Home

‘Sirat’ is amper begonnen als de film je lijf en geest al op een ongeëvenaarde manier beroert

Met zijn instantcultfilm verlegt regisseur en scenarist Oliver Laxe de grenzen van het medium: direct en onomfloerst, maar minstens even diepzinnig en mystiek.

schrijft voor de Volkskrant over film.

De wijze waarop twee belevingswerelden botsen, in de openingsscènes van de Spaans-Franse instantcultfilm Sirat, snijdt dwars door je ziel. In de ene wereld danst een gemeenschap van alternatieve ravers op een dagenlang durend feest in de Marokkaanse woestijn. Uit een muur van tientallen speakers dendert hallucinante techno: bruut, gruizig, traag en melancholisch, alsof de klanken van de Franse dj Kangding Ray zo uit de omliggende rotsformaties zijn gehakt.

In de andere wereld, op dezelfde plek, zoekt een vader met zijn zoontje naar zijn verdwenen dochter. Die heeft al maanden niets van zich laten horen en danste graag op dit soort geïmproviseerde raves aan de randen van het bestaan.

Zie hem staan, deze Luis (een fenomenale Sergi López), verloren en radeloos tussen de in trance dansende verschoppelingen, een stapeltje vermist-flyers in de hand. Sirat is nauwelijks begonnen en nu al beroert de film je lijf en geest op een ongeëvenaarde manier. Zo zal regisseur en scenarist Oliver Laxe (Fire Will Come) dat vaker doen: eerst de bedwelming, dan de uppercut, om te eindigen met iets wat je spirituele verlossing zou kunnen noemen.

Een viertal vriendelijke ravers biedt een snippertje hoop: ze kennen het meisje op de flyer niet, maar na dit feest is er verderop in de woestijn nóg een feest – wellicht is ze daar?

Als hoop volgens Nietzsche het kwaadste der kwaden is, wat is dan deze volstrekt hopeloze zoektocht? Maar Luis heeft niets anders; hij reist de ravers achterna. Let dan even op hoe de camera vlak voor zijn vertrek nog één keer langzaam inzoomt op een beats spuwende speaker, om te benadrukken dat Sirat van het publiek totale overgave eist: aan de muziek, aan de beelden, aan de nachtmerrieachtige roadmovie naar nergens die komen gaat.

Wonderlijk genoeg vindt die compromisloze aanpak tot nu toe een brede schare liefhebbers. In Cannes werd Sirat bekroond met de juryprijs, er volgden twee Oscarnominaties en de film eindigde als zesde op de lijst met publieksfavorieten bij het filmfestival van Rotterdam.

Eenmaal in beweging, steeds dieper de woestijn in over uitgestrekte vlaktes en griezelige onverharde wegen met haarspeldbochten, dwaalt de film soepel af van de oorspronkelijke premisse. Zoeken wordt overleven, zoals de mannen in een truck vol dynamiet in de jungle in William Friedkins meesterlijke Sorcerer (1977) ook met niets méér bezig waren dan de volgende brug of bocht. Geregeld krijg je de indruk daadwerkelijk naar een verloren gewaande, radicale film uit de jaren zeventig te kijken.

De muziek van Kangding Ray verandert mee, verliest zijn dwingende functie en lijkt net als de film zelf voorzichtig op te lossen. Meermaals hint Laxe op het begin van de apocalyps.

Sirat is een film van een maker die het aandurft de grenzen van het medium te verleggen: direct en onomfloerst, maar minstens even diepzinnig en mystiek. Laxe slaagt erin de loskomende krachten te verbeelden bij iemand die alles is kwijtgeraakt. Hoe de diepste pijn kan leiden tot nieuwe vormen van verwerking, zingeving, intuïtie en misschien wel wedergeboorte.

Drama
★★★★★
Regie Oliver Laxe
Met Sergi López, Bruno Núñez Arjona, Stefania Gadda, Joshua Liam Herderson, Richard ‘Bigui’ Bellamy
120 min., in 44 zalen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next