Home

Muzikaal multitalent en Radioheadgitarist Jonny Greenwood breekt nu ook door als filmcomponist

Radioheadgitarist Jonny Greenwood is voor zijn soundtrack van de speelfilm ‘One Battle after Another’ genomineerd voor zowel een Oscar als de Britse tegenhanger ervan, een Bafta. Zondag worden de Bafta’s bekendgemaakt en uitgereikt.

schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse muziek.

Wie een incarnatie van het credo ‘een leven lang leren’ zoekt, kan eens beginnen bij musicus Jonny Greenwood. De Engelsman plantte sinds zijn pubertijd overal zaadjes. De flora die daaruit opbloeide harkte hij gedurende zijn professionele leven gretig binnen. Een hoogtepunt kan aankomende zondag komen, mocht zijn filmmuziek voor One Battle after Another de prijs voor ‘beste filmmuziek’ winnen tijdens de uitreiking van de Bafta’s, de belangrijkste Britse filmprijzen.

Jonny Greenwood? De gitarist van Radiohead, natuurlijk. Hij was de 22-jarige knul die tijdens het maakproces van het liedje Creep (1992) verveeld raakte. Hij vond het maar suf, dus besloot hij de boel te verpesten door keihard op zijn gitaar te rammen. Resultaat: Creep werd een megahit en Radiohead werd wereldberoemd, juist dankzij dat gitaargeluid van Greenwood.

Jonathan Richard Guy Greenwood (geboren in 1971 in Oxford, Engeland) is het enige Radiohead-bandlid dat muziektheoretisch is onderlegd. Hij speelde als kind altviool in een jeugdorkest, al huiverde hij telkens wanneer de dirigent zei: ‘En nu even alleen de altviolen.’ Een poging tot een serieuze muziekopleiding strandde toen Radiohead in 1991 een platencontract bij EMI tekende.

Binnen Radiohead was Greenwood veel meer dan enkel gitarist. Hij was de sounddesigner, het stille genie achter de complexe gelaagdheid en schitterende texturen op albums als OK Computer (1997) en Kid A (2000). Waar leadzanger Thom Yorke de extraverte blikvanger was, was Jonny Greenwood de introverte nerd die zich – met een lok zwart, steil haar voor zijn ogen – ontfermde over effectpedalen, computerprogramma’s en modulaire synthesizers.

Vanaf 2007 begon Greenwood hedendaagse klassieke muziek en filmmuziek te componeren. Naar eigen zeggen laat hij zich inspireren door componisten als Olivier Messiaen, Krzysztof Penderecki en Steve Reich. Het leidt tot muziek die huiveringwekkend kan zijn, halucinerend, repetitief en chaotisch. Hij won prijzen met zijn soundtracks voor onder meer twee films van P.T. Anderson, There Will be Blood (2007) en Phantom Tread (2017), maar een Bafta of een Oscar won hij nog nooit.

Van een rebelse gitaarpuber naar succesvol filmcomponist: je zou denken dat Greenwood in ruim drie decennia een totale omwenteling heeft gemaakt. Maar wie luistert naar de soundtrack van One Battle after Another hoort dat hij in essentie nauwelijks is veranderd.

Spoilers zijn onvergeeflijk, dus laten we de muziek van One Battle after Another uit de context van de film halen, en aan de hand van vier nummers uit die soundtrack puur bekijken hoe Greenwood nog exact dezelfde muzikant is als die verstilde Radioheadgitarist wiens poster vroeger boven de bedden van millennials hing.

Repetitieve klanken in One Battle after Another

In herhaling schuilt zowel spanning als rust, bewijst Greenwood in het openingsnummer, ook getiteld One Battle after Another. Een piano mediteert drie minuten lang op de noot G, terwijl de akkoorden daaromheen constant veranderen. Soms klinkt de G dissonant, dan wringt hij met de overige instrumenten. Even later klinkt hij consonant, dan gaat hij mooi op in het akkoord.

Greenwood heeft verklaard enorm te zijn beïnvloed door de minimal music van de Amerikaanse componist Steve Reich. Toen hij als student voor het eerst diens Telehim (1981) hoorde, voelde hij zich omvergeblazen. Minimal music, zoals die van Steve Reich, wordt gekenmerkt door korte melodische patroontjes die continu worden herhaald. De bedoeling is dat ze de luisteraar in trance brengen.

Een liedje waarin Greenwood minimal music op wonderschone manier toepast, is Let down van Radioheads magnum opus OK Computer (1997). Luister maar hoe de gitaarriff vanaf seconde één continu blijft rondcirkelen.

Overigens liet Reich zich op zijn beurt ook door Radiohead beïnvloeden in zijn werk Radio Rewrite (2012).

Chaos en ruis in Baktan Cross

Baktan Cross is feitelijk een lange, ruisende drone. Ruis komt uit stofzuigers, vliegtuigen, hoosbuien. Maar kan het ook mooi klinken? Bij Greenwood wel. Vanaf het prille begin put hij schoonheid uit muzikale chaos (wat ruis in feite is). Neem het eerste echte meesterwerk van Radiohead, het album The Bends (1995). Dat album opent met het inmiddels onsterfelijke Planet Telex, dat begint met, jawel, een buitenaards mooie ruis.

Greenwoods voorliefde voor kolossale, dissonante clusters is ook te herleiden naar zijn fascinatie voor de vroege muziek van Krzysztof Penderecki. De Poolse componist componeerde werken als Threnody to the Victims of Hiroshima, waarin strijkers niet lineair melodisch geordend zijn, maar vrij ronddwalen in kolossale blokken. ‘De bevrijding van geluid’, noemde Penderecki zijn compositietechniek.

Complexe ritmes in Baby Charlene

Het mag dan 26 jaar na de complexe ritmiek van Everything in its Right Place en Kid A (beide van het album Kid A uit 2000) zijn, nog steeds zijn de gebroken beats en onregelmatige maatsoorten niet weg te denken uit Jonny Greenwoods muzikale idioom. Baby Charlene is een van de stukken op de soundtrack van One Battle after Another waarin je even drie keer moet nadenken voordat je hoort hoe het ritme in elkaar steekt.

Muziektheoretisch zou je het een 8/8 + 9/8 maatsoort kunnen noemen, eenvoudiger gezegd zou je steeds heel snel tot 17 kunnen tellen voordat er weer een nieuwe puls begint.

Beeldschoon gitaarspel op Guitar for Willa

Natuurlijk is Jonny Greenwood in de eerste plaats gitarist. Hij is verantwoordelijk voor epische gitaarpartijen als die in My Iron Lung (The Bends, 1995), Street Spirit (Fade out) (van datzelfde album). Op het album Hail to the Thief (2003) speelt hij angstaanjagend mooi gitaar op Scatterbrain.

Met het akoestische Guitar for Willa zegt Greenwood zoiets als: ‘Vergeet niet dat ik nog steeds een enorm smaakvolle en begaafde gitarist ben.’ Niet met woorden natuurlijk, daarvoor is hij te bescheiden.

Midden jaren tachtig richtte Greenwood samen met zijn broer en vriend Thom Yorke Radiohead op, dat toen nog On A Friday heette. De band bracht tussen 1993 en 2007 negen albums uit. In 2025 kwam er een reünietour.

Vanaf 2007 begon Greenwood klassieke muziek en filmmuziek te componeren. Zo schreef hij onder meer een vioolconcert en elf officiële soundtracks, waarmee hij onder meer een Golden Globe won.

In 2020 ontstond Greenwoods recentste project: de band The Smile, met Thom Yorke en drummer Tom Skinner. Fans vergelijken de muziek met die van Radiohead, maar dan een stukje rauwer en onstuimiger.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next