Honden van twaalf rassen, waaronder chihuahuas, pekinezen en boxers, lopen risico op ernstige ademhalingsproblemen. Ze hebben een te korte snuit.
Wetenschappers van de Universiteit van Cambridge onderzochten honden van veertien kortsnuitige rassen, bijvoorbeeld bij hondenshows. De vraag: maakte de hond geluid tijdens het ademhalen? Als dat ook in rust het geval was, is dat een sterke aanwijzing voor de aandoening boas. Die kan leiden tot ademhalings- en eetproblemen, soms met dodelijke gevolgen.
Van de veertien onderzochte rassen maakten alleen de pomeriaan en maltezer geen ademhalingsgeluiden. De overige twaalf voegden zich bij de drie rassen waarvan de onderzoekers al eerder vaststelden dat ze een hoog risico hebben op boas: mopshonden, Franse bulldogs en Engelse bulldogs. De onderzoekers publiceerden woensdag hun resultaten in het vakblad PLOS One.
Julia Hamel van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde herkent de onderzoeksresultaten. ‘Elke gezelschapsdierenarts heeft te maken met de problemen die deze honden ervaren. Soms kunnen ze zelfs niet eten en ademen tegelijk, of niet op hun zij slapen, omdat de luchtwegen te makkelijk geblokkeerd raken. In extreme gevallen vallen ze flauw als je flink met ze speelt. Dat is niet hoe een hond hoort te zijn.’
Dierenarts Servé Smeets bevestigt dat: ‘Honden koelen via hun luchtwegen af. Bij Franse bulldogs en vergelijkbare rassen met te nauwe luchtwegen kan dat leiden tot oververhitting. Dan gaat het heel snel, de hond kan al dood zijn voordat hij de dierenarts bereikt. Dat komt dan puur door de anatomie die willens en wetens zo gefokt wordt.’
Hille Fieten, universitair hoofddocent diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht: ‘Dit bekrachtigt dat we in Nederland de wetgeving omtrent kortsnuitige honden goed hebben geregeld.’
Als hoofd van het Expertisecentrum Genetica Diergeneeskunde was Fieten betrokken bij het opstellen van de criteria voor het fokken van honden. ‘In Nederland hebben we de regels niet gekoppeld aan rassen, want ook kruisingen met een te korte schedel kunnen deze problemen hebben.’ Daarom gelden er in Nederland zes algemene criteria. Een daarvan luidt: ‘Geen ademhalingsgeluiden bij rust.’
Verder moet de snuit minstens een derde van de lengte van de schedel zijn. De overige criteria hebben te maken met andere gevolgen van een te korte snuit. Door de vervormde schedel puilen ogen vaak uit en ontstaan er huidplooien op de neus, waardoor haren in de ogen prikken. Soms zijn de neusgaten zelfs dicht. Als een hond een van deze kenmerken vertoont, mag er niet mee gefokt worden.
Weinig andere landen hebben regels die kortsnuitige honden beschermen. ‘Dat is ook meteen het probleem’, aldus Fieten, ‘want je mag de puppy’s wel importeren en hier in Nederland houden.’
Exacte cijfers over de hoeveelheid kortsnuitige honden in Nederland zijn er niet, maar volgens Fieten zijn Franse bulldogs het populairste hondenras. In december mocht ze in het Britse parlement uitleggen hoe de regelgeving in Nederland tot stand is gekomen. Die is gebaseerd op onder meer Brits onderzoek.
Aangezien er geen importregels zijn voor kortsnuitige honden, wil ze toekomstige baasjes adviseren: ‘Koop geen hond met extreme kenmerken; geen extreem korte snuit, geen extreem korte pootjes en niet extreem veel huidplooien.’ Hamel sluit zich hierbij aan: ‘Een hond moet gewoon een hond kunnen zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant