever aan de kunsten zelf.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next