Home

Kjeld Nuis ‘supertrots’ na ijzersterke bronzen race: ‘Ik dacht dat ik het niet meer zou kunnen’

Voor Kjeld Nuis voelt brons pakken als het winnen van goud. Met zijn derde plaats op de 1.500 meter is de Nederlander de succesvolste schaatser ooit op de schaatsmijl.

is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.

Het is een minuut of vijf voor de laatste olympische rit uit de schaatscarrière van Kjeld Nuis en zijn knieën knikken. Hij is doorgaans een man vol bravoure, vol overtuiging en lef. Geen deelnemer aan de 1.500 meter hier in Milaan had ooit meer olympisch succes op deze afstand dan hij, met twee keer goud. Niemand heeft zo veel ervaring als hij. Maar dat telt nu even niet.

Kort daarvoor zag hij een nieuw olympisch record. Joep Wennemars, de eerste Nederlander in actie, zette 1.43,05 op de klok. Dat is sneller dan ik ooit op laagland heb gereden, denkt Nuis (36). Nu moet ik dus iets doen wat ik nog nooit gedaan heb. Ik moet harder dan ooit. Ergens in zijn achterhoofd hoort hij een stemmetje: ‘Misschien lukt het wel niet.’ Dat voelt eng.

‘Goeie rit, man’, zegt hij, als hij tijdens zijn wedstrijdvoorbereiding op het ijs Wennemars ziet zitten, uithijgend op een kussen langs de baan. Hij steekt zijn hand uit, geeft zijn concurrent een high five. En, zo zal hij zo’n uur later in rap tempo zeggen: bij dat klapje valt ook alle spanning ineens weg.

Déjà vu

Hij beleeft een ‘gekke déjà vu’. Een herinnering aan vier jaar geleden, toen hij in Beijing voor de derde keer in zijn carrière naar olympisch goud schaatste. Destijds was de rol van Wennemars voor Thomas Krol, de man die op dat moment de snelste tijd op de klok zette en Nuis wist af te schrikken. Ook toen kwam hij daarna in actie. Ook toen gaf hij zo’n high five.

‘Dus ik dacht’, zegt hij, zijn voorbereiding voor zijn race in Milaan terughalend: ‘Het kan gewoon, het kan gewoon, ik ga gewoon vol. Let’s fucking go. Dus ik ging er vol in. Nou, dat is wel vet hoor: dat je met een rondje van 24,7 (zijn eerste volle ronde van 300 naar 700 meter, red.) over de baan vliegt. Op een of ander opklapbaantje, hier in de Rai. Het slaat hélémaal nergens op.’

Op de tijdelijk aangelegde ijsbaan in een evenementenhal op het Milanese terrein van Fiera Milano, schaatste hij naar 1.42,84. Daarmee moest Nuis zijn directe tegenstander Ning Zhongyang voor zich dulden (1.41,98). En zag hij later topfavoriet Jordan Stolz nog nipt het zilver bemachtigen met 1.42,75. Maar het pakken van brons voelt als het winnen van goud. Wat hij zoetsappig vindt klinken, maar deze keer, in de laatste jaren van zijn carrière, toch echt het geval is.

Fitheid

‘Ik had niet durven dromen dat ik zo’n mooie rit zou rijden’, zegt hij. Al had hij die nacht ervoor zijn race tien keer gevisualiseerd. Grijnzend: ‘Alleen won ik toen wel negen keer van Ning. Maar hij rijdt een rit waar je alleen maar van kunt dromen. Krankzinnig. Dat heb ik nog nooit gedaan, dat was niet realistisch. Voor mij was het meest realistische vandaag het brons. Dus heb ik het hoogst haalbare gehaald en dan moet je super, super, supertrots zijn. En dat ben ik’, zegt hij, onderwijl zijn bronzen medaille in de hand houdend. ‘Ik heb ‘m nog niet losgelaten, die hou ik stevig vast.’

Hij is met drie olympische medailles, waaronder twee goud, de succesvolste schaatser ooit op de 1.500 meter. ‘Dat is wel vet, man.’ Eerder dit seizoen tekende hij een contract voor het leven bij Reggeborgh, de ploeg waar hij sinds 2020 bij schaatst. Zijn trainer Gerard van Velde roemt de fitheid van Nuis’ lijf. De coach ziet twintigers langskomen die last hebben van pijntjes. Bij Nuis is dat vrijwel nooit het geval. En na een zware trainings- of wedstrijdbelasting is het ‘herstelvermogen’ van zijn lijf opvallend hoog.

Bondscoach

Dat deelname aan deze Spelen in Milaan zijn laatste is, deelde hij al vaker. Al is de einddatum van zijn carrière nog ongewis. ‘Zeker nog wel twee jaar.’ Ooit stelde hij mee te willen doen aan de teampursuit. Breeduit lachend, zegt hij nu: ‘Misschien word ik wel bondscoach. Nee, nee, nee, onzin.’ Zijn volgende doel moet hem triggeren, maar het is niet zomaar voorhanden, na vier jaar vol inzetten op deze Spelen.

Als het gesprek op een volgend olympisch optreden komt, reageert hij direct. ‘Dan ben ik 40, hè?’ Maar wellicht wordt het langebaanschaatsen in 2030, op de Spelen in de Franse Alpen uitbesteed aan Thialf. ‘Als het in Thialf is, maak ik me nog wel een keertje kwaad.’

Daarna volgt een harde lach. ‘Nee, dat is gekheid. Als ik het niet meer leuk vind, stop ik meteen. Ik heb alles gewonnen wat ik wil en dat is de enige reden waarom ik het nu nog doe. Als je ziet hoe snel die jongens dichterbijkomen, mag ik van geluk spreken dat ik hier al sta. Maar ik vind dit een heel mooi einde. Ik dacht dat ik het niet meer zou kunnen. Dat was ook mijn angst eerder vandaag. Maar nu rijd ik mijn beste race uit mijn leven op 36-jarige leeftijd.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next