Home

SER adviseert kabinet: ‘Geef alle werkenden recht op twee maanden mantelzorgverlof’

Alle werkenden moeten recht krijgen op acht weken betaald zorgverlof. Dat bepleit de Sociaal-Economische Raad (SER). Op dit moment is een op de drie volwassen Nederlanders mantelzorger. Dat aandeel zal door de vergrijzing toenemen.

is economieredacteur. Ze is specialist arbeidsmarkt en sociale zekerheid.

Volgens het invloedrijke orgaan, waarin werkgevers, werknemers en kroonleden de politiek adviseren over sociaaleconomische vraagstukken, zouden alle werkenden acht weken verlof moeten kunnen opnemen om voor een naaste te zorgen. De overheid zou gedurende die periode 70 procent van het inkomen moeten doorbetalen. Zo’n regeling maakt het volgens de SER makkelijker om mantelzorg en werk te combineren.

Op dit moment verlenen 5 miljoen Nederlanders zorg aan iemand in hun directe omgeving, 2 miljoen mensen doen dit naast hun baan. Dit aantal zal naar verwachting toenemen als gevolg van de vergrijzing. Niet alleen telt Nederland daardoor steeds meer hulpbehoevende ouderen, maar er zijn ook steeds minder jongeren die voor hen kunnen zorgen.

Nu staan tegenover elke oudere nog zo’n vijf potentiële mantelzorgers. In 2040 zijn dat er drie. ‘Vroeg of laat krijgt iedereen ermee te maken’, zegt SER-voorzitter Kim Putters. ‘En iedereen die op het werk wel eens een telefoontje heeft gekregen dat vader of moeder onwel is geworden, of van de fiets is gevallen, snapt hoe urgent dit vraagstuk is.’

Niet langer wegkijken

Het betekent volgens Putters ook dat de overheid ‘niet langer kan wegkijken’. Ook al omdat diezelfde overheid verlangt dat ouderen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, dat werkenden langer doorwerken en vooral vrouwen (die naast hun baan twee keer zo vaak mantelzorg verlenen) meer uren maken.

Putters: ‘Werknemers en werkgevers zijn op de werkvloer al jarenlang aan het wheelen en dealen op dit onderwerp, maar we zijn op het punt gekomen dat dit een maatschappelijke opgave is. Mantelzorg gaat de hele samenleving aan.’ Vandaar dat het polderorgaan van werkgevers en werknemers wil dat het kabinet een deel van de rekening betaalt.

Volgens Putters zou het mantelzorgverlof als ‘een ventiel’ kunnen dienen om te voorkomen dat werkenden bij een acute zorgvraag in de knel komen. Nu kunnen mantelzorgers een beroep doen op twee weken (deels) betaald en zes weken onbetaald zorgverlof, maar weinig mantelzorgers doen dit (respectievelijk 74 duizend en zesduizend). Vaker leveren werkenden die langdurig mantelzorg verlenen vakantiedagen in of passen zij hun rooster aan.

Combineren werk en zorg te zwaar

Hoewel het merendeel van de mantelzorgers daarmee uit de voeten kan, is er een aanzienlijke groep die dat niet lukt. Van de mantelzorgers ondervindt 26 procent problemen in het combineren van werk en zorg (ter vergelijking: onder jonge ouders is dit 13 procent). Voor hen zou het mantelzorgverlof uitkomst moeten bieden.

Om te zorgen dat werkenden ‘prudent’ met de regeling omgaan, dekt deze niet het hele salaris. Het gaat om maximaal 70 procent het inkomen. Hieraan kleeft wel een risico: lagere inkomens, die in hun omgeving juist vaker te maken hebben met gezondheidsproblemen, zullen niet altijd 30 procent van hun salaris kunnen missen.

De SER heeft niet doorgerekend welk prijskaartje aan de regeling hangt. ‘Maar ik draai het om’, zegt Putters. ‘Wat kost het als we het niet doen? Op dit moment is naar schatting 18 procent van het verzuim op de werkvloer gerelateerd aan mantelzorg. Dat is ontzettend duur. Er is bovendien berekend dat als we alle mantelzorg zouden moeten vervangen voor professionele hulp, dit tussen de 32 en 44 miljard zou kosten.’

Naast het mantelzorgverlof doet de SER ook andere aanbevelingen om de combinatie tussen mantelzorg en werk te vereenvoudigen. Zo pleit het adviesorgaan ook voor een groter aanbod van vervangende zorg om mantelzorgers tijdelijk te ontlasten (respijtzorg) en het vereenvoudigen van de regelingen waarop mantelzorgers een beroep kunnen doen.

Voorzitter Esther Hendriks van belangenvereniging MantelzorgNL is blij met het SER-advies. ‘Het maakt duidelijk dat mantelzorg geen individueel vraagstuk meer is, maar dat we collectief iets moeten organiseren. De SER zegt nu: werk heeft een waarde, maar zorg ook.’

Maruschka Kroon (51) zorgt voor haar man Pieter met MS: ‘Ik moet zijn partner blijven, niet zijn verpleegkundige’

‘Ik grap op mijn werk weleens: ik heb een relatie met de baas van mijn tweede baan. Mijn man en ik zijn nu 30 jaar samen en 27 jaar geleden heeft hij de diagnose MS gekregen. We waren net klaar met onze studie en hadden grootse toekomstplannen. Door een deel daarvan kon een streep.

‘Het verzorgen is er in de loop der jaren ingeslopen. Eerst ging Pieter moeilijker lopen, toen gingen zijn handen wat minder werken en op gegeven moment zat hij volledig in een rolstoel. Dan moet je toch wat vaker helpen. Maar Pieter heeft altijd gezegd: ik ben ziek, maar dat betekent niet dat jij achter de geraniums moet zitten. Ik moet zijn partner blijven, niet zijn verpleegkundige worden.

‘Ik werk 32 uur verspreid over vijf dagen als gemeenteambtenaar. We kopen zorg in via het persoonsgebonden budget. Ik wil niet zeggen dat het makkelijk is, maar het kan wel. Ik las eens een interview met Job Cohen. Hij vertelde dat hij voor zijn vrouw met MS zorgde. Toen dacht ik: als hij daarnaast burgemeester van Amsterdam kan zijn, moet het ook wel lukken om ambtenaar te blijven.

‘Het helpt dat ik een heel fijne werkgever heb. Als ik een keer onverwacht weg moet, omdat mijn man in het ziekenhuis ligt of de zorg afzegt, dan kan dat en haal ik mijn uren later in. Maar ik denk dat het goed zou zijn als zoiets niet afhankelijk is van de goodwill van je manager. Veel mantelzorgers zouden geholpen zijn met een wettelijk recht op mantelzorgverlof.’

Sarah van den Hout (34) zorgde jarenlang voor haar zieke moeder: ‘Ik had niet het idee dat ik kon weigeren’

‘In 2016 kreeg ik een telefoontje van mijn moeder. Ze had last van netvliesloslating en kon nauwelijks zien. ‘Kun je me komen helpen?’, vroeg ze. Het was een vraag, maar ik heb het nooit zo opgevat. Ik ben enig kind, zij woonde alleen, ik had niet het idee dat ik kon weigeren. Tegen je moeder zeg je niet: zoek het uit.

‘De zorg zou tijdelijk zijn, tot mijn moeder geopereerd zou worden en weer zou kunnen zien. Maar ze is niet goed uit de operatie gekomen. In plaats van tijdelijk werd het definitief. Eerst reisde ik heen en weer tussen Den Haag, waar ik woonde en studeerde, en mijn moeder. Maar het was zoveel gedoe dat ik uiteindelijk weer thuis ben gaan wonen.

‘Ik hielp haar met alles: koken, wassen, doktersafspraken. Onze rollen draaiden volledig om. Ik durfde nauwelijks te gaan sporten, omdat ik bang was dat ze me nodig zou hebben. Uiteindelijk was het de wijkverpleegkundige die me zag en vroeg: is dit niet te veel voor jou? Zij heeft ervoor gezorgd dat er meer hulp kwam.

‘Toch kon ik het moeilijk loslaten. Op mijn werk ben ik meermaals uitgevallen, zorgverlof was voor mij geen optie omdat dat maar twee weken wordt doorbetaald, ik wist dat dat niet genoeg zou zijn. Nu zit ik volledig arbeidsongeschikt thuis. Ik probeer weer mijn eigen grenzen en behoeften aan te voelen en doe veel vrijwilligerswerk voor MantelzorgNL.

‘Ik probeer mantelzorgers mee te geven dat ze een keuze hebben. Dat had ik achteraf ook nodig gehad. Iedereen in mijn omgeving zei altijd: wat goed dat je dit doet. Maar ze hadden beter kunnen vragen: weet je zeker dat je dit wilt doen?’

Machteld Louwaard (52) zorgt voor haar oudste zoon.Hij heeft het syndroom van Down. ‘Ik werd iets dat ik niet wilde zijn: een thuisblijfmoeder’

‘Mijn oudste zoon is geboren met het syndroom van Down. Ik heb mij niet meteen mantelzorger gevoeld. Ik dacht gewoon: ik ben een moeder van een kind dat extra zorg nodig heeft. Ik ben daar wat naïef in geweest, want hoe hard ik ook probeerde de ballen in de lucht te houden, ik kreeg het uiteindelijk niet georganiseerd.

‘Mijn zoon was om de haverklap ziek vanwege zijn lage weerstand, dus telkens was het een enorme puzzel tussen mijn man en mij; wie gaat er vrij nemen en dat opvangen. Ik werkte drie dagen in de week, hij vijf. Uiteindelijk kwam steeds vaker de vraag: moet je niet stoppen met werken? Het voelde als falen. Ik werd iets wat ik niet wilde zijn: een thuisblijfmoeder.

‘Met terugwerkende kracht zouden we het anders hebben gedaan. Dan zouden we allebei een dag minder zijn gaan werken, want je moet niet alleen kijken naar wie het meest verdient. Werk is zoveel meer dan alleen geld. Daarbij is het ook niet per se makkelijker om voltijd te zorgen. Je mist echt die vluchtheuvel van werk.

‘Een mantelzorgverlof had mij misschien geholpen om acuut de druk te verlichten, maar op de langere termijn zou ik meer geholpen zijn geweest met voorlichting. Het zorglandschap is enorm complex. Als je er zelf middenin zit, weet je niet altijd wat de mogelijkheden zijn. Ik had van mezelf niet eens in de gaten dat ik mantelzorger was.

‘Ook was het fijn geweest als mijn werkgever meer preventief had gevraagd wat ik nodig had om het vol te houden. Dan hadden we samen kunnen zoeken naar flexibele oplossingen. Uiteindelijk hebben we met het persoongebonden budget professionele hulp ingehuurd. Ik ben zzp’er geworden en begeleid nu zelf mantelzorgers en organisaties in de werk- en zorgverdeling.’

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next