Home

Op de 1.500 meter is de kruising voor schaatsers niet zelden van doorslaggevende betekenis

Donderdag schaatsen de mannen de 1.500 meter. Kjeld Nuis, die eerder twee keer goud won op deze afstand, is meester in het tactisch rijden van zo’n race. Hoe kun je profijt hebben van kruising én loting?

zijn sportverslaggevers van de Volkskrant en schrijven verhalen vanaf de Olympische Winterspelen in Milaan.

Op de 1.500 meter kan een ideale kruising, het wisselen van binnen- naar buitenbaan of omgekeerd, het verschil maken tussen winst of verlies. Johan de Wit, Nederlandse coach in buitenlandse dienst, bedacht daarom afgelopen zomer al het volgende: als zijn schaatser Ning Zhongyan een wereldbekerwedstrijd in Hamar in december zou overslaan, maakte dat de kans op een voordelige kruising tijdens de Winterspelen groter. De Wit: ‘Ik zeg tegen iedereen die het wil weten: schaatsen is per definitie niet eerlijk.’

De Nederlandse schaatser Kjeld Nuis voelt al twee dagen vóór de wedstrijd de spanning toenemen. Niet zozeer vanwege de wedstrijd zelf, maar vanwege iets dat hij niet in de hand heeft: de loting, het systeem dat bepaalt welke schaatsers het rechtstreeks tegen elkaar opnemen en wie daarbij in de binnen- en wie in de buitenbocht start. Beide zaken bepalen zijn wedstrijdtactiek. Hij is daarin niet de enige: elke schaatser kijkt om die reden uit naar de loting.

De loting

Nuis, drievoudig olympisch kampioen, waarvan twee keer op de 1.500 meter, werd de laatste jaren meester in het berekenend rijden. In zijn beginjaren hanteerde hij vooral de dood-of-de-gladiolentactiek: vol erin en dan maar zien hoe het eindigt. Tegenwoordig schaatst hij strategischer: ‘Je kunt de 1.500 meter tactisch indelen, dan houd je rekenig tegen wie je rijdt en of je in de binnen- of buitenbaan start.’ De Wit: ‘Je kijkt naar de loting en dan kijk je hoe je je tegenstander in jouw voordeel kunt gebruiken.’

De loting voor een wedstrijd op de Winterspelen geschiedt altijd een dag voordat de afstand wordt gereden. Voor landgenoten geldt: zij rijden nooit tegen elkaar. Er wordt gewerkt met groepen, die worden bepaald door de stand in de wereldbekerwedstrijden. Zo hoopt de organisatie dat de spannendste, snelste ritten, aan het einde worden gereden.

Daarom dat plan van De Wit in de zomer. Een plek lager op de wereldbekerranglijst zou zijn schaatser Ning op de 1.000 meter kunnen behoeden voor problemen op de kruising. Die kunnen bijvoorbeeld ontstaan als je een tegenstander loot die veel sneller dan jij van start gaat en dan net zo snel uit de buitenbocht komt als jij uit de binnenbocht. Iets dergelijks overkwam Joep Wennemars een week geleden op de 1.000 meter toen hij werd gehinderd door tegenstander Lian Ziwen.

Op die afstand pakte Ning uiteindelijk brons. Nuis, de kampioen van 2018, eindigde als zesde.

De kruising

Nuis: ‘Meer nog dan op de 1.000 meter, waar je maar één kruising hebt, kun je op de 1.500 meter voordeel hebben van de kruising, als je achter je tegenstander aan jaagt. Er zijn er twee en als je in de buitenbaan start, heb je de laatste binnenbocht.’ In dat laatste geval ga je meestal als laatste de bocht in en dan heb je mentaal voordeel. Nuis: ‘Het is heerlijk om naar iemand toe te kunnen rijden.’

Daarnaast bestaat op de kruising aerodynamisch voordeel. Schaatsen achter de rug van een tegenstander zorgt voor minder luchtweerstand, de grootste weerstand die een schaatser ervaart. Opvallend genoeg heeft de voorste schaatser óók voordeel van het achter elkaar rijden. Jac Orie, trainer van de Essent-ploeg: ‘Als je achter iemand rijdt, sluit het zog achter de achterste en gaat de voorste ook harder.’ De schaatsers delen samen de remmende werking van de luchtwervelingen achter hun lichaam.

Meer eerlijkheid

Als het aan De Wit ligt, gaat schaatsunie ISU in de toekomst experimenteren met manieren om de sport eerlijker te maken. ‘Waarom niet starten met een rijder aan de ene en een aan de andere kant van de baan? Nu is de loting te bepalend; iedereen uit de laatste, snelste lotinggroep, wil donderdag het liefst buiten starten.’

Al maakt het wel uit tegen welk type rijder je start, zegt De Wit. Femke Kok, die vrijdag in Milaan haar derde 1.500 meter van het seizoen rijdt, zal haar race grotendeels alleen rijden, verwacht de coach, die met Ning en Miho Takagi bij de vrouwen twee podiumkandidaten begeleidt.

Geen vrouwelijke deelnemer aan de 1.500 meter is sneller dan Kok, de nieuwbakken olympisch kampioen op de 500 meter, die in het voorseizoen verrassend naar een baanrecord in Thialf schaatste en zich eind december op het OKT plaatste voor de olympische strijd op de schaatsmijl. Orie: ‘Die sprinters zijn altijd weg, die allrounders willen aankleven.’

Drie soorten 1.500 meter-schaatsers

Grofweg zijn er drie soorten schaatsers op de 1.500 meter: de rijders die de afstand vanuit de sprint benaderen, zoals Kok; de schaatsers die vanuit de lange afstanden komen en weinig verval hebben in hun laatste rondes; en degenen die daar tussenin zitten, de grootste groep op deze afstand. Daaronder vallen ook de Nederlandse mannen die donderdag in actie komen: Nuis, Wennemars en Tijmen Snel.

Tot de stayercategorie én kanshebbers voor het podium bij de mannen behoren Sander Eitrem en Metodej Jílek, die bij de laatste wereldbekerwedstrijd van het seizoen in Inzell als vierde en vijfde eindigden en een zogeheten vlak schema hanteren. Jílek had slechts negen tienden verval tussen zijn eerste ronde en laatste. Nuis: ‘Je hoopt niet een langzame starter als Eitrem te loten. Jongens als hij gooien alles op de slotronde. Die zie je na de start nooit meer terug, maar als je ze terugziet, betekent het dat je je rit verliest.’

Bij twee dezelfde type rijders kan de kruising bepalend worden, stelt De Wit. Een jaar geleden bij de WK afstanden in Hamar namen zijn rijder Ning en de Noor Peder Kongshaug het tegen elkaar op. Zij zijn allebei snel, maar niet extreem snel in de opening. Ze rijden hun 1.500 meter beiden met een gebruikelijk, oplopend schema. Kongshaug, startend in de buitenbaan, werd in eigen huis wereldkampioen. Ning werd na een start in de binnenbaan vierde, op 23 honderdsten van een seconde van de winnaar. De Wit: ‘Andersom was hij waarschijnlijk wereldkampioen geweest.’

De scenario’s van Nuis

Een dag voordat de loting van de 1.500 meter bekend wordt, schetst Nuis een paar scenario’s. Mocht hij de binnenbaan loten tegen een snelle concurrent, ‘dan ga ik er vol in’. Wordt het de buitenbaan tegen een iets langzamere rijder, dan zal hij vermoedelijk iets behoudender starten. ‘Inhouden om hopelijk twee kruisingen te hebben. Dat is het.’

Tegen Kongshaug zou hij op 95 procent van zijn kunnen starten. ‘Dan proberen die kruising mee te lopen en daarna bij hem weg te rijden. Als hij goede benen heeft, komt hij in de binnenbocht onderdoor en kan ik nóg een keer profiteren.’

Wat hij hoopt? ‘Ning. In de buitenbocht.’ En wat zijn tactiek zou zijn bij het Amerikaanse schaatsfenomeen Jordan Stolz? ‘Ja, die is weg. Die is zó goed. Als hij hier niet met 1,5 seconde voorsprong wint, doet hij iets niet goed.’

Woensdag aan het einde van de dag werd geloot voor de 1.500 meter. Kjeld Nuis krijgt zijn gewenste tegenstander in rit 13: Zhong­yang Ning. Nuis start in de buitenbaan. Joep Wennemars start, ook in de buitenbaan, in rit 11 tegen Daniele Di Stefano. Tijmen Snel neemt het in rit 12 in de binnenbaan op tegen Taiyo Nonomura.

De loting voor de vrouwen, die vrijdag in actie komen op de 1.500 meter, wordt donderdag in de loop van de dag bekendgemaakt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next