Home

Of we iets kunnen leren van de Februaristaking, vraagt Elsbeth Etty zich af

Tweede Wereldoorlog In We moeten iets dóén! koppelt Elsbeth Etty de geschiedenis van de Februaristaking van 1941 aan een oproep tot weerbaarheid tegen aanvallen op de democratische rechtsorde. Maar haar boek is vooral een ode aan wat Theun de Vries in de jaren zestig schreef over die staking.

Vorig jaar werd in Amsterdam geprotesteerd tegen de PVV tijdens de herdenking van de Februaristaking van 1941 bij het beeld van de Dokwerker.

‘STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!!’ staat er in grote letters op de cover van We moeten iets dóén!, het nieuwe boek van Elsbeth Etty. Het heeft wel iets van een pamflet, omdat het de geschiedenis van de Februaristaking van 1941 koppelt aan een oproep tot weerbaarheid tegen aanvallen op de democratische rechtsorde. Kunnen we iets leren van de Februaristaking, vraagt Etty zich af, nu „flagrante schending van mensenrechten, racisme, seksisme, xenofobie, discriminatie van en klopjachten op minderheden, persbreidel en censuur” aan „de orde van de dag” zijn?

Elsbeth Etty: We moeten iets dóén! Getuigenissen over de Februaristaking. Querido, 238 blz. € 22,99

Maar meer nog dan een boek over de geschiedenis van het protest of een oproep tot weerbaarheid is We moeten iets dóén! een ode aan Februari, de roman die Theun de Vries in de jaren zestig van de vorige eeuw schreef over de Februaristaking. Etty – biograaf van onder meer Henriette Roland Holst en oud-redacteur van De Waarheid én van NRC Handelsblad – las de roman als student Nederlandse taal- en letterkunde aan de UvA en werd erdoor „verpletterd”, schrijft ze. Aan haar eigen verleden als communist maakt ze weinig woorden vuil door al in het ‘vooraf’ van haar boek te schrijven: „Voor alle duidelijkheid: deze inleiding is geen verdediging van de CPN onzaliger nagedachtenis en evenmin een rechtvaardiging achteraf van mijn tien jaar durende lidmaatschap van die partij.”

Over de Februaristaking is al veel geschreven. „Nergens anders in Europa is ooit de bevolking op een vergelijkbare manier in opstand gekomen tegen de vervolging van Joodse stadgenoten en hebben mensen zich zo massaal begaan getoond met het lot van Joodse medeburgers”, schreef Annet Mooij bijvoorbeeld in De strijd om de februaristaking (2006). In de ochtend van 25 februari 1941 legden Amsterdammers massaal het werk neer. De Duitsers waren verrast. De staking dreigde uit te waaieren naar de rest van het land, maar werd de volgende dag met grof geweld door de bezetters gesmoord. Er vielen negen doden en een aantal zwaargewonden.

Grote controverse

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd de Februaristaking onderwerp van grote controverse. De opstand van Amsterdammers die het opnamen voor hun Joodse stadgenoten paste natuurlijk in het grotere verhaal van het Nederlandse volk dat dapper verzet had geboden tegen de Duitse bezetter. Maar was die opstand spontaan ontstaan? Of was die het werk van het communistische verzet, zoals de Communistische Partij Nederland (CPN) claimde. Dat laatste lag niet voor de hand omdat Hitler en Stalin begin 1941 nog gebonden waren door een duivels pact en de CPN nog aan de leiband van Moskou liep.

Theun de Vries was één van de productiefste Nederlandse schrijvers van de twintigste eeuw. In 1962 kreeg hij de P.C. Hooftprijs voor zijn oeuvre. Maar hij werd ook bekritiseerd omdat hij lid was van de CPN en omdat hij de communistische staatsgreep in Tsjechoslowakije (1948) en het neerslaan van de Hongaarse Opstand door de Sovjets in 1956 rechtvaardigde.

Zoals iedereen die over de Februaristaking schrijft is De Vries, en dus ook Etty, schatplichtig aan historicus Ben Sijes. Deze bijzondere figuur – Sijes werd geboren in een arm Joods gezin, werkte als metaalarbeider, ging na de oorlog aan de slag bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie en werd uiteindelijk hoogleraar – interviewde ooggetuigen van de staking en werkte jarenlang aan een studie daarover die in 1954 verscheen en meerdere keren herdrukt werd. Etty laat zich met regelmaat weinig lovend over hem uit. „Boekhoudersproza”. „Afstandelijk taalgebruik”.

Kippenvel

Nee, dan Theun de Vries. Etty komt woorden tekort om zijn werk te prijzen. Eén passage uit Februari bezorgt haar „kippenvel”. Een andere kan ze „nog altijd” niet „met droge ogen lezen”. Het is te prijzen dat Etty terug is gegaan naar de bron en oude interviews van Theun de Vries met betrokkenen erop heeft nageslagen. Zo schept ze orde in de kluwen die de Februaristaking in de loop der jaren was geworden. Schrijven kan ze, dus is het zeker geen straf om We moeten iets dóén te lezen.

Maar haar ode aan Theun de Vries, want zo kun je haar boek wel noemen, beperkt zich te vaak tot het ruim citeren uit zijn roman, en daar vervolgens een bijvoeglijk naamwoord op plakken. „Bloedstollend”. „Huiveringwekkend”. Dat is meer een kwestie van smaak, dan een analyse. Jongere lezers die Februari (drie delen van bijna 1300 pagina’s) voor het eerst openslaan zullen mogelijk toch minder snel worden meegesleept dan Etty destijds door het proza van De Vries, waarin veelvuldig vuisten worden gebald en mensen vaak niet iets zeggen, maar grauwen, bruisen, brommen, honen of toebijten. Daar kun je ook bijvoeglijk naamwoorden als protserig en potsierlijk op plakken.

Er is ook nog een inhoudelijk bezwaar te maken tegen wat ze doet. Het centrale punt dat ze wil maken – behalve dat De Vries het beste boek schreef over de Februaristaking – is dat je voor een opstand organisatie nodig hebt en dat de communisten daarvoor zorgden. Dat was jarenlang een punt van discussie, wat zelfs leidde tot gescheiden herdenkingen: een van de communisten en een officiële van de gemeente Amsterdam. Maar anno 2026 is het geen punt van discussie meer dat communisten een doorslaggevende rol speelden, Annet Mooij schreef dat twintig jaar geleden ook. Die strijd is – gelukkig – al geruime tijd gestreden.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Lees meer

Lees meer

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next