Home

De Russische kerk als slaafse bondgenoot van Vladimir Poetin

Religie in Rusland De leider van de Russisch-Orthodoxe kerk is de grootste steun van Vladimir Poetin in zijn oorlog tegen Oekraïne. De Britse journaliste Lucy Ash laat in haar nieuwe boek zien dat hij daarmee in een eeuwenoud patroon past.

Patriarch Kirill leidt de Paasdienst in de Christus Verlosserskathedraal in Moskou in aanwezigheid van president Poetin en de Moskouse burgemeester Sobjanin.

Op zo’n vijftig kilometer ten westen van Moskou komen religie en militant nationalisme samen in de Hoofdkathedraal van de Russische Strijdkrachten. Het wanstaltige bouwwerk werd in 2020 geopend door president Poetin, zijn toenmalige minister van Defensie Sergej Sjoigoe en patriarch Kirill, de leider van de Russisch-Orthodoxe kerk, ter gelegenheid van de verjaardag van de Duitse inval in de Sovjet-Unie in juni 1941. Voor Lucy Ash, voormalig BBC-correspondent in Moskou, symboliseert het enorme kakikleurige godshuis met zijn ijsblauwe ramen niet alleen de Sovjetoverwinning op de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog, maar alles waar het kille, repressieve Poetintijdperk voor staat: autocratie, orthodoxie en nationaliteit. Die combinatie van begrippen dateert uit de dagen van de reactionaire tsaar Nicolaas I (1825-1855), wiens minister van Onderwijs Sergej Oevarov een nieuwe nationale ideologie opstelde die zich keerde tegen de gevaarlijke en verderfelijke invloeden van het Westen. Daarin schuilt meteen de voornaamste reden van Poetins oorlog in Oekraïne: het Westen moet worden geweerd, omdat het democratie en vrijheid betekent.

Lucy Ash: De wapenstok en het kruis. De cynische symbiose tussen Poetin en de Russische kerk. (The Baton and the Cross) Vert. Susanne Castermans-Nelleke en Margriet Visser-Slofstra. KokBoekencentrum, 400 blz. €34,99

In haar voor grote Britse prijzen genomineerde boek De wapenstok en het kruis. De cynische symbiose tussen Poetin en de kerk bezoekt Ash die legerkathedraal met zijn 75 meter hoge klokkentoren. Binnen ziet ze immense mozaïeken waarop de grote veldslagen uit de Russische geschiedenis worden herdacht, van de middeleeuwen tot op heden. Op een daarvan staan dezelfde groene mannetjes, die in 2014 de Krim innamen. Aanvankelijk zouden er ook afbeeldingen van Poetin, Sjoigoe en leiders van de veiligheidsdiensten op staan, maar toen dat plan uitlekte ging het niet door.

Op andere mozaïeken ziet Ash aartsengelen zweven boven respectievelijk de ‘teruggave van de Krim’ zoals het wordt genoemd, het neerslaan van de Hongaarse opstand in 1956 en de Praagse Lente in 1968, de invasie van Afghanistan in 1979, de twee Tsjetsjeense oorlogen van de jaren negentig en begin jaren 2000, ‘het afdwingen van de vrede in Georgië’ in 2008 en de ‘strijd tegen het internationaal terrorisme in Syrië’. Op een van die mozaïeken stond ook het hoofd van Stalin op een banier van het Rode Leger afgebeeld, maar dat werd op het laatste moment verwijderd om verontwaardigde reacties te voorkomen.

Tot slot wordt haar aandacht getrokken door een groot mozaïek van grootvorst Vladimir en zijn grootmoeder Olga, die zichzelf en hun land in de tiende eeuw tot het orthodoxe christendom bekeerden. Ze dopen hun onderdanen in de Dnjepr, waarmee eens te meer benadrukt wordt dat het huidige Rusland de rechtmatige opvolgingsstaat is van hun rijk, het Kievse Roes, en dat Oekraïne daar deel van uitmaakt.

Gehoorzaamheid

Lucy Ash maakt duidelijk dat de Russisch-Orthodoxe kerk een grote rol speelt in het huidige conflict tussen Rusland en het Westen. Die kerk is zelfs de trouwste bondgenoot van Vladimir Poetin als het gaat om het afdwingen van gehoorzaamheid. Volgens de door Ash aangehaalde historicus Lev Loerje heeft de kerk in dat opzicht de rol van de Communistische Partij overgenomen. Bovendien speelt in Rusland op dit moment geen andere instantie zo’n verenigende rol als de Russisch-Orthodoxe kerk, die sinds Kirill in 2008 tot haar patriarch werd verkozen, verdubbelde in omvang. De kerk als opium voor het volk strekt daardoor net als onder de tsaren haar tentakels uit tot in de verste uithoeken van Rusland en de opvolgingsstaten van de voormalige Sovjet-Unie.

Dat betekent volgens Ash niet dat alle geestelijken het eens zijn met de politiek van patriarch Kirill. Maar voor zulke dissidente priesters, van wie Ash er een behoorlijk aantal heeft gesproken, is steeds minder plaats. Ze worden ontslagen, weggepromoveerd of gevangengezet, vooral als ze zich tegen de ‘Speciale Militaire Operatie’ in Oekraïne keren en de raketten op Kyiv weigeren te zegenen.

Ash, die in de jaren negentig voor de BBC in Rusland ging werken, interviewde in de loop der jaren talrijke Russische en Oekraïense geestelijken en gelovigen, die zich kritisch over de collaborerende rol van de kerk durfden uit te laten. Met als resultaat een indrukwekkend en voor een leek goed leesbaar boek over een onderwerp dat in het Westen onderbelicht is gebleven.

Symbolische rol

Patriarch Kirill vertolkt daarin een sleutelrol. Was hij aanvankelijk een liberale kerkhervormer, tegenwoordig is hij een nationalistische reactionair die vrouwenmishandeling goedkeurt, tegen de lhbti+-gemeenschap is en verkondigt dat de dood op het slagveld in Oekraïne een offer is dat alle zonden wegwast. Het is een toepasselijke aanvulling op de recente uitspraken van Poetin, die het voor jongemannen eervoller vindt om op het slagveld te sterven dan aan de drank en die zijn raketten op onschuldige Oekraïense burgers een opdracht van God noemt.

Ash begint haar boek bij de bekering van de heidense Scandinavische vorst Rurik, die in 862 met zijn medestrijders naar Novgorod roeide om er orde op zaken te stellen en er zich blijvend te vestigen. Zijn zoon Oleg verplaatste zijn zetel twintig jaar later naar Kiev en stichtte daar het Kievse Roes (van het Oudnoorse woord ‘roa’ – ‘roeien’), dat begin dertiende eeuw door de Mongolen werd verwoest. In 957 omarmde Olga, de weduwe van een van Ruriks opvolgers, in Constantinopel het christendom. Maar het lukte haar niet haar onderdanen ook zover te krijgen. Haar heidense kleinzoon Vladimir (voor de Oekraïeners Volodimir), een grootvorst met 800 bijvrouwen, had meer geluk en bekeerde in 988 zijn volk massaal tot het christendom. Niet zozeer uit zuiver religieuze motieven, maar ook uit economische en geopolitieke, want dankzij het christendom werd hij een bondgenoot van het machtige Byzantium.

Sinds die doop beschouwen alle orthodoxe en Grieks-katholieke geloofsgemeenschappen de doopvont van Kiev als hun geboortehuis. Poetin maakt daar volgens Ash slinks gebruik van door Vladimir als de stichter van het christelijke geloof te vereren en als degene die kerk en staat met elkaar heeft verbonden. Met die staat doelt Poetin natuurlijk op zijn eigen Rusland. Ash haalt hem echter meteen onderuit door er aan de hand van de prominente Oekraïense historicus Jaroslav Hrytsak op te wijzen dat het Kievse Roes allerminst een nationale staat was. Ook kan Rusland volgens hem geen enkele aanspraak maken op de erfenis van het Kievse Roes. Al was het maar omdat het grootvorstendom Moskou in 1223, toen het door de Mongolen werd vernietigd, slechts een onbeduidende handelspost in een donker woud was. Pas eind vijftiende eeuw zou Moskou dankzij slinkse collaboratie met de Mongolen een land van betekenis worden en zich spoorslags uitbreiden.

Berouw na het moorden

Ash maakt vervolgens een sprong in de tijd naar de zestiende-eeuwse tsaar Ivan IV de Verschrikkelijke, bij wie diepe religiositeit en wreedheid samengingen. Zo stichtte Ivan zestig kloosters en liet hij tientallen onderdanen heilig verklaren. Tegelijkertijd richtte hij een geheime politie op, die plunderend, rovend en moordend door het land trok om de adel en het volk onder de knoet te houden. Tijdens kerkdiensten toonde Ivan berouw over degenen die hij eigenhandig had gemarteld en vermoord, waarbij hij met zijn hoofd tot bloedens toe naar de grond boog. Eenmaal buiten ging hij weer gewoon door met moorden en martelen. Toen bisschop Filip II er bij Ivan op aandrong daarmee te stoppen, werd hij gearresteerd en met een kussen gesmoord.

Poetin neemt het tegenwoordig voor Ivan op en noemt het negatieve imago van de tsaar lasterpraat van buitenlanders. Bij de hoogste kerkleiding menen ze zelfs dat als Stalin eerherstel kan krijgen, dat ook voor Ivan de Verschrikkelijke moet gelden. Je vraagt je bij zoiets bijna af of het een voorbode is van een nieuwe repressiegolf.

Natuurlijk mag Peter de Grote (1672-1725) in Ash’ kerkgeschiedenis niet ontbreken. Tenslotte maakte hij de kerk tot slaafse dienaar van de staat. Behalve met de Dronken Synode, een drinkgezelschap waarin de kerk behalve door de tsaar en zijn vrienden ook door lilliputters, clowns en courtisanes werd bespot, deed Peter dat door de functie van ‘Ober Prokuror’ in het leven te roepen: een wereldlijke staatsambtenaar als toezichthouder van een achterlijke kerk met ongeletterde geestelijken, die de modernisering van zijn land in de weg zouden staan. Die functie zou tot 1917 bestaan.

Eind achttiende eeuw ging Catharina de Grote nog verder in het knevelen van de geestelijkheid, die door haar werd gedwongen om ‘westerse vakken’ als wiskunde, filosofie en astronomie op de priesteropleidingen in te voeren. De tsarina gebruikte de kerk echter ook om haar rijk uit te breiden met de verovering van islamitische grenslanden aan de Zwarte Zee, zoals de Krim en het zuiden van het huidige Oekraïne, die zij Novorossija noemde, hetzelfde Nieuwe Rusland waar Poetin aanspraak op maakt. Tenslotte was Vladimir in 988 op de Krim gedoopt.

Catharina gedraagt zich in dit opzicht net als Poetin door Rusland als opvolgingsstaat van het Kievse Roes te beschouwen. Niet voor niets citeert Ash Poetins minister van Buitenlandse Zaken Lavrov, die in 2022, direct na de Russische inval in Oekraïne, zei dat zijn heer en meester zich slechts liet adviseren door Ivan de Verschrikkelijke, Peter de Grote en Catharina de Grote.

Nog sterkere banden tussen kerk en staat werden in de negentiende eeuw gesmeed door de nieuwe opperprocureur Pobedonostsev, die verkondigde dat de Russische ziel onlosmakelijk verbonden was met de autocratie en de kerk. Een liberale democratie, westerse ideeën en individuele vrijheden pasten volgens deze fanaticus niet bij Rusland. Het is alsof je Poetins ideologen hoort.

Priesters in goelagkampen

Alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog liet het regime de religieuze teugels enigszins vieren. Inmiddels waren sinds de revolutie van 1917 vele duizenden priesters vermoord en hun gebedshuizen geconfisqueerd. Stalin, zelf een voormalig priesterstudent, was aanvankelijk van plan om religie in 1937 uit zijn land te verbannen en zelfs het woord God uit het Russische vocabulaire te schrappen. Maar toen hij in 1941 besefte de kerk als bindmiddel te kunnen gebruiken om het volk tegen de nazi’s te verenigen, sloeg hij een andere weg in. Op haar beurt ging de tot dan toe zwaar vervolgde kerkleiding door de knieën voor het communistisch regime. Zo erkende de toenmalige patriarch Sergij de Sovjet-Unie en noemde hij Stalin ‘de belichaming van alles wat het beste en het helderste is’. In ruil daarvoor gingen de kerken weer open en werden duizenden priesters uit de goelagkampen vrijgelaten. Ook kreeg de kerk haar bezittingen terug en kwam er in 1947 weer een officiële priesteropleiding, zij het dat het niveau bedroevend laag was.

Vanaf die tijd werden de hoge geestelijkheid en met name de patriarchen gerekruteerd door de KGB en traden ze in het buitenland op als propagandisten van het regime, die ontkenden dat in hun land de godsdienstvrijheid aan banden was gelegd. Patriarch Kirill steekt in dat laatste opzicht de kroon. Voor zijn collaboratie wordt hij ook nog eens rijkelijk beloond. Zo mag hij in ruil voor zijn trouwe diensten buitenlandse sigaretten invoeren zonder invoerrechten te betalen, terwijl roken volgens de kerk een zonde is. Inmiddels heeft dat hem een miljardenvermogen opgeleverd. Zijn zakenimperium en persoonlijke bezittingen maken hem zelfs tot een van de rijkste kerkleiders uit de geschiedenis, compleet met peperdure horloges, luxe auto’s, megajachten en een keur aan minnaressen. Ook mag Kirill de rest van zijn leven in het zomerpaleis wonen van tsaar Nicolaas II buiten Sint-Petersburg. In ruil daarvoor speelt hij als geen ander het spelletje mee van het aartsconservatieve, anti-westerse Rusland, waarin hij het als zijn missie ziet om de macht van Poetin als heilig te beschouwen. Het goedkeuren van de oorlog tegen Oekraïne maakt deel uit van die heilige plicht, zo laat Ash overtuigend zien. Erbarmen met de Oekraïense medemens is daarbij uit den boze.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Religie

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next